Bulgarije, Roemenië, Griekenland en de Baltische staten kampen ook met ontvolking van het platteland. Maar het sterkst door dit fenomeen getroffen land in Europa is Spanje. 

3.000 dorpen zijn inmiddels onbewoond. Vijf procent van de Spaanse bevolking woont op 53 procent van het staatsoppervlak. De in het noordoosten van Spanje zich over tien provincie en vijf autonomiegebieden uitstrekkende Serrania Celtiberica, vanwege de geringe bevolkingsdichtheid ook wel Spaans Lapland genoemd, geldt als de grootste demografische woestijn in de Europese Unie. Slechts een half miljoen mensen woont hier op een oppervlak van 63.098 vierkante kilometer in 1632 gemeentes. Het Spaanse binnenland zonder de hoofdstad Madrid en de regio’s met toegang tot de zee heeft tussen 2008 en 2018 bij elkaar een kwart miljoen inwoners ingeboet. In de provincies Albacete, Ávila, Burgos, Gijón, Jaén, Oviedo, Soria, Teruel en Zamora werden zelfs kleine steden door het fenomeen getroffen. Een uitzondering vormt de provincie Guadalajara, die van de nabijheid van de hoofdstad profiteert.

Trek naar de stad

De keerzijde van de ontvolking van het platteland is een trek naar de regio’s ronde Madrid en Barcelona en naar Guipúzcoa met San Sebastián en naar Vitoria, Almería, Huelva, Málaga in Andalusië of Las Palmas op de Canarische eilanden, die onverminderd aanhoudt. De dicht bij Barcelona gelegen gemeente Sant Cugat del Vallès met haar 90.000 inwoners laat niet alleen een bevolkingsgroei van 72 procent sinds het begin van het millennium zien, maar tegelijk een van de hoogste doorsnee-inkomens van Spanje. 7,5 miljoen Spanjaarden wonen in de zes grote steden Madrid, Barcelona, Valencia, Sevilla, Zaragoza en Málaga.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Als redenen voor de ontvolking van het platteland gelden een tienjarige economische crisis, die overigens vanaf 2018 langzaam wegebt, vergrote mobiliteit door betere verkeerswegen, het wegtrekken van hoger opgeleiden, de terugkeer van veel immigranten naar Latijns-Amerika, lage geboortecijfers en hoge sterfte, alsmede het aanhoudende slechte imago van de plattelanders als ongeschoolde achterlijken.

Tegenover de terugloop van dienstverlening, publieke voorzieningen, winkel- en cultuuraanbod bij gelijktijdig verlies aan investeringen, infrastructuur en politieke vertegenwoordiging op het platteland, staan grotere sociale spanningen door enorme inkomensverschillen en hoge huren in de stedelijke agglomeraties.

Schotse Hooglanden

Als voorbeeld zouden in deze situatie de Schotse Hooglanden kunnen dienen. Het noordwestelijke deel van Schotland maakt samen met de nabijgelegen vier eilandengroepen meer dan de helft van het land uit, maar wordt slechts door 450.000 mensen bewoond. Ondanks dat de verkeersverbindingen voor verbetering vatbaar zijn is door gerichte economische en gemeenschapsopbouw de bevolkingsgroei tussen 1996 en 2016 sterker uitgevallen dan in de rest van Schotland. Zo groeide alleen het inwonertal van de hoofdstad Inverness van 47.000 in 2000 naar inmiddels zo’n 70.000. Doorslaggevend waren daarbij belastingverlichtingen voor investeerders, het realiseren van luxere woningen, efficiënte internetverbindingen en meer doelmatige inzet van de aanwezige financiële middelen. Spanje staat dus voor grote uitdagingen. Met zijn buurland Portugal is het in november 2018 een Iberische Strategie overeengekomen om in het bijzonder de verloedering aan de gemeenschappelijke grens tegen te gaan.

Economisch wonder onder Franco

De halverwege de 19e eeuw in Spanje inzettende industrialisering en de langzame vordering daarvan zouden pas circa 100 jaar later dramatische effecten hebben. Ofschoon reeds rond 1900 de bevolkingsdichtheid in het binnenland minder dan 20 inwoners per vierkante kilometer bedroeg en vandaag de dag onder de als kritiek geziene vijf ligt, groeide de plattelandsbevolking tot 1940 nog wel. Een jaarlijks groeicijfer van 5,5 procent tijdens het economische wonder van 1958 tot de dood van Francisco Franco in 1975 stimuleerde de trek naar de stad dermate, dat van 1961 tot 1965 uit alle gemeenten met minder dan 2000 inwoners bij elkaar per jaar zo’n 100.000 mensen wegtrokken.

