Toen Griekenland in augustus het euro-reddingsprogramma verliet, gaven de andere eurolanden en het Internationale Monetaire Fonds het land een financiële buffer van 24 miljard euro mee. Deze reserve kon echter wel eens sneller wegsmelten dan tot nu toe aangenomen. 

Hoe fragiel de economische situatie van Griekenland nog altijd is, bleek vorige maand, toen aan de Atheense beurs de aandelenkoersen van de vier voor Griekenland als systeemrelevant geldende banken Piraeus Bank, Eurobank, Alpha Bank en Nationale Bank plotseling kelderden. De grootste bank van Griekenland, de Piraeus Bank, werd het hardste getroffen. De aandelen van de financiële instelling boetten meer dan een vijfde van hun waarde in.

Na de korte en snelle daling zei vice-premier Giannis Dragasakis tegenover de zender ERT: “Hier zijn speculanten aan het werk.” Minister van Financiën Efklidis Tsakalotos verwees op zijn beurt naar de onrust in verband met Italië.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Slechte leningen

In werkelijkheid gaat het echter in de eerste plaats om een probleem in Griekenland zelf. Halverwege dit jaar hadden de Griekse banken noodlijdende kredieten met een volume van 88,6 miljard euro op hun balansen. Ter vergelijking: Het Bruto Binnenlands Product van Griekenland beliep in 2017 circa 200 miljard dollar. De ‘slechte leningen’ maken 47,6 procent van het totale volume aan leningen van de banken uit. Het Griekse bankensysteem moet daarmee feitelijk als insolvent gezien worden. Daarmee vallen de banken echter ook als kredietverstrekker voor de Griekse economie uit.

Achtergrond van het probleem met noodlijdende bankkredieten is het massieve krimpen van de Griekse economie sinds het uitbreken van de schuldencrisis in het jaar 2010. In vergelijking met de tijd voor de crisis zijn de economische prestaties van het land met ongeveer een kwart gekrompen. Pas sinds 2017 meldt Athene weer mondjesmaat economische groei.

Spoedzitting Griekse kabinet

Premier Alexis Tsipras riep na de afdaling van de bankaandelen een spoedzitting van het kabinet bijeen. Volgens het bureau van de Griekse premier werd daar besloten tot een “interventieplan”, daar werden echter geen verdere details over gegeven. Griekse media berichten inmiddels over het voornemen een zogenaamde ‘slechte bank’ op te richten. Daar zouden de grote Griekse banken dan hun problematische kredieten onder kunnen brengen om zo hun balans te ontlasten. Denkbaar is dat deze ‘slechte bank’ dan aan zeer speculatieve investeerders ramsj-aandelen verkoopt.

Andere bronnen meldden dat het euro-reddingsfonds ‘Europees Stabiliteitsmechanisme’ (ESM) en het verband van Griekse banken samen aan een hulpplan voor de banken zouden werken. Het ESM, de grootste schuldeiser van Griekenland, weersprak deze berichten echter.

Terugkeer op de kapitaalmarkt

De Griekse regering ziet zich door de opnieuw oplaaiende bankencrisis met een dilemma geconfronteerd. Ze zal nu op korte termijn moeten kiezen tussen het redden van de banken en de oorspronkelijk beoogde terugkeer op de kapitaalmarkt. Een hulpplan voor de banken zal namelijk niet kunnen functioneren zonder geld van de Griekse staat of tenminste garanties van de staat. Daarbij zouden de mededingsautoriteiten van de EU moeten nagaan of het om toelaatbare staatssteun gaat. De grote banken van het land zijn in de loop van de afgelopen jaren reeds meermaals geherkapitaliseerd.

Griekenland zelf heeft bij de afsluiting van het hulpprogramma nog eens 15 miljard euro ontvangen. Alles bij elkaar worden de financiële reserves van Athene daarmee op 24 miljard becijferd. De internationale geldschieters hadden oorspronkelijk gedacht dat Griekenland zich hiermee desnoods bijna twee jaar zelf zou kunnen financieren. Aangezien Griekenland tot eind 2019 schulden van circa 15 miljard af moet lossen, is de financiële speelruimte van Athene gering. Bovendien slinken Griekenlands kansen om zich op de kapitaalmarkt aanvullend geld te verschaffen.

Staatsobligaties

In augustus hoopte de regering nog op de emissie van nieuwe tienjarige staatsobligaties. Minister van Financiën Tsakalotos had tegenover investeerders in Boston en New York zelfs flink de trom geroerd voor de nieuwe Griekse obligaties. Nu laat het echter op zich wachten en wordt in toenemende mate onrealistisch. Op korte termijn zijn de opbrengsten van Griekse staatsobligaties weer boven de vijf procent gestegen. Het opvlammen van de bankencrisis wekt bovendien nieuwe twijfel aan wat de bankenstresstest van de Europese toezichthouders nou helemaal zegt.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.