De Amerikaanse president Donald Trump heeft in zijn eerste begrotingsontwerp een toename van de militaire uitgaven van negen procent voorzien, oftewel 54 miljard dollar. Maar wat het Witte Huis kan, kunnen de Chinezen ook.

Dat geldt des te meer gezien het feit dat de strategische focus van Trump uitdrukkelijk tegen China gericht is. Dat wordt ook duidelijk uit de plaats die de marine inneemt in zijn begrotingsontwerp. De Chinezen willen hun militaire uitgaven dit jaar dan ook met zeven procent verhogen. Daarmee bereiken de Chinese militaire uitgaven 1,3 procent van het Bruto Binnenlands Product. Daarmee liggen de Chinezen ongeveer op een derde van de militaire uitgaven van de Verenigde Staten.

Technologische ontwikkeling

Het gaat echter niet alleen om de kwantiteit. President Xi Jinping is een drijvende kracht acht de ontwikkeling en invoering van innovatieve technologieën bij de strijdkrachten. “Het Chinese Volksbevrijdingsleger heeft een wezenlijke ondersteuning van de zijde van de wetenschap nodig”, aldus Xi Jinping. “We moeten inspanningen in deze richting ondernemen.”

Het eerste publieke optreden van Chengdu J-20-gevechtsvliegtuigen tijdens een vliegshow in november 2016 (foto: Alert5).

Het lijkt alsof die inspanningen achter de schermen allang plaats hebben gevonden. Twee voorbeelden spreken voor die aanname. Zo heeft China een ballistische raket ontwikkeld die in staat is een zich verplaatsend vliegdekschip te treffen. En China beschikt over het gevechtsvliegtuig Chengdu J-20, dat zich nu in de testfase bevindt en zich moet kunnen meten met de Lockheed Martin F-22 ‘Raptor’ van de Amerikanen.

Aangezien de F-22 echter reeds in de jaren ’80 ontwikkeld is, mag men aannemen dat de Chinezen in tactische terughoudendheid de superioriteit van hun product verzwijgen. Men moet er rekening mee houden dat men in het Westen de militaire ontwikkeling van het Rijk van het Midden jarenlang onderschat zou kunnen hebben, zoals dat eerder ook het geval was bij de economische opbouw van het land. 

Zeewegen

De technologische vooruitgang van de strijdkrachten maakt de regering in Peking zelfverzekerder in de inzet ervan. Eind 2015 kondigde China reeds aan in Djibouti, aan de Hoorn van Afrika, zijn eerste buitenlandse militaire basis in te zullen richten. Momenteel hebben ook de VS, Frankrijk, Japan en Duitsland daar een basis. Gezien het voor Afrikaanse begrippen geringe oppervlak van Djibouti ontstaat daarmee een brandpunt voor verwikkelingen van inlichtingendiensten en dergelijke.

Met de basis in Djibouti laat China nog eens zien dat ze vastberaden is zich niet op te laten sluiten achter een cordon van Amerikaans containment. Onder president Barack Obama hebben de Amerikanen weliswaar een aaneengesloten ketting van landen rond China proberen te creëren van Korea tot Vietnam en zelfs verder naar India. Maar China heeft transportcorridors door Birma en Pakistan weten te creëren en inmiddels hebben de Filipijnen, gevolgd door Maleisië, nadrukkelijk toenadering tot China gezocht.

De militair deskundige Li Jie zet in dit verband uiteen dat de oorspronkelijke opgave van de Chinese strijdkrachten vooral lag in het in staat zijn een gewapend conflict met Taiwan te doorstaan en de zeewegen over de Oost-Chinese en Zuid-Chinese zee open te houden. Taiwan ligt immers midden voor de Chinese kust, in geopolitiek opzicht een ramp voor de Chinese defensie.

Inmiddels zijn de Chinese strijdkrachten echter niet meer louter gericht op het openhouden van de zeewegen nabij China, maar ook verder weg. Met het oog hierop werd onlangs de marine-infanterie uitgebreid van 20.000 naar 100.000 man.

Economische vervlechting

Overigens heeft voor Peking de uitbreiding van zijn militaire activiteiten slechts het karakter van een bijzaak. In hoofdzaak vergroot het zijn wereldwijde invloed door economische activiteiten. Zo bezitten de Chinezen Amerikaanse staatsobligaties ter waarde van circa een biljoen Amerikaanse dollars. Het Handelsblatt schreef daarover onlangs:

De grootste economie van de wereld leeft op de pof, en daarvan dat andere landen hun welvaart financieren. Anders uitgedrukt: De Amerikanen zijn ervan afhankelijk dat ze ook in de toekomst krediet krijgen van China.

