De wederzijdse raketbeschietingen tussen Syrië en Israël van vorige week zijn een belangrijke ontwikkeling. Het gaat om de totstandkoming van nieuwe verhoudingen in de Levant, de door Israël bezette Golanhoogten zijn ineens een slagveld in het Syrische conflict geworden.

De versie van de gebeurtenissen die in de mainstream media overheerst begint met de vergelding door Israël van Iraanse raketaanvallen en het vernietigen door de Israëlische krijgsmacht van Iraanse militaire inrichtingen in Syrië. Die informatie is echter kwestieus, want ze komt vrijwel uitsluitend uit Israëlische bron en Israël laat geen gelegenheid voorbijgaan om op de vermeende Iraanse dreiging te tamboereren.

In de aanloop naar de schermutselingen van 10 mei – net nadat de regering Trump bekend maakte dat het uit het kernakkoord met Iran stapte – begonnen Israëlische functionarissen te waarschuwen voor een aanstaande Iraanse aanval vanuit Syrië. Een woordvoerder van het Israëlische leger meldde later dat een eleite-eenheid van het de Islamitische Revolutionaire Garde 20 raketten had afgevuurd op de door Israël bezette Golanhoogten, waarop de Israëlische minister van Defensie Avigdor Lieberman opschepte dat Israël “bijna alle Iraanse infrastructuur in Syrië” geraakt had. Generaal Ronen Manilas beschreef de Israëlische acties als “een van de grootste operaties van de Israëlische luchtmacht in het afgelopen decennium.” Nadat het stof was gaan liggen, rees echter een heel ander beeld van de gebeurtenissen op.

Een gang langs de daadwerkelijke chronologie van het conflict laat zien dat Israël het incident initieerde door Syrische militaire doelen in Kisweh (voorsteden van Damascus) en Baath city (Quneitra) aan te vallen in de twee dagen daarvoor. Rusland had zowel Syrië als Iran voor de aanstaande Israëlische aanval gewaarschuwd, zodat het erop lijkt dat Iraanse militairen noch wapensystemen geraakt zijn. Het Syrische leger (dus niet de Iraanse Revolutionaire Garde) vergold deze aanvallen door 55 raketten af te vuren op Israëlische militaire posten en inrichtingen in het bezette gebied van de Golanhoogten. Lokale Arabische media identificeerden deze doelwitten als cruciale Israëlische surveillancecentra, waardoor de ‘ogen en oren’ van Israël langs de vitale demarcatielinie voor een aanzienlijk deel uitgeschakeld werden. Israëls zogeheten Iron Dome-verdedigingssysteem bleek niet in staat de meeste van deze raketten uit te schakelen, terwijl het Syrische leger meer dan de helft van de Israëlische raketten onderschepte, volgens Russische militaire functionarissen.

Hoe het ook zij: de militaire acties over en weer waren de eerste grote schermutseling tussen Syrië en Israël in de bezette Golanhoogten sinds 1973, waarmee de Golanhoogten voor het eerst in meer dan vier decennia weer een slagveld zijn geworden. Het is ook de eerste keer tijdens de Syrische burgeroorlog dat de Syrische krijgsmacht Israëlische aanvallen vergolden heeft door Israëlische militaire inrichtingen – dus niet alleen de binnenkomende raketten en gevechtsvliegtuigen zelf – te beschieten. Israël moet er nu mee rekenen dat iedere confrontatie die het initieert tot een vergelding in zijn eigen achtertuin kan leiden.

Dit is duidelijk niet resultaat dat Israël verwacht had, noch de reactie die het van Syrië verwachtte. Hoe is het dan zo gekomen? Israël mikte er enige tijd op een bufferzone langs de grens met Syrië te verkrijgen, maar die inzet viel eerder dit jaar in het water toen het Syrische leger en zijn bondgenoten rebellengroepen wisten te verdrijven uit diverse voorsteden van Damascus.

Israël heeft al jaren substantiële steun gegeven aan deze gewapende groeperingen langs zijn grens met Syrië, inclusief extremisten als die van Al Nusra en ISIS. Al Nusra en ISIS waren immers lange tijd de meest succesvolle ‘oppositie’-krachten die tegen het Syrische leger vochten en waren zodoende waardevolle instrumenten voor Israël – temeer aangezien geen van beide groepen enige neiging had vertoond om ook Israël aan te vallen. ISIS verontschuldigde zich zelfs op een gegeven moment aan Israël voor een korte confrontatie met Israëlische militairen eind 2016.

Een opgedeeld en zwak Syrië is wat Israël wil, omdat het de kracht van een zijn grote Arabische buurlanden zou breken en de Iraanse invloed zou doorkruisen. Inmiddels stromen Syrische regeringstroepen en bondgenoten echter het zuiden van Syrië weer binnen en stoten door naar gebieden die Israël op het oog had als bufferzone.

Afgelopen december werd Beit Jinn – de laatste belangrijke door rebellen bezette enclave ten zuidwesten van Damascus – door het Syrische leger ingenomen, naar verluidt met hulp van Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde. Beit Jinn bevindt zich in een bergpas die Syrië, Libanon en Israël verbindt, nabij de demarcatielijn op de Golanhoogten, en het verlies ervan leidde dan ook tot paniek bij Israël.

