De westerse manier van leven is in crisis, overal treden verschijnselen van verval op.Voorbeelden daarvoor zijn onder andere de negatieve demografie, de malaise in het onderwijs, stijgende criminaliteitscijfers, de vorming van parallelle samenlevingen en de toenemende dreiging van terrorisme.

Het meest recente boek van de gerenommeerde Israëlische militair historicus Martin van Creveld analyseert zonder scrupules de huidige situatie en somt de redenen op voor het hellende vlak waarop de moderne staten van de VS tot West-Europa en Israël zich naar zijn mening bevinden. De aandacht gaat daarbij specifiek uit naar de toestand van de strijdkrachten, waarbij hij profiteert van zijn goede bekendheid met de Israëlische en Amerikaanse krijgsmacht.

Softe militairen

In vijf hoofdstukken licht Van Creveld de oorzaken voor de precaire toestand toe. In de eerste plaats noemt hij de “beteugelde jeugd”. We laten jonge mensen niet volwassen worden. “Eerst schept men het begrip ‘jeugd’, vervolgens dwingt men hen die de jeugdleeftijd bereikt hebben met alle mogelijke middelen om zo lang mogelijk in dit stadium te blijven.

Ten tweede beschrijft Van Creveld hoe het leger steeds meer tot een ‘papieren tijger’ wordt, doordat het ‘gedemilitariseerd’ wordt. Na afschaffing van de dienstplicht hadden alle legers moeite om rekruten te vinden. Maar in plaats van jonge mensen met ‘militair esprit’ aan te spreken, hecht men waarde aan soft skills. Zo werft de Bundeswehr met één-persoonskamers, flat screens en koelkasten, zonder zich af te vragen welk soort jongeren daar op af komt. “Als de moderne westerse staten met opzet een opleidingssysteem hadden willen bedenken dat de jonge mannen in watjes verandert, die op ieder slagveld in de Derde Wereld zonder falen verslagen worden, dan hadden ze nauwelijks succesvoller kunnen zijn”, aldus Van Creveld.

Een derde punt is de “feminisering van de strijdkrachten”, zoals Van Creveld ook al besprak in zijn boek De bevoorrechte sekse (met name hoofdstuk 6). De lichamelijke verschillen tussen man en vrouw leiden bij inzet van gemengde eenheden op het slagveld tot gemankeerde slagkracht. Bij oefeningen raken vrouwen vaker geblesseerd en vallen ze vaker uit. Ook het moraal heeft te lijden, want vrouwen genieten privileges, komen eerder in aanmerking voor promotie en worden – gender norming zij dank – aan minder strenge normen onderworpen dan hun mannelijke kameraden.

Het vierde hoofdstuk gaat over de posttraumatische stressstoornis (PTSS) en de explosieve toename daarvan in de 20e eeuw. Creveld stelt de vraag of daaraan de idee fixe van onze samenleving niet mede debet is, dat de oorlog als zodanig slecht zou zijn voor de psyche van de deelnemers daaraan. Ook maakt de diagnose PTSS het iedere soldaat mogelijk als ziek afgelost, overgeplaatst of met een vergoeding ontslagen te worden. Tegenover deze ‘beloningen’ voor de stumperds, staan de laster en minachting die hen ten deel vallen die dapper hun dienst gedaan hebben zonder ziek te worden.

Goed en kwaad

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ten slotte noemt de auteur “de delegitimering van de oorlog”. De oorlog geldt als absoluut kwaad. En wie zou er dan als soldaat het kwaad willen dienen? Wie er niet van overtuigd is het goede te doen, voor een goede zaak te vechten, kan ook niet overwinnen. De remedie voor dit alles? Ophouden met het overdreven beschermen van kinderen, plichten weer voor rechten laten gaan, de bevoorrechting van vrouwen achterwege laten en de eer en waardigheid van soldaten niet meer aanvallen.

Van Creveld legt de vinger op de zere plek, maar zijn blikveld is af en toe wat beperkt. Zo wordt in grote delen van de westerse politiek weliswaar over oorlog als kwaad gesproken, maar dan gaat het uitsluitend om oorlogen die gevoerd worden door ‘dictators’, ‘autoritaire leiders’ en ‘schurkenstaten’.

De delegitimering van de oorlog die Van Creveld terecht te berde brengt, heeft er ook in geresulteerd dat het Westen de eigen oorlogsvoering eufemistisch aanduidt met termen als ‘militaire interventie’, ‘wederopbouwmissie’ en wat dies meer zij. Mainstream politici en media in moderne westerse staten presenteren dergelijke ‘militaire interventies’ helemaal niet als ‘absoluut kwaad’ maar juist als een doodgewoon stuk uit de politieke gereedschapskist dat ingezet kan worden om de ‘As van het Kwaad’ van ‘autoritaire leiders’ en ‘schurkenstaten’ te bestrijden.

Van Creveld heeft gelijk dat oorlog geen absoluut kwaad is, het is echter wel een inherent kwaad en mag dus alleen in geval van uiterste noodzaak ingezet worden. Veel van de twijfel van militairen of men wel voor de goede zaak vecht, vloeit wellicht ook voort uit het feit dat militaire interventies juist als een strijd tussen licht en duisternis voorgesteld worden. Wanneer militairen gewaar worden dat er het nodige af te dingen is op de gezwollen taal van politici over vrijheid en democratie en dat veel plattere motieven een voornamer rol spelen, dan mag het niet verwonderen dat dit demotiverend werkt.

N.a.v. Martin van Creveld, Wir Weicheier. Warum wir uns nicht mehr wehren können und was dagegen zu tun ist (Ares: Graz, 2017), 224 pagina’s, hardcover.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.