We zijn vrij en toch hebben we geen toegang tot schoonheid meer, omdat we de voorkeur geven aan de smartphone als martelwerktuig voor onze ziel.

Het zich verdiepen in de schoonheid heeft een lange traditie in de filosofie. Of het nu gaat om Plato’s ‘Symposion’ waarin hij een ladder van het schone ontwikkelt, Kants Kritiken, Hegels ‘Vorlesungen über die Ästhetik” of Schopenhauers ‘Die Welt als Wille und Vorstellung’ – allemaal thematiseren ze de schoonheid.

Die Errettung des Schönen van Byung-Chul Han knoopt bij deze traditie aan. Zijn werk ademt pagina na pagina de geest van deze roemrijke voorlopers. Het dichtst komt hij daarbij bij Heidegger, voor wie de schoonheid uit de waarheid voort komt:

Wenn die Wahrheit sich in das Werk setzt, erscheint sie. Das Erscheinen ist – als dieses Sein der Wahrheit im Werk und als Werk – die Schönheit. So gehört das Schöne in das Sichereignen der Wahrheit.

Met Die Errettung des Schönen gaat het Han in deze zin ook om de redding van de waarheid. Beide ziet hij bedreigt door fenomenen als facebook:

Vandaag de dag bevinden we ons in zoverre in een crisis van het schone, dat het schone tot een object van plezier, van ‘like’, iets vrijblijvends en gemakkelijks is afgevlakt. Redding van het schone is redding van het verplichtende.

Han gaat daarmee duidelijk verder dan mensen te verwijten dat ze zich op facebook te kijk zetten met weinig verhullende foto’s. Voor hem is de ‘like’ bij facebook en in andere sociale netwerken het kenmerk voor een “negativiteitsloos welgevallen”. Hij stelt dit, wat hij “Digitalschöne” noemt, tegenover de sublieme en schokkende “Naturschöne”. Het wezenlijke onderscheid tussen beide is het ontbreken van iedere verticaliteit in het digitalschöne.

errettung des schönenDaar heerst de “hel van het gelijke”. Daarom is er in het digitalschöne ook geen verhulling meer. De transparantie, de onthulling, die al het schone vernietigd, is totaal geworden, zoals Han in zijn essay over De transparante samenleving diagnosticeert.

Een op deze manier begrepen transparantie, die ook nog de laatste terugtrekkingsmogelijkheid voor het subject vernietigen wil, ontbeert volgens Han iedere zin. Ze richt zich niet meer op iets, ze streeft geen doel meer na, maar is volledig horizontaal. Daarmee wordt ze uiteindelijk tot ideologie en oefent ze zoals iedere ideologie dwang uit.

Op de vraag hoe deze dwang er uit kan zien, gaat Han in zijn essay Psychopolitik in. Het neoliberalisme heeft de psyche als productieve kracht ontdekt. Daarom heeft de neoliberale psycho-politiek het ook niet meer nodig te onderdrukken, maar kan ze de digitale media gebruiken voor de vestiging van een vrijwillige zelfonderdrukking van het subject. Hier vervangt de smartphone de martelkamer.

Wie in dit verband aan discussies denkt over de kwestie wanneer een werknemer nu ‘vrij’ is en daarmee niet verplicht om op zijn smartphone te kijken om werkgerelateerde e-mails te beantwoorden, die is al aardig op het spoort in welke richting Han denkt. Het gaat hem echter niet uitsluitend om het werk, maar om de hele mens in zijn hele dramatische bestaan in de moderniteit.

Psycho-politiek als overheersingstechniek
Als Han schrijft: “Het zichzelf uitbuitende subject leidt een werkkamp, waarin het tegelijk slachtoffer en dader is”, dan doelt hij daarmee daarop dat de staat tegenwoordig niemand meer hoeft te bewaken om hem gedwee te maken en te houden. De staat gebruikt de psycho-politiek als overheersingstechniek voor de aansturing en stabilisatie van het heersende systeem van de massademocratie.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De subjecten bewaken elkaar wederzijds en deze bewaking is totaal. Toen in 1983 de Bondsrepubliek Duitsland zich opmaakte om een volkstelling te houden, ontstond er veel opschudding. Velen zagen de volkstelling als een aanval op de “informationele zelfbeschikking”. In het tijdperk van de psycho-politiek heeft heeft het subject deze zelfbeschikking opgegeven. Het heeft daarmee volgens Han zijn psyche opengesteld voor iedere sturing van buiten.

Han, die uit zijn werk naar voren komt als filosoof van de bestandsopname, laat ons daarmee een subject zien dat de controle over zichzelf niet slechts verloren heeft, maar deze zelfs vrijwillig opgegeven heeft. Het heeft zich onderworpen aan de volstrekte controle door de communicatie, die levensbepalend is geworden. Bij enquêtes geeft een meerderheid van de ondervraagden regelmatig aan het niet langer dan een dag zonder smartphone uit te houden.

Dat verwondert niet, want wanneer alles in een onoverzichtelijk horizontaal vlak gelijkgeschakeld is, dan ontbreekt het aan het maatgevende. De maat zoeken mensen dan in de communicatie met anderen. Wanneer het hen aan communicatie ontbreekt, dan missen ze ook de maatstaf. Daaruit ontstaat voor het moderne subject een directe dwang tot conformiteit, die Han als wezenlijk kenmerk van de psycho-politiek identificeert. Hierin ziet hij ook een reden waarom Duitsers karakterloze politici als Angela Merkel tot leiders kiezen.

De vraag die ook hier weer opkomt, is die naar de uitredding. Concreet gaat het voor het moderne subject er om de weg terug te vinden – van de horizontaliteit naar de verticaliteit. Hier ziet Han een taak voor het individu, dat echter in de eerste plaats moet erkennen, dat de transparantiesamenleving – de absolute heerschappij van het horizontale – zijn bestaan bedreigt. Ten slotte ligt de uitweg in de opbouw van een “verticaalspanning”.

psychopolitikHan presenteert dit verticaal gespannen subject als idioot: “De idioot als ketter is een figuur van verzet tegen het geweld van de consensus.” Daarmee maakt Han tegelijkertijd ook duidelijk dat van de intellectuelen geen redding te verwachten is. IJverige feuilletonlezerij helpt met andere woorden het subject niet om in de moderniteit te bestaan. Want: “De intelligentie volgt de logica van een systeem. Ze is systeemimmanent. Het systeem in kwestie bepaalt de intelligentie in kwestie. Zo heeft de intelligentie geen toegang tot het geheel andere.” De weg terug voert daarmee langs de toegang tot het geheel andere, langs de afkeer van de transparantie en de conformiteit. Han is op deze weg een goede gids.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.