Wie gezien heeft met welke professionele spontaniteit in verschillende Amerikaanse steden verontwaardigde menigten de straat op gingen om hun woede over de uitkomst van democratisch verlopen verkiezingen lucht te geven, zal allicht niet meer zo zeer in toeval geloven. In werkelijkheid had de ngo ‘Move on’ direct na Hillary Clintons nederlaag tot protest tegen de nieuw gekozen president Donald Trump opgeroepen.

En als je eenmaal weet wie ‘Move on’ financiert, dan valt alles op zijn plaats. Het is de miljardair George Soros, die naast de Saoedi’s de grootste donateur voor Clinton in de achterliggende verkiezingscampagne was  en die reeds veel ervaring heeft wat de organisatie van oproer en revolutie aangaat. Zijn nauwe banden met ‘Move on’, maar ook met andere ngo’s, zoals ‘Woman Vote’ en ‘Sierra Club’, die eveneens tegen de gehate kandidaat Trump ageerden, werden op z’n laatst bekend door de e-mails die tussen Soros en de campagneleider van Clinton, John Podesta, over en weer gingen. Wikileaks bracht dat aan het licht.

Getrouw aan zijn beproefde tactiek, is voor Soros de verontwaardiging van de menigte slechts een deel van zijn operatie. Parallel aan de demonstraties riep de organisatie ‘Democracy Alliance’, een stichting van Soros met de verzekeringsmagnaat Peter Lewis, vooraanstaande Democratische politici bijeen voor een crisisberaad. Daarbij waren de fractieleider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, en de invloedrijke senator Elizabeth Warren aanwezig. Op de agenda stond de planning van een ‘oorlog tegen Donald Trump vanaf dag één’, met als bedoeling om het 100-dagenplan van Trump zo mogelijk compleet te verijdelen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Dat hij ooit nog eens tot over de beide ellebogen, niet alleen in de internationale beurzen, maar ook in de politiek betrokken zou zijn, hadden de ouders van de in 1930 in een Hongaars-Joodse familie geboren György Schwartz, zoals Soros eigenlijk heet, niet kunnen voorzien. Na zijn schooltijd in Boedapest studeerde hij in Londen filosofie bij Karl Popper, wiens idee van de ‘open samenleving’ zo’n indruk op hem achterliet, dat hij naar verluidt daarom de meest beruchte Soros-ngo ‘Open Society Foundation’ noemde.

In 1956 ging Soros naar Amerika, liet de filosofie voor wat ze was en had vanaf 1968 een hedgefonds in het belastingparadijs Curaçao. De Amerikaanse financiële toezichthouder had zodoende geen controle over zijn zaken en hij hoefde geen belasting te betalen. Ook toen hij later zijn zogeheten Quantum Funds oprichtte, bleef hij het systeem trouw: Hij koos voor de Nederlandse Antillen en de Maagdeneilanden.

Hoe Soros zijn miljarden verzamelde is niet in detail bekend. Een grote slag sloeg hij echter toen hij in 2007 in samenhang met de financiële crisis, met zijn Quantum Funds een geldschip van 2,9 miljard Amerikaanse dollar binnenhaalde. In het crisisjaar 2008, waarin menigeen geruïneerd werd, harkte hij nog eens 1,1 miljard binnen. Handel met voorkennis, waaraan hij in 2006 door een Franse rechtbank in laatste aanleg schuldig bevonden werd, zal daarbij nog een van de meer onschuldige wijzen zijn geweest waarop Soros te werk ging.

Vandaag de dag wordt Soros’ vermogen op 25 miljard dollar geschat. Een fundamenteel principe van Soros speelt echter in al zijn zaken een bepalende rol: de nabijheid tot de politiek. Niet alleen staat Soros in persoonlijk contact met leidende Amerikaanse politici, hij is ook vanzelfsprekend lid in de invloedrijke ‘Council of Foreign Relations’. Daar worden de grote beslissingen over de Amerikaanse politiek voor de lange termijn en over partijgrenzen heen voorbereid, dit is dan ook de natuurlijke leefomgeving voor een speculant van wereldformaat.

