Om de vraag hoe we kunnen ontkomen aan het globalisme te beantwoorden is het van belang om een helder begrip te hebben van wat globalisering en globalisme zijn. Alleen zo kunnen we ook helder gedefinieerde en realistische alternatieven formuleren.

De termen globalisering en globalisme zijn in de tweede helft van de twintigste eeuw opgekomen en houden ons aan het begin van de eenentwintigste alleen maar meer bezig. Je zou echter kunnen zeggen dat een van de eerste stadia van de globalisering zich al aan het eind van de vijftiende eeuw voltrok met de ontdekking van Amerika.

Van transcontinentale naar intercontinentale handel

De ontdekking van Amerika vond zoals bekend per ongeluk plaats, doordat Christoffel Columbus op zoek was naar een alternatieve route naar Azië, namelijk via het westen. Men wist immers dat de aarde een bol was, oftewel een globus. Het eerste stadium van de globalisering was dan ook de realisatie dat men zich op een globus bevond. Een volgende stadium was de effectieve poging om van deze wetenschap gebruik te maken in een poging de wereldoceaan over te steken naar Azië. Tot dan toe hadden Portugese zeevaarders geprobeerd om rond Afrika naar Azië te varen, maar steeds met de kust in zicht. Dit alles werd aangedreven door de Ottomaanse verovering van Constantinopel en de disruptie van de Zijderoutes die dit met zich meebracht.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Interlokaal

Tot dan toe waren de zijde, kruiden, specerijen en allerlei andere goederen immers via deze route van Azië via het Midden-Oosten naar Europa en vice versa verhandeld. Het kenmerkende van deze route was dat de handel steeds in etappes verliep. Anders dan in de hedendaagse intercontinentale handel over zee, waarin schepen zich bijvoorbeeld vanuit Oost-Azië naar Rotterdam begeven om daar hun gehele vracht te lossen, werd de transcontinentale handel van die tijd gekenmerkt door een zekere verdeling in etappes. Goederen gingen van de ene stad naar de andere, waarbij een deel van de goederen geruild werd voor andere goederen, goederen tijdelijk opgeslagen werden, goederen verder verfraaid werden om doorverhandeld te worden enzovoort.

Voorwaarde voor de globalisering

Deze ‘stapeling’ die in de transcontinentale handel voor de hand lag, ligt in de intercontinentale handel veel minder voor de hand, om de simpele reden dat men bij het oversteken van de oceaan niet of veel minder tussenstations tegenkomt. We zien hier dus dat de intercontinentale handel en het toenemende belang daarvan een voorwaarde zijn voor de globalisering. Verder zien we dat deze intercontinentale handel niet het (inter)lokale karakter van de oude transcontinentale handel heeft. Goederen (en later ook diensten) gaan ‘in één ruk’ van de ene kant van de wereld naar de andere, waar ze voorheen over meerdere schijven gingen. Dit is een belangrijk element in de beleving van de globalisering, met steekwoorden als vervreemding, ontworteling en kosmopolitisme.

De opkomst van Amerika

Uit de ontdekkingsreizen komt vervolgens de kolonisatie voort. Een aantal kolonies in Noord-Amerika verzelfstandigen zich als Verenigde Staten van Amerika en dit land zal uitgroeien tot een grootmacht. Het wordt zelfs een dermate sterke grootmacht dat het sterk genoeg is om voormalige kolonisatoren als Spanje en Engeland de wacht aan te zeggen en uit diverse gebieden te verdringen. Door aan de Eerste Wereldoorlog deel te nemen, verlengen de Amerikanen dit conflict in Europa met desastreuze gevolgen voor de Europese wereldmachten. Hier wordt de weg ingezet naar de wereldhegemonie van de VS. Met markeringspunten als het loslaten van de goudstandaard, de afspraken van Bretton Woods en het uiteindelijk weer loslaten daarvan.

Er is eerst nog een interludium in de vorm van de Koude Oorlog, waarin het continent Europa twee hegemonen kent. Het oosten valt onder de hegemonie van de Sovjet-Unie en het westen onder de hegemonie van de VS. Na de Koude Oorlog blijven de Verenigde Staten dan als enige supermacht over. De culturele, economische, politieke en militaire hegemonie van de VS doen zich nu wereldwijd gelden.

