100 jaar geleden werd het Bauhaus opgericht. Het zou de wereldwijd beroemdste onderwijsinstelling voor vormgeving, architectuur en kunst worden. Er bestaan echter ook de nodige mythes over het Bauhaus. 

Op 12 april 1919 wees de regering van de Vrijstaat Saksen-Weimar-Eisenach het verzoek toe om de fusie van de voormalige Groothertogelijke Hogeschool voor Beeldende Kunst en de voormalige Groothertogelijke Ambachtsschool de naam ‘Staatliches Bauhaus in Weimar’ te verlenen.

De naam Bauhaus had de oprichtingsdirecteur Walter Gropius bedacht. Zijn instituut groeide uit tot de wereldwijd beroemdste onderwijsinstelling voor vormgeving, architectuur en kunst. Afgezien van de naam zijn er echter weinig constanten in het fenomeen Bauhaus.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Kunst en handwerk

In eerste instantie verkondigde Gropius de nieuwe eenheid van kunst en handwerk. Na het ‘pre-cursus’ genoemde proef-semester sloten de leerlingen zich bij een van de werkplaatsen aan. Die werden ieder geleid door een voor de handwerkopleiding verantwoordelijke Werkmeister en een voor de artistieke kant verantwoordelijke Formmeister. Bijvoorbeeld de meubelwerkplaats, de weverij of de metaalwerkplaats. Gropius stelde gerenommeerde kunstenaars als Wassily Kandinsky en Paul Klee aan als Formmeister. Wat en hoe ze leerden, liet hij aan hen over. Een centrale figuur in de vroege jaren was Johannes Itten, bedenker en leider van de pre-cursus. Zijn tijdperk wordt het ‘expressionistische’ Bauhaus genoemd.

Theo van Doesburg en De Stijl

Theo van Doesburg

Ongevraagd zorgde de Nederlander Theo van Doesburg voor een koerscorrectie van het Bauhaus. Hij propageerde de door schilders, ontwerpers en architecten opgerichte beweging ‘De Stijl’, die de wereld opnieuw vorm wilde geven op basis van het vierkant en de primaire kleuren. Doesburg hield in 1921 en 1922 cursussen in Weimar, waarin de basis van functioneel ontwerp overgebracht werd. Dit keerde zich tegen Ittens “irrationele” opvattingen. De colleges werden goed bezocht door jonge studenten. 

Kunst en techniek

Vanwege toenemende meningsverschillen met Gropius verliet Itten in 1923 het instituut. Zijn opvolger was László Moholy-Nagy. Hij en Gropius zorgden met het oog op industriële productie voor een heroriëntatie onder het motto “Kunst en techniek – een nieuwe eenheid”. Dit demonstreerde het Bauhaus op zijn in 1923 gehouden expositie. Dit maakte het opleidingsinstituut internationaal bekend.

Maar Klee constateerde nuchter: “Ons draagt geen volk.” De nieuwe conservatieve regering van Thüringen, waarin de vrijstaat inmiddels opgegaan was, was al evenmin enthousiast. In september 1924 zegde de regering de contracten met de directeur en de meesters per 31 maart 1925 op.

De school als bedrijf

Op initiatief van Oberbürgermeister Fritz Hesse (SPD) verhuisde het Bauhaus in 1925 naar Dessau, in de Vrijstaat Anhalt, waar het in het jaar daarop de status van hogeschool verleend werd. Om niet volledig van financiering door de stad afhankelijk te zijn, richtte Gropius de Bauhaus GmbH op. Deze besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid zorgde voor de verkoop en de licentieverstrekking voor de in de werkplaatsen ontwikkelde meubels, lampen, tapijten- en stofmonsters. Zo ontstond een hybride vorm: het Bauhaus was een school en een bedrijf ineen.

‘Volksbedarf statt Luxusbedarf’

Toen Gropius in 1928 terugtrad, kreeg Hannes Meyer op zijn voorstel de leiding van het Bauhaus. Hij pleitte voor meer aandacht voor de behoefte van gewone mensen onder de leuze ‘Volksbedarf statt Luxusbedarf’. Meyer en een deel van de studenten hingen het communisme aan. Zodoende werd Meyer door sommige Bauhaus-leraren  zwart gemaakt bij de Oberbürgermeister. Dit leidde in 1930 tot zijn ontslag als directeur.

Gestapo doorzoekt school

Ludwig Mies van der Rohe nam zijn plaats in. Deze schafte de pre-cursus af, sloot de productiewerkplaatsen en beperkte het Bauhaus tot de opleiding van architecten. Dit weerhield echter de inmiddels tot sterkste kracht in de gemeenteraad uitgegroeide NSDAP er niet van, om in 1932 voor de sluiting van het Bauhaus te zorgen. Mies zette het Bauhaus in een voormalige telefoonfabriek in Berlijn als privé-instituut voort. Op 11 april 1933 doorzocht de Gestapo het gebouw en arresteerde in eerste instantie 32 studenten. Op 20 juli besloten de leraren het Bauhaus te ontbinden.

