Nieuwe partijen als PVV en FvD worden wel bekritiseerd als ondemocratisch. De interne partijdemocratie van gevestigde partijen is echter vooral voor de bühne. Koerswijzigingen gaan overal van de partijleiding uit. Belangrijker is de vraag hoe responsief partijen zijn ten opzichte van het volk.

Enkele leden die recent afscheid namen van Forum voor Democratie voerden daarvoor in de media hun onvrede over de interne democratische werking van de partij als reden aan. Voor de opkomst van FvD was het al een geliefde meme van de gevestigde politiek om er op te wijzen dat de PVV geen ledenpartij is. Hieraan werd dan ook nog vaak de voorbarige conclusie verbonden dat de PVV dus geen democratische partij zou zijn.

Uit deze zaken spreken twee misvattingen, namelijk ten eerste dat democratie een eenduidig begrip zou zijn dat slechts op één wijze vorm gegeven kan worden en ten tweede dat partijen vooral van koers zouden veranderen door interne democratische werking.

Laat ik beginnen met dat laatste. Iedere partij heeft natuurlijk zo zijn specifieke trekken, zoals de aanwezigheid en relatieve sterkte van verschillende stromingen of pressiegroepen binnen de partij. Toch zie je bij iedere partij dezelfde verschijnselen optreden.

Partijcongres

Veel mensen die niet of pas net politiek actief zijn, leven in de illusie dat de koers van een partij wordt bepaald door het partijcongres, oftewel de leden van een partij – of eigenlijk die groep leden die het de moeite waard vindt en er de tijd voor kan vinden om naar een congres te komen. Ook veel mensen die al wat langer politiek actief zijn en dus eigenlijk beter zouden moeten weten, houden deze gedachte graag levend. Het is immers een fijn idee dat je ook als gewoon partijlid of lokaal kaderlid wezenlijke invloed uitoefent op de koers van je partijen, zij het dan samen met honderden anderen die doorgaans naar zo’n partijcongres komen.

In werkelijkheid is een partijcongres doorgaans echter geen afspiegeling van de leden van een partij, laat staan van de bredere achterban van kiezers. Op een partijcongres zijn kaderleden van de partij oververtegenwoordigd. Dat is logisch, aangezien deze leden vanzelfsprekend een zekere betrokkenheid hebben bij het reilen en zeilen van ‘hun’ partij.

Op zo’n partijcongres wordt dan gestemd over moties, dat kunnen er soms honderden zijn. Het gaat dan in de meeste gevallen om oproepen om een groter voorstel van het partijbestuur op een of meer detailpunten te wijzigen. Van zulke moties zijn er vaak honderden, waarop het partijbestuur doorgaans reageert voordat er gestemd wordt. De actieve leden die naar een partijcongres komen hebben vaak een dermate sterke loyaliteit aan hun partij en een groot vertrouwen in de partijleiding, dat in verreweg de meeste gevallen de congresgangers het partijbestuur volgen. Voor leden met politieke ambities speelt daarbij ook nog mee dat het niet tot voordeel strekt tegen de partijleiding in te gaan. Slechts bij moties op opvallende punten, waar mensen een sterke mening over hebben, zoals Europese integratie of Israël, wil het dan nog wel eens gebeuren dat congresgangers anders stemmen dan het partijbestuur had voorgesteld. Het gaat dan echter nog steeds slechts om de wijziging van een detail in een groter voorstel.

Die grotere voorstellen worden door het partijbestuur of door haar aangestelde commissies voorbereid. Het komt zelfs voor dat de partijleiding deze of gene vraagt om een bepaalde motie in te dienen op het partijcongres, zodat het initiatief vanuit de leden lijkt te komen. Op papier is er ook de mogelijkheid dat er tegenvoorstellen voor de grote voorstellen worden ingediend. De drempel hiervoor is in de regel echter hoger, zodat dit vrij weinig voorkomt. Die drempel bestaat bijvoorbeeld in het vereiste dat het voorstel een x aantal dagen voor het congres reeds ingediend wordt en op voorhand door een x aantal leden of afdelingen ondersteund wordt. Het is voor leden op een partijcongres in de regel dus vrijwel onmogelijk om ad hoc met tegenvoorstellen te komen, laat staan het partijcongres daar in mee te krijgen.

