Terwijl parlementsverkiezingen zijn aangekondigd voor eind april of begin mei, neemt de verdeeldheid in de Griekse politiek steeds verder toe. Eerder beschreven we al hoe de sociaaldemocraten in de peilingen slonken van meer dan 40 naar circa 10 procent en hoe vooral extreem-linkse partijen hiervan profiteren.
Zo’n 22 leden van de sociaaldemocratische PASOK hebben niet ingestemd met de bezuinigingsmaatregelen die nodig waren voor de tweede bail-out door de Trojka van EU, ECB en IMF en zijn door hun fractie geschorst, zes van hen hebben zich inmiddels aangesloten bij de nieuwe socialistische partij DIMAR, die in de laatste peiling 16% van de stemmen haalt. Enkele anderen vormden de socialistische partij PARMAP, die in de peilingen echter niet verder komt dan 3 procent. Onder de 22 was ook de voormalige Minister van Ontwikkeling en Arbeid, Louka Katseli, die zegt te werken aan de oprichting van een nieuwe centrum-linkse partij, ogenschijnlijk om daarmee de achteruitboerende PASOK te vervangen.
De andere partij in de tijdelijke regering, het centrum-rechtse ND, slaagt er echter niet in te profiteren van de teloorgang van de sociaaldemocraten, in de peilingen leidt de partij een licht van verlies en wordt met zo’n 28% waarschijnlijk de grootste partij, gevolgd door de socialistische DIMAR (16%), het radicaal-socialistische SYRIZA (12%) en pas daarna de sociaaldemocratische PASOK (11%), verder is er nog de communistische KKE die tevens 11% zou halen en slagen mogelijk de Groenen er nog in enkele zetels te behalen. Mogelijk treedt met de oprichting van een nieuwe partij door Katseli nog een verdere versnippering op van de linkse stem. Het is voor het eerst in dertig jaar dat de sociaaldemocratische PASOK niet bij de twee grootste partijen behoort.
Al met al is de kans groot dat de grootste partij niet in haar eentje een regering zal kunnen vormen. Het zal daardoor erg moeilijk worden een levensvatbare regering te formeren. Zoals de peilingen er nu uitzien, ligt het voor de hand dat de centrum-rechtse ND na de verkiezingen PASOK, DIMAR en/of de nieuwe partij van Katseli zal willen betrekken. Ook de toekomstige regering zal echter nog bezuinigingsmaatregelen moeten door voeren, wat mogelijk opnieuw niet op de instemming van sommige van de betrokken parlementsleden zal kunnen rekenen.
Met het oog op het slechte presteren van de grote partijen in de peilingen en de opkomst van extreem-links, stuurden de regeringen van Duitsland, Nederland en Finland er op aan dat ook de kleinere partijen in het Griekse parlement ook hun handtekening onder de overeenkomst voor de tweede bail-out zouden zetten. Deze eis, die in feite iedere zin aan de komende parlementsverkiezingen zou ontnemen, heeft het uiteindelijk niet gehaald, maar heeft wel veel kwaad bloed gezet onder Griekse politici.

De Griekse president reageert, omringd door hoge militairen, afwijzend op Duitse suggesties dat Griekenland een deel van zijn soevereiniteit moet opgeven.
De politieke instabiliteit en de ingrijpende Europese bemoeienis met Griekenland hebben er reeds toe geleid dat de Griekse sociaaldemocratische president Karolos Papoulias via zegslieden in het afgelopen half jaar tegenover diverse media heeft laten doorschemeren dat hij reeds overleg heeft gevoerd met hooggeplaatste militairen over een mogelijke militaire staatsgreep om de Griekse soevereiniteit veilig te stellen. In het geval van een, overigens onwaarschijnlijke, succesvolle militaire staatsgreep zou Griekenland uit de Europese Unie gezet kunnen worden, omdat dit zich niet verdraagt met het verdrag. Van 1967 tot 1974 werd Griekenland reeds door een, door de Amerikaanse CIA gesteunde, militaire junta geregeerd, die bekend werd als het ‘kolonelsregime’. Het kolonelsregime wordt ook wel verantwoordelijk gehouden voor de escalatie van de Cypriotische crisis in de jaren ’70, die leidde tot de Turkse bezetting van Noord-Cyprus.






