Na militaire steunpunten op Cyprus, Qatar, Irak en Syrië, opent de Turkse president Recep Tayyip Erdogan binnenkort in Somalië de eerste Turkse militaire basis op het Afrikaanse continent. De Turkse krijgsmacht, op een na grootste van de NAVO, geeft met deze aanwezigheid een signaal af van militaire sterkte en hervonden zelfstandigheid tegenover het Atlantisch bondgenootschap.

Somalië was de eerste ‘failed state’ ter wereld die in de handen van een islamistische terreurorganisatie viel. Steeds meer staten trokken zich uit het land terug. Maar sinds enkele jaren schept Somalië nieuwe moed. Sinds 2012 heeft het weer een regering en in 2014 werd de Al-Shabab-emir Ahmed Godane door een Amerikaanse drone gedood.

Vooral Turkije dient zich als partner voor het nooddruftige land aan. Drie van de belangrijkste infrastructuurprojecten in Somalië, de grootste haven, de luchthaven van de hoofdstad alsmede het modernste ziekenhuis van het land, werden in samenwerking met Turkije gebouwd.

De Turks-Somalische vriendschap begon in 2011 tijdens een hongersnood, toen vanwege de veiligheidssituatie lange tijd nauwelijks hulp het land binnenkwam. Middenin deze crisis, die meer dan 250.000 mensen het leven kostte, reisde Erdogan, destijds nog premier, naar Mogadishu. Hij was de eerste niet-Afrikaanse regeringsleider in twee decennia die de Somalische hoofdstad bezocht. Hij bracht veel geld mee en een delegatie van politici en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en ngo’s. Erdogan gaf daarmee een signaal af aan de wereld dat Mogadishu niet de no-go-zone was waarvoor het gehouden werd. Hij vestigde de aandacht op de hulp die het land nodig had. Sindsdien staat Erdogan bij velen in Somalië op een voetstuk. Ambulances, scholen en zelfs de straatreiniging zou er niet zijn zonder Turkije.

Terwijl veel westerse ambassades met het oog op de precaire veiligheidssituatie nog altijd niet heropend zijn, heeft Ankara zijn grootste ambassade ter wereld geopend. Dat levert het land veel sympathie op. Wat in 2011 als humanitaire interventie begon, geldt vandaag de dag als bewijs van de inspanningen van Turkije zijn militaire invloed in Oost-Afrika en de wateren rond het Arabisch schiereiland uit te breiden. Daarbij gaat het Ankara ook om de toegang tot grondstoffen, de ontsluiting van nieuwe afzetmarkten en geopolitieke invloed.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ten aanzien van het laatste gaat Turkije er vooral om die andere, steeds assertievere, soennitische grootmacht, Saoedi-Arabië in de smiezen te houden. Somalië grenst vrijwel direct aan dit land, dat reeds in buurland Jemen militair actief is. Ook de Turkse militaire basis in Qatar, waar zo’n 5.000 Turkse militairen gestationeerd moeten worden, is al een hinderpaal voor Saoedi-Arabië, dat het front van diverse Arabische staten tegen het kleine maar invloedrijke olie-emiraat aanvoert.

Nu opent Ankara dus een eerste militaire basis in Afrika. Voor 50 miljoen dollar werd aan de rand van Mogadishu een kamp ingericht, waar in eerste instantie zo’n 200 Turkse officieren Somalische soldaten op moeten gaan leiden voor de strijd tegen de terroristische groepering Al Shabab. Andere Turkse militairen zullen het kamp beveiligen. Een logische stap, wanneer men er van uitgaat dat een betere veiligheidssituatie voorwaarde is voor de verdere ontwikkeling van het land.

In donker Afrika heeft Turkije geen koloniaal verleden, zo stelde de Turkse president herhaaldelijk toen hij in 2016 een reis naar Oeganda, Kenia en Somalië maakte. Erdogan prees zijn land destijds aan als betere partner voor het “onderdrukte continent”.

De Turkse militaire aanwezigheid op nu maar liefst drie continenten, de substantiële uitbouw van de marine inclusief de bouw van een vliegdekschip en de aanhoudende geruchten over Turkse plannen om kernwapens te verkrijgen, moeten de NAVO te denken geven. Turkije, dat mede vanwege het Ottomaanse verleden een niet altijd even goede relatie heeft met sommige landen in het Midden-Oosten, wil zich vooral in wat verder afgelegen islamitische landen profileren als diplomatieke, economische en culturele macht.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.