150 jaar geleden bracht de Luxemburg-crisis Europa aan de rand van een oorlog. Ze schudde de verhouding tussen Frankrijk en Pruisen op, die nog geen half decennium later oorlog met elkaar zouden voeren, en bracht Luxemburg een “eeuwige neutraliteit”.

Net als zijn befaamde oom, steunde de heerschappij van Napoleon III, keizer der Fransen, niet zozeer op droit divin als op instemming van de natie. Van deze instemming meende de keizer zich te moeten verzekeren door regelmatige successen in het buitenlandbeleid. Dat leidde tot een actief, offensief, agressief, expansief, interventionistisch en imperialistisch buitenlandbeleid.

Ofschoon Napoleon III net als zijn oom een kind van de Revolutie was, had hij toch klassiek-Franse opvattingen over de Rijn. Dat was niet Duitslands rivier, maar net als de Pyreneeën een natuurlijke grens van Frankrijk.

Zodoende had Napoleon III al voor de Duits-Duitse oorlog van 1866 op 12 juni van dat jaar in het geheim een verdrag met Oostenrijk gesloten, dat in het geval van een nieuwe ordening van Duitsland na de verwachte Oostenrijkse overwinning in de voorzienbare oorlog met Pruisen, de Pruisische gebieden rond de Rijn veranderd zouden worden in een de jure onafhankelijke Franse satellietstaat.

Nu kwam het weliswaar daadwerkelijk tot de verwachte oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk, maar anders dan verwacht won niet Oostenrijk maar Pruisen, en zodoende had Frankrijk nu primair met Pruisen te onderhandelen over de ordening na de oorlog. Begrijpelijkerwijs kon Frankrijk moeilijk van het overwinnende Pruisen verlangen dat het zijn gebieden rond de Rijn af zou staan.

Enkele bondgenoten van het verliezende Oostenrijk, Beieren en Hessen Darmstadt hadden echter ook gebieden op de linker Rijnoever. Frankrijk liet Pruisen schriftelijk weten hier belangstelling voor te hebben. De Pruisische minister-president Otto von Bismarck was echter niet bereid om de gebieden op de linker Rijnoever op te offeren voor Pruisisch-Franse vriendschap. In plaats van in te gaan op de wensen van de Fransen, stelde hij de Zuid-Duitsers er van op de hoogte, die daarop geschokt Pruisen om bescherming vroegen tegen het Franse imperialisme.

Om Frankrijk toch een beetje te vriend te houden, wees hij de Franse drang naar de Rijn echter niet fundamenteel af. Hij probeerde veeleer deze drang af te leiden naar gebieden die hij tot de Franse cultuurkring rekende. De Fransen konden zich daar in principe wel in vinden. Het verwerven van Belgisch territorium was voor Frankrijk niet zo eenvoudig. De Britten vonden het namelijk van groot belang dat de kust tegenover de monding van de Theems niet in handen kwam van een andere zeevarende grootmacht, die bij gelegenheid eenvoudig de monding van de Theems af zou kunnen sluiten. Derhalve had het Verenigd Koninkrijk na de Belgische opstand van 1830 in twee Londense conferenties de neutraliteit en onafhankelijkheid van België door de Europese grootmachten laten garanderen.

Luxemburg was daarentegen minder problematisch. Het ging om een staat zonder kust, waarvan de neutraliteit noch de onafhankelijkheid internationaal gegarandeerd was. “Eenmaal in Luxemburg, zijn we op weg naar Brussel”, grolde graaf Vincent Benedetti, de Franse ambassadeur in Berlijn. De Luxemburgse groothertog Willem III, in personele unie koning der Nederlanden, bevond zich in geldnood en was bereid zijn groothertogdom aan de Fransen te verkopen. De Nederlandse regering stond ook positief tegenover de voorgenomen beëindiging van de personele unie, waarbij men allicht ook de verwikkelingen van de Duits-Deense oorlog van 1864 in het achterhoofd had – daarin ging het immers ook om een personele unie.

Ook Bismarck kon zich vinden in een Frans Luxemburg, want voor hem was het groothertogdom qua nationaliteit en taal eerder Frans dan Duits. Hij wist echter ook dat de Duitse nationale beweging dat anders zag en zodoende vroeg hij van de Franse zijde om discreet met Willem III te onderhandelen en als men het eens was de wereld en ogenschijnlijk ook Bismarck voor een voldongen feit te stellen.

De Fransen volgden Bismarcks advies op. Enkele dagen nadat de onderhandelingen van Napoleon III met Willem III begonnen waren, op 19 maart 1867, publiceerde het Pruisische staatsblad de Pruisische bondgenootschappen met de Zuid-Duitse staten. Bismarcks deed dit met het oog op het Duitse toneel, maar Willem III interpreteerde het als dreiggebaren.

De Duitse Bond, waarvan de stad Luxemburg een vesting was geweest, was weliswaar reeds in 1866 in de Duits-Duitse oorlog ten onder gegaan, maar vanuit die tijd waren er nog altijd Pruisische troepen in de vesting gelegerd. Willem deinsde er voor terug de grote buur in het oosten voor een voldongen feit te stellen. Tegen Frans advies in stelde Willem III op 26 maart 1867 langs officiële diplomatieke weg de Pruisische koning op de hoogte van de onderhandelingen en verzekerde hem ervan, dat hij in de kwestie niets buiten hem om wilde doen.

