Deze week 160 jaar geleden vond in de Russische marinebasis Sebastopol een keerpunt in de Krimoorlog plaats. Een goede aanleiding om de geopolitieke gevolgen van die oorlog en hun betekenis voor vandaag te bezien.

De latere Britse premier Benjamin Disraeli beschreef de Krimoorlog in een hoofdcommentaar van zijn tijdschrift The Press als “een rechtvaardige maar onnodige oorlog”. Zijn collega George Villiers, die als minister van Buitenlandse Zaken in hoge mate verantwoordelijkheid droeg voor de Britse deelname aan de oorlog, bagatelliseerde die verantwoordelijkheid achteraf door te stellen dat men zich de oorlog had laten opdringen. Net als vandaag de dag was de Krim destijds focus van conflict tussen het Westen en Rusland. Een vergelijking laat zien dat er belangrijke verschillen zijn, maar dat de toenmalige oorlog ook gevolgen heeft gehad die nu nog doorwerken.

Anders dan vandaag de dag was de Krim niet het voorwerp van het conflict, maar het strijdtoneel. Dat de westerse grootmachten hun conflict met Rusland niet in Centraal-Europa uit konden vechten, had te maken met een ander verschil met de huidige situatie. Destijds werd het Duitse buitenlandbeleid nog niet door het Westen bepaald. Duitsland c.q. de Duitse staten deden dan ook dat wat onafhankelijke landen doen wanneer hun belangen niet in het geding zijn: Ze hielden zich buiten het conflict, bleven neutraal.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Daarmee was de lange Russische westgrens met Pruisen en Oostenrijk-Hongarije niet beschikbaar voor een aanval van het Westen op Rusland. Tegen deze achtergrond besloten de zeemachten Engeland en Frankrijk om Rusland vanaf zee aan te vallen. Daarmee kwam al snel de Krim in beeld.

De Krimoorlog wordt wel als de laatste van de ‘Kabinettskriege’ gezien, oorlogen met beperkte doelstellingen en omvang, dit in onderscheid van de godsdienstoorlogen daarvoor en de ‘totale oorlog’ van daarna. Anderzijds was de Krimoorlog al zeer modern. Ook toen maakten de Britten al veel gebruik van gruwelpropaganda. Zo werd op 30 november 1853 in de haven van Sinope de Ottomaanse Zwarte Zee-vloot in twee uur tijds door de Russische marine in brand geschoten en gekelderd, dit nadat kort twee maanden daarvoor het Ottomaanse rijk de oorlog had verklaard aan het tsaristische Rusland. Toonaangevende Britse media, ‘kwaliteitskrant’ The Times voorop, brachten dit nieuws echter als ‘het bloedbad van Sinope’. Groot-Brittannië en Frankrijk verklaarden kort daarop, respectievelijk op 27 en 28 maart 1854 de oorlog aan Rusland.

Daarvoor, eind december 1853 hadden de beide westerse grootmachten reeds een gezamenlijke vloot naar de Zwarte Zee gestuurd. Vergelijkbaar met de Verenigde Staten nu, baarde alleen al het machtspotentieel van Rusland de Britten zorgen. Engeland vreesde de doorbraak van de Russische zeemacht naar de Middellandse Zee. Zodoende begaven de Britten en hun Franse bondgenoten zich in het hol van de leeuw. Hun gezamenlijke vloot belegerde met landingstroepen het steunpunt van de Russische Zwarte Zee-vloot in Sebastopol, op de Krim. Dit leidde tot een loopgravenoorlog waarbij veel munitie verschoten werd. Een voorproefje van de Eerste Wereldoorlog. Na de bestorming van Fort Malachov zagen de Russische verdedigers zich op 8 september 1855 gedwongen Sebastopol op te geven. Met deze beslissende nederlaag verloor Rusland de status van belangrijkste grootmacht op het Europese continent, die het in de bevrijdingsoorlogen van het ‘Eerste Keizerrijk’ van Napoleon overgenomen had, aan het ‘Tweede Keizerrijk’ onder Napoleon III. In de Franse hoofdstad werden dan ook de vredesonderhandelingen gehouden die uitmondden in de Vrede van Parijs van 30 maart 1856.

Daarbij hadden de Britten een wezenlijk doel van de oorlog bereikt; de Zwarte Zee werd neutraal verklaard en gedemilitariseerd. Ook werden Moldavië (een gebied dat grofweg de huidige Roemeense provincie en de Republiek Moldavië omvat) en Walachije (tegenwoordig deel van Roemenië) definitief uit de Russische invloedssfeer gehaald. Rusland was lange tijd als beschermer en voorvechter van deze oosters-orthodoxe gebieden tegenover de Ottomanen opgetreden. Het losmaken van deze Roemeense gebieden uit de Russische invloedssfeer schiep een belangrijke voorwaarde voor het blijvend fnuiken van de Russische dominantie in het Zwarte Zee-gebied, doordat de Roemeense staat later ook de aan de kust gelegen noordelijke Dobroedzja zou verwerven. Het toenemend westers georiënteerde Roemenië snijdt Rusland af van natuurlijke bondgenoten op de Balkan als Servië, Bulgarije en Griekenland. Vandaag de dag zien we een Roemenië dat de gretigste Amerikaanse vazalstaat op de Balkan is en door zijn Zwarte Zee-havens van niet te onderschatten strategisch belang voor de Amerikanen.

Voor Berlijn, dat zich in de Krimoorlog consequenter neutraal had opgesteld dan Wenen, zou het verloop van de oorlog gunstig uitpakken. Rusland concentreerde zich als verliezer van de oorlog in de daarop volgende tijd op het beperken van de schade en het waar mogelijk herzien van de gevolgen, tegen de weerstand van de Fransen en Britten in. Rusland had er dus geen belang bij om met nog een grootmacht in conflict te raken door zich te verzetten tegen Berlijns oplossing van de Duitse kwestie. Zo had Pruisen vanuit het oosten rugdekking voor de vereniging van de Duitse staten zonder Oostenrijk.

In 1989 was het heel anders. Ditmaal kweekte Rusland good will. Zonder tegenprestatie liet Michail Gorbatsjov ondersteuning van het bewind in Oost-Berlijn na en verzette zich niet tegen de Wiedervereinigung. De teleurstelling is in Rusland dan ook groot, dat Duitsland nu het regime in Kiev ondersteunt en de hereniging van de Krim met Rusland betwist.

Hoe Rusland op (vermeende) ondankbaarheid reageert, kon Oostenrijk ervaren tijdens de hierboven al genoemde Duitse vereniging onder Pruisische leiding. Tijdens de revolutie van 1848 had Rusland de Habsburgers nog geholpen om de Hongaarse separatisten te onderdrukken en rust en orde te herstellen. Des te groter was Ruslands teleurstelling toen Oostenrijk, in tegenstelling tot Pruisen, haar neutraliteit in de Krimoorlog tegenover de westerse machten zeer welwillend invulde. Daarvoor kreeg de Donaumonarchie de rekening gepresenteerd in de vorm van een welwillend neutrale opstelling van Rusland inzake de ‘klein-Duitse oplossing’ van de Duitse kwestie, tegen en zonder Oostenrijk. Het ligt in de rede dat Rusland bij gelegenheid ook Duitsland met gelijke munt betaalt voor haar huidige opstelling in de Krimkwestie.

 

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.