Bauhaus en de nazi’s

Hoe verhield de Bauhaus-school zich tot het nationaal-socialisme en andersom? Velen emigreerden of trokken zich terug uit het publieke leven. Anderen verdwenen vanwege hun Joodse afkomst of politieke gezindheid in concentratie- of vernietigingskampen. Er waren er echter ook die opportuniteiten zagen in het nazi-bewind. Zo was Bauhaus-student Fritz Ertl in het concentratiekamp Auschwitz als plaatsvervangend leider van de SS-Zentralbauabteilung werkzaam.

‘Ontaarde kunst’

De kunstenaars die bij het Bauhaus hoorden werden door de nationaal-socialisten strikt afgewezen. De nazi’s hadden niets op met de werken van Itten, Kandinsky en Klee, die zij als ontaarde kunst beschouwden. Of de nazi’s daarmee het beoogde doel bereikt hebt, valt te betwijfelen, want vandaag de dag geldt dit etiket juist als kwaliteitsmerk.

Architectuur en propaganda

Anderzijds hadden de nationaal-socialisten geen bezwaar tegen moderne vormgeving en architectuur, voor zover dit hun doelen diende. Er waren dan ook genoeg Bauhaus-figuren die hier gebruik van maakten. Gropius en Mies van der Rohe ontwikkelden bijvoorbeeld architectuur voor de propagandaopvoeringen van de nazi’s.

Nationaal-socialisische rassenhygiëne als onderdeel van een expositie waaraan Bayer meewerkte.

Bijzonder actief was Herbert Bayer, die in het nazi-tijdperk bij propaganda-projecten als ‘Deutsches Volk – Deutsche Arbeit’, ‘Gebt mir vier Jahre Zeit’ en ‘Gesundes Volk – frohes Schaffen’ verantwoordelijk was. Toen in 1937 enkele werken van hem als ontaarde kunst aangemerkt werden, vertrok hij naar Amerika. Na de oorlog gaf Bayer vorm aan de jubileumexpositie ’50 jaar Bauhaus’ in Stuttgart van 1968.

Het Bauhaus zelf zou slechts 14 jaar bestaan. Rond het 100-jarige jubileum van de oprichting zijn er echter talrijke exposities en heropeningen van musea in Weimar en Dessau. Zo leeft de mythe voort.

Meisterhäuser in Dessau (foto: Harald909)

UNESCO-werelderfgoed

Nergens is er zoveel Bauhaus-architectuur als in Dessau. Twaalf bouwwerken zijn publiek toegankelijk. De gebouwen zijn schoolvoorbeelden van de moderniteit met verschillende functies: villa, rijtjeshuis, kantoor of uitgaanslokaal. Wereldberoemd is het door Walter Gropius ontworpen schoolgebouw met zijn glazen façade. Verder horen de uit kubussen samengestelde Meisterhäuser naar het ontwerp van Gropius en de door Hannes Meyer ontwikkelde, tot de sociale woningbouw behorende, Laubenganghäuser tot het UNESCO-werelderfgoed.

Laubenganghaus (foto: M_H.DE)

Kubisme en functionaliteit

“Het Bauhaus stelt zich niets minder ten doel dan het door moderne vormgeving veranderen van de levensverhoudingen van de mensen”, schrijft Florian Strob in de bundel Bauhaus Acrhitektur in Dessau. De gebouwen kenmerken zich door constructies in gietstaal en industrieel geprefabriceerde bouwdelen. Dikwijls zijn de kubisch rechthoekig. Ook het platte dak is een herkenningsteken. Doelmatigheid zonder versiering en kostenbesparende beperking tot het essentiële zijn troef. Zo is het risico van eentonigheid natuurlijk groot. 

De 314 door Gropius ontworpen rijtjeshuizen in Dessau-Törten zijn bijvoorbeeld te herleiden tot drie basistypes. Van begin af aan hebben de huizenbezitters echter met opvallende eigenzinnigheid geprobeerd de eenvormigheid te doorbreken. Aan- en ombouwen doorbraken al snel de monotonie.

Iconen van de moderniteit

Door ijverige publicitaire activiteiten zorgden Gropius en andere Bauhaus-architecten ervoor dat de gebouwen in Dessau als iconen van de moderniteit gezien werden. Dat zijn het ook. Maar ze hebben deze manieren van bouwen niet uitgevonden, noch is er een onverwisselbare Bauhaus-stijl. Hun architectuur past in de beweging van het ‘nieuwe bouwen’ of de ‘nieuwe zakelijkheid’.

Martin Kieren stelt in het boek Bauhaus – Das Standardwerk dan ook, dat het een misverstand is “dat het beeld van de architectuur van de 20’er jaren wezenlijk door het Bauhaus bepaald zou zijn. Het Bauhaus kreeg wezenlijke impulsen van buiten, die man in het ‘instituut’ overigens graag voor zichzelf opeiste”.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.