De Birmese regeringsleider Aung San Suu Kyi wijst er op dat er de laatste tijd veel nepnieuws is met betrekking tot de Rohingya-minderheid in het westen van Birma. Waarmee ze overigens niet wil beweren dat er niets aan de hand zou zijn; er is sprake van schermutselingen tussen het leger en gewapende groeperingen in de provincie Rakhine (voorheen Arakan) waar de Rohingya geconcentreerd zijn. Aangezien het om een voor de meeste mensen onbekend conflict gaat, gaat er in de media veel aandacht uit naar de achtergronden, zoals naar de vraag of de Rohingya een autochtone minderheid zijn of dat ze uit Bangladesh stammen zoals de Birmese overheid stelt. Interessanter is echter de vraag waarom een al veel langer bestaand conflict tussen de Birmese overheid en een obscure bevolkingsgroep in een ogenschijnlijk onbeduidende regio ineens zo in het middelpunt van de belangstelling van de nieuwsmakers, nep of anderszins, staat.

De Rohingya zijn zoals gezegd geconcentreerd in de provincie Rakhine. Dat is een provincie in het westen van Birma, aan de kust van de Golf van Bengalen. De provincie maakt al sinds de achttiende eeuw deel uit van Birma, maar viel in de Anglo-Birmese oorlog van 1824-1826 aan de Britten. Na de onafhankelijkheid van Brits-Indië kwam Rakhine weer onder het gezag van Rangoon.

Het geopolitieke belang van Rakhine ligt in het feit dat Birma de schakel vormt tussen China en de Golf van Bengalen die toegang geeft tot de Indische Oceaan. Chinese investeerders hebben bij Kyaukpyu in de kustprovincie Rakhine dan ook een diepzeehaven aan letten leggen en een snelweg en spoorlijn naar de Chinese stad Kunming. Bij de haven is ook een gasterminal gebouwd, zodat ruwe olie en aardgas via pijpleidingen van de Indische Oceaan naar China getransporteerd kunnen worden zonder door de Straat van Malakka, die de Indische Oceaan met de Zuid-Chinese Zee verbindt te hoeven passeren.

China houdt er namelijk rekening mee dat er op enig moment een olie-embargo of een complete zeeblokkade tegen het land ingesteld kan worden, zoals de Amerikanen momenteel overigens voorstellen ten aanzien van Noord-Korea. Anders dan de Verenigde Staten heeft China immers alleen een oostkust en langs deze kust ligt een keten van staten die min of meer bondgenoten van de VS zijn. Om deze reden heeft China geïnvesteerd in alternatieve aanvoerroutes, zoals pijpleidingen en andere infrastructurele verbindingen naar Rusland, Centraal-Azië, naar de Arabische Zee via Pakistan en dus naar de Golf van Bengalen via Birma.

Eerder schreef ik al over het nut van de instabiliteit in Afghanistan – en daarmee in Pakistaanse grensregio’s – voor de Chinese diversificatie van aanvoerlijnen. De instabiliteit in Birma past in hetzelfde patroon, ook dit kan gebruikt worden om aanvoerlijnen die voor China van groot economisch en strategisch belang zijn te frustreren. Dat wil niet uiteraard niet zeggen dat er geen andere zaken meespelen in het conflict, maar het is nuttig om in het achterhoofd te houden dat derden van dit conflict gebruik kunnen maken in hun geopolitieke strategieën.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.