In de parlementsverkiezingen die zaterdag in IJsland gehouden werden is de centrumrechtse Onafhankelijkheidspartij ondanks verlies de grootste gebleven. Er is een duidelijke centrumrechtse meerderheid, desondanks is het niet evident dat die meerderheid tot een regeerakkoord kan komen.

Er werden in IJsland zaterdag vervroegde parlementsverkiezingen gehouden, nadat de links-liberale partij ‘Heldere Toekomst’ uit de coalitie was gestapt. De resterende regeringspartijen, de liberaal-conservatieve en eurosceptische Onafhankelijkheidspartij en de liberale en eurofiele Hervormingspartij, ontbeerden na deze stap een parlementaire meerderheid.

Alle regeringspartijen leden verlies, de Onafhankelijkheidspartij ging van 21 naar 16 zetels, de Hervormingspartij van 7 naar 4 en ‘Heldere Toekomst’ verloor alle vier haar zetels. Het frame van de linkse oppositie – gretig werd overgenomen door internationale media – dat de verkiezingsuitslag zou duiden op een verlangen naar een linkse regeringscoalitie, wordt echter niet gestaafd door de feiten.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De Links-Groene Beweging groeit weliswaar van 10 naar 11 zetels en de eerder gedecimeerde Sociaaldemocraten maken weer enigszins hun comeback door van 3 naar 7 zetels te groeien. Maar een centrumlinkse meerderheid is in geen velden of wegen te bekennen. De winst van de Links-Groenen en Sociaaldemocraten lijkt namelijk vooral bij andere linkse partijen vandaan te komen, met name van de Piratenpartij, die van 10 naar 6 zetels slinkt en deels ook van de links-liberalen.

De grote winnaar van de verkiezingen zit niet in het linkse kamp, maar is de liberale oud-premier Sigmundur David Gunlaugsson. Gunlaugsson behaalde met zijn nieuwe Centrumpartij ineens 7 zetels en dat nog wel zonder dat zijn oude partij, de eurosceptisch-liberale Progressieve Partij, er wezenlijke electorale schade door ondervond. Die laatste behoud de 8 zetels die het in de vorige verkiezingen behaalde. De zetels voor de nieuwe Centrumpartij lijken dan ook vooral bij de Onafhankelijkheidspartij, de Hervormingspartij en bij ‘Heldere Toekomst’ weggekaapt te zijn.

Gunlaugsson, die zich destijds vanwege onthullingen uit de Panama Papers genoodzaakt zag af te treden als premier en door zijn Progressieve Partij daarna op een zijspoor werd gezet, heeft met deze verkiezingsuitslag niet alleen een wervelende comeback gemaakt in de IJslandse politiek, maar neemt met zijn Centrumpartij ook meteen een spilfunctie in in de komende coalitiebesprekingen.

Zittend premier Bjarni Benediktsson wijst er terecht op dat het gebruikelijk is dat de leider van de grootste partij het initiatief krijgt in de formatie. Om een centrumrechtse meerderheidscoalitie te vormen kan Benediktsson echter niet om de Centrumpartij heen. Die Centrumpartij heeft echter stemmen weggehaald bij de andere beoogde coalitiepartners, bovendien zal het zeer tussen Gunlaugsson en de Progressieve Partij nog niet geheeld zijn. Hoewel een centrumrechtse coalitie van de Onafhankelijkheidspartij, de Progressieve partij, de Centrumpartij en de Hervormingspartij qua politieke afstand dus voor de hand ligt, is het vanwege de onderlinge verhoudingen geen uitgemaakte zaak. Een centrumlinkse coalitie zou echter ten minste één liberale partij over moeten halen zich daarbij aan te sluiten, wat ook niet eenvoudig zal zijn.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.