Deze zet bracht Hezbollah, de Iraniërs en de Syriërs op een van de meest strategische punten aan de Golangrens, een ontwikkeling die Israël verwoed heeft gepoogd terug te draaien sinds vorig jaar de Amerikaans-Russisch-Jordaanse de-escalatiezone in het zuiden van Syrië werd ingesteld.

Op 9 april begon Israël niet eerder vertoonde aanvallen tegen Iraanse doelen op de T4 militaire basis in Homs, waarbij zeven Iraanse militairen om het leven kwamen, inclusief een commandant. Dit was slechts een van de 100 onderscheiden luchtaanvallen die Israël zegt uitgevoerd te hebben sinds het voor het eerst Syrische doelen aanviel in 2013. Maar de T4-aanval veranderde alles. Voor de as van Iran, Syrië en Hezbollah was het tijd om de zaak weer in de hand te nemen en Israël consequenties te laten voelen.

Vier dagen later sprak Hezbollah-leider Hassan Nasrallah zich publiekelijk uit om deze verandering aan de Israëli’s kenbaar te maken: “De Israëli’s moeten weten dat ze een historische fout zijn begaan. Het is geen gewone fout… Het is een cruciaal incident in de status van de regio. Wat er vooraf is gegaan aan dit incident is niet hetzelfde als wat erna zal komen.”

Zelden hebben Iran, Syrië en Hezbollah direct gereageerd op een Israëlische militaire actie, omdat zoals Hezbollah-woordvoerders stellen, ze Israël niet de voorwaarden van het conflict wilden laten bepalen. Dat is een lastige balans. En uiteindelijk lijkt Israël overmoedig te zijn geworden door de uitblijvende reactie van zijn drie tegenstrevers. Maar nu lijkt het er op dat Israëls strategie om zijn positie te verbeteren met herhaaldelijk raketaanvallen averechts gewerkt heeft. Van nu af aan loopt Israël immers het risico dat iedere Israëlische actie in Syrië vergolden wordt op de Golanhoogten. Daar hadden de Israëli’s niet op gerekend. Ze dachten dat Assad volledig in beslag genomen zou worden door de gevechten op andere plekken, in het noorden van Syrië bijvoorbeeld, en dat hij slechts op de tot nu toe gebruikelijk manier zou reageren op Israëlische aanvallen.

Nasrallah bevestigde dit afgelopen maandag in een toespraak: “De boodschap is overgebracht aan de Israëlische vijand: Het tijdperk waarin je Syrië zonder reactie aan kon vallen is voorbij.” De Hezbollah-leider stelde dat zijn alliantie via derden aan Israël had duidelijk gemaakt dat als het rode lijnen in Syrië overschrijdt, er meer raketten afgevuurd zullen worden op Israëlische posities.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De Israëli’s hadden verwacht dat de Syrische regering, Iran en Hezbollah te verwikkeld zouden zijn in gevechten elders en dat ze bovendien door de Russen ervan weerhouden zouden worden te reageren. Ze hadden niet verwacht dat deze alliantie zijn pijlen zou richten op Israëlische militaire doelen op de bezette Golanhoogten, die formeel nog altijd Syrisch zijn. De internationale consensus dat de Golan Syrisch is, is vastgelegd in talloze VN-resoluties, inclusief eentje die in december nog werd aangenomen. Dit geeft aan hoe zwak de positie van Israël in dezen is, aangezien het geen wettige claim op zijn de facto noordoostgrens heeft.

Die zwakheid is sinds 2011 alleen maar toegenomen, toen de overwegend uit Druzen bestaande bevolking van de bezette Golanhoogten met afschuw gadesloeg hoe hun verwanten aan de andere kant van de grens bezet, onderdrukt en gedood werden door islamistische strijders. Veel Druzen wijzen op de steun van Israël aan deze strijders. De Golanhoogten zijn dan ook rijp voor destabilisatie en met de Israëlische aanvallen op Syrië van vorige week heeft Israël zijn tegenstanders zo ongeveer uitgenodigd om hier gebruik van te gaan maken.

De Russen zullen allicht niet blij zijn met deze wending – zij hadden zich liever geconcentreerd op het de-escaleren van het conflict. Hoewel Moskou kleinere Israëlische aanvallen tegen Syrische militaire doelwitten getolereerd heeft, heeft het ook het nodige gewicht om de omvang en frequentie van Israëlische aanvallen binnen de perken te houden. Israël wordt enigszins weerhouden door de Russische mogelijkheid om desnoods geavanceerde S-300 en S-400 luchtafweersystemen aan Syrië te leveren, wat de regionale verhoudingen sterk zou veranderen.

Van de andere kant is het onwaarschijnlijk dat Syrië, Iran of Hezbollah er voor zal kiezen om nu meteen de confrontatie te zoeken met Israël. Duidelijk is evenwel dat ze er niet voor terug zullen deinzen terug te slaan in het geval van een provocatie. Als iedereen zich realiseert waar escalatie toe kan leiden, moet dat afschrikwekkend genoeg zijn om onbesuisde acties te voorkomen.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.