Hier bevindt zich ook het gewricht tussen de private geldmachine Soros en de politiek. Het gaat daarbij niet alleen om de mogelijkheid politieke keuzes te veroorzaken die een speculatie begunstigen, maar ook om een nieuw soort oorlogsvoering, die in de afgelopen drie decennia de wereld verandert heeft. We hebben het dan over de zogenaamde Kleurenrevoluties.

Te denken valt aan de Rozenrevolutie van 2003 in Georgië. Belangrijke actoren daarin waren de CIA, het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, organisaties als het Open Society-netwerk van Soros en de man die door de staatsgreep aan de macht gebracht moest worden, de corrupte, in de VS opgeleide, met de NAVO en westerse geheime diensten vertrouwde Mikhail Saakasjvili. De ngo’s stookten protesten tegen de zittende president Eduard Sjevardnadze op, politie- en legereenheden werden geïnfiltreerd en omgekocht, de revolutie nam haar loop en de Amerikaanse marionet Saakasjvili kwam aan de macht. Zelfs de Wall Street Journal schreef dat de revolutie het werk was van “een reeks ngo’s [..], die door Amerikaanse en westerse stichtingen gefinancierd werden.” Dit is het handschrift van George Soros.

Het spreekt voor zich dat Georgië geen uniek geval was. Zo was er de Oranjerevolutie in Oekraïne. En in 2009 de staatsgreep tegen Manuel Zelaya in Honduras, in 2012 de staatsgreep tegen Fernando Lugo in Paraguay, en nog vers in de herinnering, 2016 de koude staatsgreep tegen Dilma Rousseff in Brazilië. En dat is geen uitputtende opsomming. Ook waren er nu en dan mislukte pogingen, zoals tegen Daniel Ortega in Nicaragua (waar ook Hans van Baalen als voorzitter van de Liberale Internationale een rol speelde). Ook in de Arabische Lente speelden ngo’s uit het Soros-netwerk een rol.

Oekraïne is echter wel zijn meesterwerk. Nergens is de lijst van de betrokken personen zo lang als in Oekraïne. Daar traden zowaar westerse politici op, onverhuld, figuranten uit diverse Europese landen en hoofdrolspelers als de Amerikaanse staatssecretaris Victoria Nuland. Die laatste bekende in een overwinningsroes tegenover de National Press Club: “Sedert de Oekraïne in 1991 onafhankelijk werd, hebben de Verenigde Staten meer dan vijf miljard dollar geïnvesteerd.”

Naast het geld dat de Amerikaanse overheid en diverse Europese overheden voor de Maidan uittrokken staan de miljoenen die Soros er in heeft gestopt. Alleen al de daggelden, die demonstranten betaald kregen om op het centrale plein in Kiev te blijven, vormen bij elkaar een fikse som. En dan hebben we het nog niet over de kosten voor smeergeld en propaganda gehad. Zonder had de Maidan-staatsgreep immers geen succes kunnen worden. Soros richtte dan ook nog tijdens het tumult in Kiev een ‘Ukraine Crisis Media Center’ in, waarmee diverse westerse dagbladen en publieke omroepen nauw samenwerkten. Men kan per slot van rekening de duiding van de actualiteiten niet aan het toeval overlaten.

Al met al heeft Soros een strategische slimheid die doet denken aan John D. Rockefeller. Deze had in de beginjaren van zijn oliebedrijf zo weinig scrupules in het kiezen van zijn methodes, dat men hem zelfs in het ‘Wilde Westen’ als crimineel beschouwde. Om zich in te dekken tegen de publieke opinie, engageerde Rockefeller zich op grote schaal bij sociale projecten. Aan de welwillende toekijker drong zich zo de indruk van een succesvolle zakenman en weldoener van de mensheid op. Iets dergelijks doet Soros.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.