Marine Le Pens nederlaag tegen Emmanuel Macron of de recent slechte peilingen voor de Alternative für Deutschland (AfD) zouden tekenen zijn dat de ‘populistische golf’ alweer aan het afbouwen is, zo stellen zichtbaar opgeluchte commentatoren. Maar klopt die analyse wel?

Het gaat de AfD momenteel niet bepaald van een leien dakje. De peilingen zijn sinds hun hoogtepunt in de herfst van 2016 van circa 15 procent naar gemiddeld zo’n acht procent teruggevallen. Daarbij komt nog dat problemen bij het opstellen van de kandidatenlijsten in het Saarland en vooral in Nedersaksen het succes in de verkiezingen voor de bondsdag in september in gevaar brengen.

De gevestigde politiek slaakt een zucht van verlichting. Ze zien de crisis bij de jonge concurrent zelfs als onderdeel van een Europabrede trend. De zegetocht van de ‘populisten’ zou voorbij zijn, recente verkiezingen in Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk worden daarbij ingeroepen als getuigen.

UKIP’s leegloop

Wat Groot-Brittannië aangaat, daar is daadwerkelijk sprake van een massieve instorting van de UK Independence Party. Eerst verloor de partij in de lokale verkiezingen begin mei alle 114 gemeenteraadszetels die ze tot dan toe had. Vervolgens kelderden de eurosceptici in de verkiezingen voor het Lagerhuis van 12,6 naar 1,8 procent van de stemmen. Maar UKIP is een geval apart. Met de Brexit is de essentiële doelstelling van de partij bereikt. Sindsdien zoeken de politici van de partij handenwringend naar een nieuw profiel. Dat met Nigel Farage het volkse gezicht van de partij en de enige echt bekende UKIP-politicus zich uit de actieve politiek heeft teruggetrokken, speelt ook een belangrijke rol. Er is geen opvolger die zich met de welbespraaktheid en flair van Farage kan meten. Grote delen van het partijkader bestaan bovendien uit sociaal onaangepaste libertariërs met politieke opvattingen die weinig steun vinden in de bredere samenleving, laat staan in de verlopen industriesteden in het noorden van Engeland waar men overwegend voor de Brexit stemde.

Nederland en Frankrijk

De door mainstream media overwegend als ‘nederlaag voor de populisten’ geduide stembusgangen in Nederland en Frankrijk laten zich bij nadere beschouwing veel genuanceerder duiden. De indruk dat Geert Wilders en Marine Le Pen nederlagen geleden hebben, wordt vooral gevoed door de voor de verkiezingen overal in Europa door media hoog opgestuwde verwachtingen. Over Wilders’ PVV werd gespeculeerd dat ze de grootste partij zou worden en, ondanks het feit dat peilingen maandenlang anders uitwezen, werd de angst aangewakkerd dat Marine Le Pen er daadwerkelijk in zou kunnen slagen president te worden. Beide zaken zijn niet gebeurd. Het is echter wel belangrijk om in het oog te houden dat de PVV drie procentpunten en vijf zetels winst boekte ten opzichte van de Tweede Kamerverkiezingen in 2012. En het Front National behaalde in de verkiezingen voor de Nationale Vergadering weliswaar niet het doel dat zichzelf gesteld had (15 zetels halen, het minimum om een fractie te kunnen vormen), maar het aantal zetels werd wel verviervoudigd van 2 naar 8. Daarbij moet ook in het oog gehouden worden dat het Franse kiesstelsel niet bepaald in het voordeel van het Front National werkt.

Oostenrijk

Wat veel meer zegt is dat Le Pen in de presidentsverkiezingen zo’n 34 procent van de kiezers achter zich kreeg. Met alles wat er ook op de campagne was aan te merken, is dat geen geringe prestatie. Tot nu toe heeft alleen Norbert Hofer dat overtroffen, die in december 2016 met 46 procent bijna bondspresident van Oostenrijk zou zijn geworden. Hofers FPÖ werd door links eens net zo verguisd als nu de AfD. Inmiddels discussiëren echter zelfs de sociaaldemocraten over een mogelijke coalitie met de FPÖ na de verkiezingen.

Meeregeren of gedogen in Noord-Europa

In Finland ziet het er heel anders uit. De Ware Finnen maken een woelige crisis door. De partij is uit de regering gezet, omdat de nieuwe partijleider te radicaal was voor de coalitiepartners. De ministers en een deel van de parlementsleden van de Ware Finnen zijn een nieuwe partij begonnen en de regering blijven steunen. In een recente peiling moeten de Ware Finnen echter geen verlies incasseren, zoals je zou verwachten na een afscheiding, maar herwinnen ze juist weer iets van de kiezerssteun die ze waren verloren door de regeringsdeelname.

In buurland Zweden hebben de Zweden Democraten in 2014 met 13 procent het beste verkiezingsresultaat in de partijgeschiedenis behaalt, maar werden ze als de pest gemeden door de andere partijen. In recente peilingen verdringt de partij echter de Moderaterna, de klassieke centrumrechtse partij van Zweden, van de tweede plaats.

In Denemarken en Noorwegen is het weer een ander verhaal, daar zijn de rechts-populisten niet alleen succesvol in de verkiezingen, maar oefenen ze ook al jaren sterke invloed uit op het regeringsbeleid. In recente peilingen wordt de Vooruitgangspartij ook eerder beloond dan afgestraft voor haar regeringsdeelname. Terwijl de Deense Volkspartij inmiddels niet alleen meer in beeld is als gedoodverfde gedoogpartner van centrumrechtse kabinetten, maar het ook steeds beter kan vinden met de sociaaldemocraten, die het strenge immigratiebeleid in stand willen houden.

… en in Zuid-Europa

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Opvallend is verder dat als ‘populistisch’ bestempelde partijen in Noord-, West- en Midden-Europa min of meer rechts in het partijenspectrum staan, terwijl in het zuiden van Europa linkse stromingen het beeld bepalen. Zo is het links-populistische Syriza al verbazingwekkend lang aan de regering in Griekenland, dat ging dan ook niet zonder wat linkse posities prijs te geven.

In Spanje worstelt het electoraal succesvolle Podemos met de vraag of ze gezamenlijk met de sociaaldemocraten van de PSOE moet optrekken tegen de conservatieve regering of niet. In Portugal maken de uiterst linkse Communistische Partij en het Linkse Blok sinds 2015 de regering van socialist Antonio Costa mogelijk.

En dan is er nog de Italiaanse Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo, die in 2013 met ruim een kwart van de stemmen het Italiaanse parlement binnenstormde en die score in de peilingen al enige tijd nog verbeterd en daarbij zelfs de grootste partij is geworden. Overigens doet ook de Lega Nord het goed in de Italiaanse peilingen, onder Matteo Salvini heeft de partij een breder appeal gekregen dan onder Bossi. En zelfs Berlusconi, die eigenlijk al een soort Italiaanse Trump was voor het in Amerika een politieke hit werd, maakt momenteel een comeback.

Het establishment moet zich vooral geen illusies maken over populisme dat tanende zou zijn. Maar ja, hoop doet leven, niet waar?

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.