Koerswijzigingen gaan altijd van partijleiding uit

Ook bij een partij met leden en congressen waar gestemd wordt, worden koerswijzigingen door de partijleiding ingezet. Hoewel het natuurlijk mogelijk is dat zo’n koerswijziging op een partijcongres culmineert in een stemming, gaat het doorgaans om ontwikkelingen die zich over een langere periode voltrekken.

Als een partij een bepaald standpunt heeft en dat standpunt heeft wortel geschoten bij de achterban, dan kan de partijleiding dat standpunt niet zonder meer wijzigen zonder weerstand op te roepen bij de leiding. De partijleiding kan echter wel achter de schermen stappen ondernemen om de basis onder een bepaald standpunt te doen afkalven. Het heeft daartoe diverse middelen, zo kan het er voor kiezen het bewuste standpunt zelf niet meer actief uit te dragen of alleen in sterk genuanceerde of afgezwakte vorm, het kan de motivatie voor het standpunt niet meer uitleggen of onderdelen daarvan in twijfel trekken. Daardoor kent bijvoorbeeld de jongere generatie partijleden op een gegeven moment de redenen achter een bepaald standpunt niet meer. Daarnaast kan een partijbestuur het Wetenschappelijk Bureau van de partij verzoeken onderzoek te doen naar een bepaalde kwestie. Zo’n wetenschappelijk bureau kan dan met de mantel van de wetenschap het desbetreffende partijstandpunt ter discussie stellen door een barrage van nuanceringen en beren op de weg die in een publicatie vervat worden. Dergelijke publicatie circuleren onder kaderleden en andere geïnteresseerde partijleden en maken daarop indruk door hun air van wetenschappelijkheid. Ook zijn er doorgaans andere gezaghebbende stemmen rond de achterban van een partij, zoals bestuursleden van verwante organisaties, redacteuren van dagbladen die in de achterban van een bepaalde partij veel gelezen worden enzovoort. Al deze stemmen kunnen een achterban geleidelijk richting een koerswijziging van de partij masseren, zodat ze daar uiteindelijk – meestal stapje voor stapje – mee instemmen.

Koerswijzigingen gaan dus van de partijleiding uit, ook in partijen met interne democratische werking. Partijcongressen zijn er effectief niet om de koers van een partij te bepalen, maar om de koers die de partijleiding voorstelt hun zegen mee te geven, waardoor de schijn van partijdemocratie hoog gehouden kan worden.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Volksvertegenwoordiging

Partijen spelen echter een grote rol in de vorm van democratie die we hier te lande kennen, en die rol bestaat vooral in het vertolken van de stemming onder een bepaald deel van het volk. Het idee van de vertegenwoordigende democratie is echter dat het hele volk vertegenwoordigd wordt en in de laatste jaren is aan de dag gekomen dat de gevestigde partijen weliswaar ieder voor zich de stemming onder een deel van het volk vertegenwoordigden, maar dat de som van deze delen geen goede representatie van het hele volk was. Dit verklaart de opkomst van nieuwe partijen, zoals recent de PVV en het Forum voor Democratie, die een geluid vertolken dat daarvoor niet of niet voldoende gehoord werd in Den Haag.

Dat de gevestigde partijen bij elkaar opgeteld niet meer de stemming onder het hele volk vertegenwoordigden, hoewel ze dat in het verleden mogelijkerwijs wel of in grotere mate deden, wijst op een zekere verstarring van de gevestigde partijen. Partijen komen vaak op als voorvechter van een bepaald deel van het volk waarvan de stem nog niet (genoeg) gehoord wordt. Zo kwam de ARP op voor de rechten van de kleine luyden en diverse sociaaldemocratische partijen voor de arbeiders. Later vertolkte D66 een stuk onvrede over de bestuurscultuur dat leefde bij een bepaald slag hogeropgeleiden. Al deze partijen kennen interne partijdemocratie, maar nergens heeft dit kunnen verhinderen dat ze uiteindelijk verstard zijn tot regenteske bolwerken.

Voor de vraag of een partij al of niet democratisch is, dat wil zeggen een volksvertegenwoordigende functie heeft, is het uiteindelijk van groter belang of ze zich responsief opstelt en bereid is standpunten bij te stellen naar gelang de stemming onder het volk cq de eigen achterban wijzigt, dan of er op partijcongressen oeverloos gedelibereerd wordt over detailpunten terwijl ondertussen de partijleiding nog altijd de grotere koers bepaalt. Dat Geert Wilders onlangs naar Rusland reisde, getuigt van een responsieve houding ten opzichte van zijn achterban en is zo bezien een teken van zijn democratische gezindheid.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.