Martin Heidegger zei over het denken: “Het denken begint pas dan, wanneer we ondervonden hebben, dat de sinds eeuwen verheerlijkte rede de hardnekkigste tegenstrever van het denken is.” Uit dit punt vertrekt het denken van Byung-Chul Han. Hij neemt waar dat de rede in de moderniteit tot een totale vrijheid geleid heeft, die uiteindelijk de totale uitbuiting van de mens inhoudt. Zijn denken is naar eigen zeggen het waarnemen van gelijkenissen tussen verschillende dingen.

Han, die in 1959 in Seoul geboren werd, studeerde aanvankelijk metallurgie. Na een ernstig ongeluk in het laboratorium wendde hij zich tot de filosofie. De metallurgie bepaalt zijn denken echter tot op heden. Het is voor hem een soort prutsen, wat tot explosies kan leiden. En de gevaarlijkheid van het denken schaalt hij hoger in dan die van de atoombom.

Han heet een schuw mens te zijn, reden waarom er nauwelijks interviews met hem voor handen zijn. In tegenstelling tot de in zijn denken verwante Peter Sloterdijk, is Han een filosoof van de zachte klanken – geen rockster maar een soulzanger van de filosofie.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Evenals Sloterdijk ziet echter ook Han in het hiaat, de breuk van 1789, een bijzondere uitdaging voor de heden ten dage levende mens. Bij Sloterdijk zijn het De verschrikkelijke kinderen van de nieuwe tijd, die men zonder verklaring op straat heeft laten staan. Bij Han is de mens gevangen in zijn eigen vrijheid, hij is tot uitbuiter van zichzelf geworden. Beide beelden staan voor het drama van de moderne mens. In een interview met het weekblad Die Zeit gaat Han zelfs zo ver te zeggen: “We leven in een systeem, dat de vrijheid uitbuit.”

Dit is de rode draad die door Hans werk loopt. Of hij nu over de vermoeide samenleving (of in het Duits eigenlijk de ‘vermoeidheidssamenleving’), de ‘transparantiesamenleving’ of de ‘redding van het schone’ schrijft – steeds is het niet in staat zijn van de moderne mens om de verworven vrijheid positief te gebruiken de grondtoon van zijn spreken.

Dat is niet zelden zware kost – zowel voor de studenten van de aan de Universiteit van de Kunsten in Berlijn docerende hoogleraar als voor zijn gesprekspartners. Die laatsten bevalt het niet altijd wat hij te zeggen heeft. Of ze hebben hem niet eenvoudig niet begrepen. Want Han wil met zijn kritiek op de totale transparantie en verzachting van alle maatstaven, waardoor de moderne maatschappij beheerst wordt, slechts beschrijven wat voor handen is.

Gevaarlijke overmaat aan positiviteit

Dat is in Hans ogen een overmaat aan positiviteit. Ook hier zien we parallellen met Sloterdijks werk, en wel in het bijzonder met zijn ‘zivilisationsdynamische Hauptsatz’: “Im Weltprozess nach dem Hiatus werden ständig mehr Energien freigesetzt, als unter Formen überlieferungsfähiger Zivilisierung gebunden werden können.” Hierdoor is de mens dan niet meer in staat zich te oriënteren en de houvast in de wereld te vinden, die hij voor de verzekering van zijn bestaan nodig heeft.

Hij zinspeelde daarmee op de blijdschap van een jonge vrouw, die in de opening van een Primark-filiaal in haar woonplaats de vervolmaking van haar leven zag. Han ziet daarin een symptoom van het neoliberalisme. Het zou echter een vergissing zijn, Han te reduceren tot zijn kritiek op het neoliberalisme. Zijn kritiek richt zich niet op de oorzaak, maar veeleer op de gevolgen. Hij ziet de mens als verplicht iets te veranderen. Als het licht toeneemt, neemt ook de duisternis toen en daar moet men mee leven, zo stelde hij in een interview met Gert Scobel op de tv-zender 3sat. Voor Han komt het er op aan hoe men er mee leeft.

De facto weet de moderne mens niet te zeggen, waarvan hij zich zou willen bevrijden als hij het kon. De meerderheid van de mensen in de westerse vermoeidheidsmaatschappijen vergaat het zo goed, dat ze zich niet voor kunnen stellen hoeveel beter het hen zou kunnen vergaan, wanneer ze hun vrijheid zinvol zouden gebruiken. Han spitste dit in het hiervoor al aangehaalde interview met Die Zeit op de vraag toe: “Waarom zou ik er bezwaar tegen maken, als Primark komt en mijn leven volmaakt wordt?” Om om te kunnen gaan met de wereld heeft de mens naar Hans begrip noodzakelijkerwijs het voor handen zijn van negativiteit nodig. “Waar de negativiteit wijkt voor de overmaat aan positiviteit, verdwijnt ook de nadruk van de vrijheid, die dialectisch aan de negatie van de negatie ontspringt.” Zo beschikt de moderne mens niet meer over capaciteiten – intellectuele nog minder dan materiële -, die het hem mogelijk zouden maken, het drama van zijn bestaan te doorgronden en op te lossen.

Tot nu toe zijn drie van Hans essays in het Nederlands vertaald, die inmiddels ook samengebracht zijn in één uitgave.

Tot nu toe zijn drie van Hans essays in het Nederlands vertaald en inmiddels ook samengebracht in één uitgave.

Naast filosofie heeft Han ook germanistiek en katholieke theologie gestudeerd. Beide disciplines drukken een stempel op zijn werk. Steeds weer komt hij in zijn publicaties te spreken over Rilke of Goethe, Augustinus of Gershom Scholem. Het zijn echter niet slechts de auteurs en hun werken, die zijn denken stempelen, maar ook hun object. Han filosofeert trouwens ook in het Duits. Zijn werken moeten tegenwoordig in het Koreaans terug vertaald worden.

Evenals Heidegger ziet hij in het Duits een grotere mogelijkheid voor de filosofie dan in andere talen. Het goddelijke, het object van de theologie, is voor hem het sjabloon voor de verhouding van de mens tot de hem omgevende wereld. Wanneer Han in De vermoeide samenleving erover schrijft, dat de mens vandaag de dag “Herr und Souverän seiner selbst” geworden is, dan komt hij daarmee dicht bij Nicolás Gómez Dávila’s begrip van democratie als “antropotheïstische religie”. De mens neemt de mens als god aan, er heerst totale gelijkheid. Han is hopelijk niet de laatste die zijn misnoegen daarover zo krachtig uitdrukking verleent.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.