Dat de wereld geen schijf maar een bol is, was iets dat men aan het eind van de Middeleeuwen alleen theoretisch kon weten. Het definitieve bewijs leverde Ferdinand Magellaan, met de ontdekking van de doorsteek van de Atlantische naar de Stille Oceaan. Hij zeilde door de naar hem genoemde Straat Magellaan. Op 20 september 500 jaar geleden begon hij zijn expeditie naar de geheimzinnige eilanden waar begeerde specerijen vandaan kwamen: de Molukken.

Ferdinand MagellaanHij was “klein van gestalte en onopvallend”, maar “helder van geest en voorbestemd voor grote daden”, zo beschrijft de geestelijke Bartolomé de Las Casas de Portugese ridder en zeevaarder Fernando de Magallanes, die hij aan het hof van de Spaanse koning ontmoette. Magellaan slaagde erin tot Karel I door te dringen en hem zijn plan voor te leggen. Van rond de wereld zeilen sprak hij niet. De Spaanse kroon zocht dringend een toegang tot de specerijenhandel, die de Portugese schatkist vulde. De ene scheepslading na de andere met kaneel, koriander en peper uit Indië kwam in Portugal aan. De specerijen werden niet alleen voor de fijne keuken gebruikt, maar ook voor het conserveren van voedsel en het maken van geneesmiddelen.

Verdrag van Tordesillas sneed Spanjaarden van specerijenhandel af

Het Verdrag van Tordesillas van 1494 sneed de Spanjaarden van de meest lucratieve handel van die tijd af. Het verdrag verdeelde de wereld “broederlijk” in twee delen, een oostelijk deel voor Portugal en een westelijk deel voor Spanje. De beide zeemachten verplichtten zich ertoe een handelsoorlog te vermijden en alleen aan hun ‘eigen’ kant koloniën te stichten. Een lijn 370 legas (1170 kilometer) ten westen van de Kaapverdische Eilanden werd na taaie onderhandelingen als grens vastgelegd.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De Spanjaarden merkten echter al snel dat ze het kortste eind hadden getrokken. De oostelijke zeeweg die Vasco da Gama in 1498 ontdekte was hen versperd. Portugese schepen zeilden langs de Afrikaanse kust rond Kaap de Goede Hoop naar de Indische Oceaan en stichtten daar talrijke handelsnederzettingen.

Portugees Magellaan legde Spaanse koning een plan voor

Magellaan stelde zich aan de Spaanse koning als ervaren zeeman voor, die door zijn dienst in de Portugese Indië-armada het subcontinent en delen van Maleisië kende. Een vriend daar had hem over eilanden verteld, waar nootmuskaatbomen en kruidnagels welig tierden. Hun geur hing tot ver op zee in de lucht. Keer op keer brachten zeelui kleine hoeveelheden van deze specerijen mee. Men betaalde er goed voor. Maar waar ze precies vandaan kwamen, bleef een raadsel. Karel I liet merken dat hij Magellaans expeditie wel wilde financieren. Maar, zo merkte hij op, dat Eldorado van specerijen, zou wel op de verkeerde plaats, aan Portugese zijde, kunnen liggen. Daaraan had Magellaan al gedacht.

Capitulatie

Volgens de berekeningen van de gerenommeerde cartograaf Riu Faleiro lagen de Molukken net in het westen en zouden ze dus de Spaanse kroon toekomen. De koning sloot met Magellaan een zogenoemde capitulatie. Hij zou “eilanden, vaste landen en andere dingen” ontdekken en als loon voor “moeiten en gevaar” zou hij een vijfde van de winst van zijn onderneming krijgen en een rijk man worden. Als hij tenminste terug zou keren.

Magellaan

Na de reis van Magellaan werd het nodig om naast het Verdrag van Tordesillas nog een verdrag te sluiten om de Spaanse en Portugese sferen te scheiden.

Armada de Moluccas

Als kapitein-generaal van de specerijen-armada voerde Magellaan het bevel over vijf driemasters, de Concepcíon, de San Antonio, de Santiago, de Trinidad en de Victoria met bij elkaar een bemanning van 237 man. Op 20 september 1519 liet hij in Sanlúcar de zeilen hijsen. De Italiaan Antonio Pigafetta voerde het logboek over deze verschikkelijke toch met ziekten en vertwijfeling.

Magellaan drukte muiterij de kop in

De stemming was vanaf het begin slecht. De Spaanse kapiteins wilden geen Portugese bevelhebber accepteren. De eerste muiterij in Patagonië sloeg Magellaan hard neer. Pigafetta verslaat: “Juan de Cartagena werd voor aller ogen gevierendeeld, nadat het de genade van een laatste biecht bewezen was. Luis de Mendoza ontkwam alleen aan hetzelfde einde, doordat hij ondanks zijn boeien probeerde te vluchten en daarbij werd neergestoken.”

Straat van Magellaan

Op 21 oktober 1520 verscheen onder 52 graden zuiderbreedte een gebergte aan de horizon. Daarachter vermoedde Magellaan de begeerde doorgang naar het westen. “Hij wist dat de weg door een zeer verborgen zeeëngte voerde, want hij had die op een kaart gezien die door Martin Behaim, een voortreffelijk kosmograaf, getekend was en door de koning van Portugal gekoesterd werd.”

Stille Oceaan

Voor de doorvaart kwam het opnieuw tot muiterij. De bemanning van een schip deserteerde en zeilde naar Spanje terug. Op 28 november passeerde de armada de straat en zeilde de Grote Oceaan in, door Magellaan Stille Oceaan genoemd. Drie maanden lang kwam er geen land in zicht. De voorraden waren verbruikt. “De scheepsbeschuit die we aten, was geen beschuit meer, maar nog slechts stof, die met wormen en uitwerpselen van muizen vermengd was en onverdraaglijk stonk.” Op de laatste druppels vervuild water bereikte de expeditie de Filipijnen.

Magellaan sneuvelt op de Filipijnen

In een gevecht met de inboorlingen op het eiland Mactan werd Magellaan verslagen. Alleen de Victoria keerde in september 1522 met slechts enkele tientallen overlevende terug. Kapitein Juan Sebastian Elcano had de Molukken bereikt, op de terugweg door de Indische Oceaan Kaap de Goede Hoop gerond en zo waren ze de hele aarde rond gezeild.

De reis van Magellaan

Spanje groeide uit tot koloniale supermacht

De Victoria bracht zo veel nootmuskaat en kruidnagel mee, dat de kosten van de expeditie meer dan gedekt waren. In diezelfde tijd veroverde Hernan Cortes het rijk van de Azteken met hun goudschatten. Spanje groeide uit tot een koloniale supermacht.

Over Magellaan had haast niemand het toen meer. Alleen Pigafetta, die het overleefd had, stak nog de loftrompet: “Fernando Magaglianes is dood. Maar ik hoop dat zijn roe hem overleven zal. [..] Hij bezat een preciezere kennis van de zeekaarten en de scheepvaartkunst dan ieder ander mens op aarde. Dat blijkt alleen al daaruit, dat buiten hem niemand anders de durf had rond de aarde te zeilen, wat hem bijna gelukt is.”

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.