Daarmee was precies gebeurd, wat Bismarck had willen voorkomen: Pruisen moest kleur bekennen. Bismarck stond nu voor het blok om openlijk ofwel met Napoleon III dan wel met de Duitse nationale beweging te breken. Bismarck koos tegen Napoleon III. Op 3 april 1867 beantwoordde hij de mededeling van Willem III telegrafisch met het dringende advies van verkoop af te zien, omdat “oorlog na de opwinding in de publieke opinie nauwelijks te voorkomen zou zijn, als de transactie door zou gaan”.

Willem III volgde het advies op. Napoleon III zag het officiële nee van Bismarck na zijn eerdere officieuze ja als verraad. Het vertrouwen tussen de twee was danig verstoord. De sprong van Pruisen over de rivier de Main en een klein-Duitse vereniging onder Pruisische leiding zonder Franse weerstand was daarmee uitgesloten.

Destijds, in het voorjaar van 1867, kwam het echter niet tot oorlog. Het Franse keizerrijk en het leger moesten eerst recupereren van de Franse interventie in Mexico. Daarnaast kon de op 1 april geopende prestigieuze Parijse Wereldtentoonstelling niet door een oorlog met het buurland overschaduwd worden. Ook Bismarck wilde de Noord-Duitse Bond en de bondgenootschappen met de Zuid-Duitse staten niet meteen op de proef stellen.

Onder deze omstandigheden bood een internationale conferentie uitkomst. Na de Belgische opstand hadden de grootmachten in Londen een oplossing voor de toekomst van het land gevonden; het lag voor de hand om voor Luxemburg iets dergelijks te doen. Engeland nam het initiatief, maar Willem III kreeg de eer om tot de conferentie uit te nodigen toebedeeld, aangezien het om zijn groothertogdom was begonnen.

Van 7 tot 11 mei beraadslaagde de Londense conferentie over Luxemburg. Alle Europese grootmachten waren er weer bij. Ditmaal waren er echter behalve de klassieke vijf grootmachten van de Pentarchie ook de zes jaar daarvoor opgerichte Italiaanse natiestaat van de partij. Verder was Luxemburg vertegenwoordigd en België.

Hoofduitkomst van de conferentie was, dat de Fransen Luxemburg niet kochten, maar dat de Nederlandse koning groothertog van Luxemburg bleef. Ook bleef de staat lid van de Duitse douane-unie. Daar stond tegenover dat Pruisen zijn garnizoen uit de vesting terugtrok en de vestingwerken ontmanteld werden. Naar Belgisch voorbeeld werd Luxemburg neutraal en onafhankelijk verklaard en werd zowel de “eeuwige neutraliteit” als de onafhankelijkheid gegarandeerd door Frankrijk, Engeland, Pruisen, Oostenrijk en Rusland.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Anders dan in het geval van België enkele decennia daarvoor, was het ditmaal vooral Pruisen dat op een internationaal gegarandeerde neutraliteit en onafhankelijkheid had aangedrongen. Na de verslechtering van de Pruisisch-Franse betrekkingen door de Luxemburg-crisis wou Bismarck begrijpelijkerwijs voorkomen dat er alsnog een Frans Luxemburg zou ontstaan. Zonder Pruisische troepen en met een ontmantelde vesting zou het microstaatje echter tamelijk hulpeloos zijn geweest tegenover Frankrijk zonder internationale garanties.

Engeland was anders dan destijds in het geval van België minder gebrand hierop. De Britten hadden weinig belang bij de kwestie en de toenmalige regering volgde eerder een isolationistisch dan een interventionistisch beleid. Door de Reform Act van 1867, die het kiesrecht hervormde waardoor het aantal kiesgerechtigden was verdubbeld, had ze in eigen land al genoeg te doen. De Britten zorgden zodoende voor een opmerkelijk onderscheid tussen de garanties voor België en Luxemburg. Terwijl in het geval van België alle grootmachten voor zich de neutraliteit en onafhankelijkheid garandeerden, ging het in het geval van Luxemburg slechts om een collectieve garantie.

Van Britse zijde werd dat zo geïnterpreteerd dat hun land alleen in actie hoefde te komen samen met andere grootmachten. Aangezien het echter in de rede lag dat een schending van de neutraliteit of onafhankelijkheid ofwel in Pruisisch dan wel in Frans voordeel zou zijn, was niet te verwachten dat er ooit collectief tot actie overgegaan zou kunnen worden. De Britse premier Edward Geoffrey Smith-Stanley trok daaruit de conclusie dat op grond van de collectieve garantie zijn land bij een schending ongetwijfeld het recht had om oorlog te voeren, maar niet noodzakelijk de plicht. Op 14 juni 1867 verklaarde hij in het Lagerhuis: “It would, no doubt, give a right to make war, but not necessarily impose the obligation.”

Zo bezien heeft het iets komisch, dat het in 1914 uitgerekend het door Bismarck in 1871 gegrondveste Duitse Rijk was, dat met zijn invasie het Verdrag van Londen schond en dat de Britten zich daarover opwonden tot ze later aan de oorlog deel zouden nemen. Nadat Duitsland ook in de Tweede Wereldoorlog de neutraliteit van onafhankelijkheid van Luxemburg genegeerd had, werd in 1948 formeel de vanaf 1867 bestaande “eeuwige neutraliteit” opgeheven. Zo kwam de weg vrij om toe te treden tot de NAVO.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.