Trans-Atlantische dispositie

West-Europa en later ook Midden- en delen van Oost-Europa zijn in de twintigste en eenentwintigste eeuw steeds verder verstrikt geraakt in het globalisme, door een trans-Atlantische dispositie die al ouder is. We kunnen dan ook niet aan het globalisme ontkomen, zonder deze trans-Atlantische dispositie te adresseren. Het globalisme zoals we dat vandaag de dag kennen, bestaat in de mondiale hegemonie van de Verenigde Staten, niet alleen op militair, maar ook op politiek, economisch en cultureel gebied.

Het is dan ook problematisch als krachten in Europa die verbaal tegen het globalisme ageren tegelijk hun hoop vestigen op krachten in Amerika. Er kan dan wel een president in het Witte Huis zetelen die op bepaalde punten sympathie wekt bij critici van het globalisme, ondertussen staat hiermee de Amerikaanse wereldhegemonie niet ter discussie.

Nationale soevereiniteit

Daar komt bij dat voor een wereldmacht als de Verenigde Staten een beperkte terugtrekking op de eigen ‘natiestaat’ wellicht nog reëel is. Nationalisten in diverse Europese landen kunnen daarentegen wel ronkende retoriek over nationale soevereiniteit bezigen, maar moeten nog maar zien of hun eigen natiestaat wel genoeg gewicht in de schaal legt om ook effectief en niet slechts formeel over nationale soevereiniteit te beschikken. Ook wanneer een natiestaat de Europese Unie verlaat, beschikt hij niet zonder meer over effectieve soevereiniteit.

Concrete alternatieven

Voor Europese, rechtse, antiglobalistische krachten is het kortom van belang na te denken over concrete en realiseerbare alternatieven voor het globalisme oftewel voor de Amerikaanse wereldhegemonie. We moeten inzien dat we niet tegelijk aan het globalisme kunnen ontsnappen en een trans-Atlantische dispositie handhaven. Europa of een individuele Europese natiestaat ontkomt niet aan het globalisme, zonder te ontsnappen aan de Amerikaanse hegemonie. En men ontkomt niet aan de ene hegemonie zonder die te vervangen door een ander. Een vacuüm kan in dezen niet bestaan of hooguit tijdelijk in een anarchische situatie. Een zwakke natiestaat belandt uiteindelijk altijd in de invloedssfeer van deze of gene wereldmacht. De vraag die we ons dus moeten stellen, is wie de hegemoon moet zijn in Europa: Frankrijk, Duitsland, Rusland of een vorm van Europese eenheid waarin de makken van de een gecorrigeerd worden door de ander en vice versa?

Continentalisme

Breken met het globalisme betekent breken met het Atlanticisme, dus breken met Amerika. Het alternatief is een Europees continentalisme, waar Rusland sowieso een rol in zal moeten spelen. Hoewel het niet eenvoudig zal zijn onder de koepel van Amerikaanse bevoogding uit te komen, zal een hernieuwde continentale dispositie van Europa ook grote kansen scheppen. Kansen voor vruchtbare samenwerking met Rusland, maar ook voor pragmatische economische betrekkingen met China, die in ieders voordeel kunnen zijn. En wat ligt meer voor de hand dan een soort Monroe-doctrine voor het oostelijk halfrond? Als de VS zich onthouden van militaire interventies en regime changes in het Midden-Oosten en in Afrika, schept dat betere voorwaarden voor stabiliteit in die regio’s. Zo kunnen landen in die delen van de wereld in de eerste plaats belangrijke handelspartners voor Europa worden, in plaats van leveranciers van immigranten.

Foeteren op de globalisering en het globalisme, over de immigratieproblemen en ‘de islam’, over die gekke Amerikaanse liberals met hun identity politics, het is allemaal begrijpelijk, maar het schiet ook tekort. Het blijft aan de oppervlakte. Het is hard nodig dat we serieus gaan nadenken over alternatieven voor de McWorld. Er is moed en doortastendheid voor nodig om in ons denken los te komen van de Amerikanismen waarmee we opgegroeid en vertrouwd zijn, maar dit is wel nodig om werkelijk te kunnen ontkomen aan het globalisme.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.