De plattelandsbevolking slonk in de tweede helft van de 20e eeuw met bijna 40 procent. Deze ontwikkeling werd weliswaar afgeremd door de oliecrisis en de structuurveranderingen vanaf de jaren ’80, maar de sociale gevolgen bleven niet uit. Terwijl er in 1991 in de steden in de categorie 35- tot 39-jarigen 105 vrouwen op 100 mannen waren, was de verhouding op het platteland 85:100.

Autonome regio’s

De in 1978 aangenomen grondwet bracht een radicale afwending van het traditionele centralisme, een sterke benadrukking van regionale identiteiten en bijzonderheden en privileges voor Catalonië, het Baskenland en Navarra. De nieuwe gevormde autonome regio’s bleven ondanks exclusieve bevoegdheid bij stedenbouw en verkeersplanning en ruime bemensing zonder lange termijnconcept voor dunbevolkte gebieden en wijdden zich in plaats daarvan aan prestigieuze projecten waarvan het praktische nut vaak dubieus was.

Alleen in Aragón en Castilië-León waren er rond het millennium vage aanzetten die zonder resultaat bleven. De uitdijende lokale bureaucratie, het gebrek aan interdisciplinaire methodiek, alsmede de slechte samenwerking tussen de staat en private ondernemers deden iedere goede aanzet teniet.

Complete dorpen te koop

Als gevolg van de ontvolking van hele landstreken bieden makelaars in Spanje in toenemende mate hele hofsteden of zelfs complete dorpen te koop aan. Bijzonder getroffen door de ontvolking zijn naast Galicië in het noordwesten, de grootste regio van Spanje, Castilië-León, het kernland van het ooit machtige koninkrijk Aragón en Asturië, voorheen een centrum van de steenkool- en ertsmijnbouw.

Zeven op de tien kopers zijn buitenlanders, waaronder Duitsers, Britten, Belgen en Fransen. Van deze buitenlanders wil weer zo’n zeventig procent het nieuwe eigendom zelf gebruiken. De rest wil er onderkomens voor het landelijke toerisme of pelgrimsherbergen vestigen, alternatieve nederzettingen vestigen of zich aan de biologische landbouw gaan wijden.

Toenemende vraag

Mede omdat er inmiddels ook steeds meer Spanjaarden belangstelling krijgen voor een tweede huis op het platteland, stijgen de prijzen per jaar met zo’n vijf à tien procent. Zo betaalt men nu voor het voordeligste spookdorp in Galicië reeds 52.000 in plaats van aanvankelijk 12.000 euro. In andere delen van het koninkrijk is er inmiddels sprake van prijzen van 200.000 tot 2,5 miljoen. Aan kop gaat een te renoveren dorpje in het Andalusische Huelva voor zeven miljoen euro.

Daarbij komen zeer grote investeringen voor de totale sanering van de zich meestal in ruïneuze staat bevindende bouwwerken. Daarbij kan men overigens op aanzienlijke financiële steun van de Europese Unie voor structuurzwakke regio’s en van de autonomieregeringen rekenen, die bovendien voor straatverlichting, afvalwaterafvoer en verbetering van de verkeerswegen zorgen. Men garandeert basisverzorging en verwacht als tegenprestatie dat de objecten in het desbetreffende dorp gebruikt worden. Een zwakke plek is vooralsnog de toegang tot internet.

Boektip

Een zeer aan te raden boek waarin deze thematiek historisch, geografisch, sociologisch en literair belicht wordt is Het godvergeten Spanje van Sergio del Molino, waarvan in 2018 bij Uitgeverij De Blauwe Tijger een vertaling verschenen is.

“Er bestaan twee Spanjes, [..] een verstedelijkt en Europees Spanje, dat zich in niets onderscheidt van de Europese verstedelijkte samenleving, en een ontvolkt plattelands-Spanje, dat ik het godvergeten Spanje noem. De relatie tussen deze twee Spanjes was en is nog altijd problematisch. Vaak doen ze aan twee totaal verschillende landen denken. Toch kun je het ene niet zonder het andere begrijpen. De spoken van het verstedelijkte land waren rond in de huizen van het ontvolkte land.”

Sergio del Molino ~ Het godvergeten Spanje

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.