De spreekwoordelijke inkt van het zoveelste Italiaanse coalitieakkoord over de toekomst van het eigen land en die van Europa is nog niet droog of president Macron van Frankrijk roept de Italianen met luide stem op om nu strak naar het pijpen van Europa te dansen – en dus ingrijpend te gaan hervormen – of er zwaait binnenkort wat. Wat en wanneer dat dan zal zijn, is nog onbekend. Maar leuk voor de Italiaanse bevolking wordt het niet. Zoveel is wel zeker. De nieuwe Italiaanse regering – nog niet droog achter de oren – reageerde als door een wesp gestoken. “Rot op!”, “We dulden geen buitenlandse inmenging in onze binnenlandse aangelegenheden”, “Bemoei je met je eigen zaken!”, “Alsof Frankrijk er zo goed voorstaat”, “Nee dus”.

Van alle kanten wordt er op gewezen dat de Euro en in het kielzog daarvan Europa, ineens weer een nieuw breekpunt hebben bereikt, al was het alleen maar vanwege het verschil van inzicht dat steeds scherper duidelijk wordt tussen het systeemvriendelijke beleid van de rijke lidstaten aan de ene kant, en de wens om een burgervriendelijk beleid van de arme lidstaten aan de andere kant. Worden de banken van Europa gered of de burgers van Europa? Deze kwestie wordt nog eens extra actueel nu Bulgarije, Kroatië en Roemenië op het punt staan om toe te treden tot het Europese Wisselkoersmechanisme II – een voorstadium voor toetreding tot de Euro, potentiële lidstaten die bepaald niet rijk genoemd kunnen worden. Het goede nieuws is dat deze aanstaande leden wél en misschien zelfs nog meer dan ooit tevoren, het Europese verlichte ideaal aanhangen van democratie, recht en rechtvaardigheid, eerlijkheid, veiligheid en van welvaart en welzijn voor iedereen. Enkele maanden geleden gingen de Roemenen voor deze idealen zelfs massaal de straat voor op. De bevolking verdient ons respect.

Tot overmaat van ramp komt ineens weer de door velen vermaledijde transferunie van schulden om de hoek kijken, als teken van solidariteit tussen arm en rijk, echter meer nog als een enigszins wanhopige laatste poging van onder andere Duitsland en Frankrijk om de overmatige schuldenlast die Europa nu al zo lang teistert, eerlijk over de lidstaten te verdelen. Inderdaad mag verwacht worden dat Zuid- en Oost Europa hier baat bij zullen hebben, maar veel meer dan een tijdelijk effect zal er waarschijnlijk niet van uitgaan. Na een poosje zal duidelijk worden dat de arme lidstaten niet rijker worden, maar de rijke lidstaten wel armer. Bij het nivelleren van bezit werkt dit op deze wijze, dus waarom niet bij het nivelleren van schulden? Uiteindelijk gaat het bij een teveel aan schulden om slechts één kernvraag van menselijke aard, namelijk de vraag of mensen leven om te werken dan wel werken om te leven. 

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Terug naar Italië. Zoals het zich nu laat aanzien wil de nieuwe regering geen bemoeienis van het buitenland (Europa) met het eigen economisch en sociaal beleid. Kennelijk wil men wel de lusten maar niet de lasten van Europa hebben. Het gaat echter verder dan dat. Italië streeft naar een ideologische ommekeer van het beleid. Men wil burgers in belangrijke mate ontlasten van schulden, in plaats van hen daarmee te belasten. Burgers moeten de aanjagers van de economie worden en daar hebben ze productief geld voor nodig. Als ze dat eenmaal consumptief besteden (in eigen land) ontstaat een economische spiraal naar boven, in plaats van de huidige spiraal naar beneden. Heeft Italië Europa daarvoor nodig? Wel zeker. Maar tot het zover is kan het Europa missen als kiespijn.

Over de auteur

René Tissen

René Tissen is emeritus hoogleraar bedrijfskunde aan Universiteit Nyenrode.