China’s economische strategie beperkt zich echter niet tot het monetaire. Het land heeft – net zo stel en ongemerkt als het zijn economie en zijn militaire technologie opbouwde – de hand op Afrika’s bodemschatten gelegd, althans wat veel landen in Sub-Sahara-Afrika aangaat. Een groot aantal overeenkomsten garandeert de Chinezen de toegang tot de Afrikaanse delfstofmarkt. Mede hierom hebben de VS zo’n  tien jaar geleden het laatste van hun wereldomspannende regionale militaire commando’s ingesteld, het US Africa Command (AFRICOM), met het hoofdkwartier in de Kelley Barracks in het Duitse Stuttgart. Een van de doelen van deze onderneming is in Afrika tegenover China militair te compenseren wat men economisch heeft laten liggen. Daarbij hebben de VS even goed als China met veel zwart-Afrikaanse landen overeenkomsten gesloten, zij het van andere aard.

China beheerst daarnaast grote delen van de Australische economie, in het bijzonder de mijnbouwindustrie. Als Peking hoest, krijgt Australië de griep. Toen de vraag in China drie jaar geleden terugviel, raakte de hele Australische economie in een crisis.

Bovendien koopt China zich wereldwijd in in bedrijven, van Zuid-Amerika tot Europa. En economische vervlechting is nooit helemaal vrij van politieke invloed. Geen wonder dat de Chinezen op vrijhandel inzetten, juist nu de Amerikaanse president Trump dit principe in twijfel trekt. Toen de Amerikaanse minister van Handel Wilbur Ross van een “handelsoorlog” met China sprak, wierp zijn ambtsgenoot uit Peking tegen dat de ene noch de andere zijde daar baat bij zou hebben. En hij voegde daar aan toe: “Veel Amerikaanse en westerse vrienden denken dat China niet zonder de VS kan bestaan, maar dat is slechts de halve waarheid. De VS kunnen evenmin zonder China bestaan.” En nu Trump TPP afgeschoten heeft, bestaat er een reële kans dat er alsnog een dergelijk handelsverdrag met landen rond de Stille Oceaan komt, zij het zonder Amerika en met China.

Geopolitiek en symboliek

Ofschoon Peking zijn strategische zwaartepunt heeft gelegd op economie en handel, blijft de Taiwan-kwestie een belangrijke kern van het Chinese beleid. Dat heeft, naast het, hierboven reeds aangestipte, evidente geopolitieke belang, ook een symbolische reden die ver terug in de geschiedenis ligt.

Halverwege de 17e eeuw drongen de Mantsjoes steeds verder door in het Chinese vasteland, verdreven de Ming-dynastie en stelden een vreemde overheersing in. Getrouwen van de Ming slaagden er onder leiding van Zheng Chenggong echter in om met 35.000 soldaten en 400 jonken naar Taiwan te vluchten. Daar beëindigden ze 1662 de koloniale overheersing door de Hollanders van de VOC en stichtten het koninkrijk Dong Ning. De loyalisten slaagden er weliswaar nooit in om, zoals het plan was, de Mantsjoes weer uit China te verdrijven, maar tot op de dag van vandaag geldt Taiwan als bolwerk van de Chinese statelijke legitimiteit en traditie.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De overgave van Fort Zeelandia aan Zheng Chenggong in 1662

Dat zich in 1949 Tsjang-Kai-Sjek na de verloren burgeroorlog met zijn Kwomintang eveneens op Taiwan terugtrok, herinnert als historische parallel aan de vlucht van de Ming en verleent het gebeuren een zekere legitimiteit. Niet voor niets is ook de hedendaagse Kwomintang, die nu in oppositie is op Taiwan, nog altijd voorstander van het Een-China-beleid. Voor Peking is het gegeven dat er naast de ‘Volksrepubliek China’ uitgerekend op Taiwan een ‘Republiek China’ bestaat een open wond. Peking zal er nooit mee akkoord kunnen gaan dat uitgerekend dit eiland met zijn grote symbolische waarde permanent van China afgescheiden wordt.

Dat is de achtergrond van het Een-China-beleid waarvan Trump meende dat hij de geldigheid in twijfel moest trekken toen hij net zijn ambt had aanvaard. Als de Amerikaanse regering nu dan zelfs over de levering van raketsystemen en dergelijke aan Taiwan spreekt, gaan in Peking alle alarmbellen af.

Het naar admiraal Zheng He genoemde containerschip, hier op de Elbe, is een van de grootste ter wereld (foto: Hummel).

China denkt niet alleen economisch en geopolitiek, maar ook in tijdperken en symbolen. Overigens liggen ook aan de keuze voor Djibouti als locatie voor de eerste buitenlandse militaire basis van China niet alleen praktische en geopolitieke overwegingen ten grondslag – het beveiligen van Chinese en andere schepen tegen Somalische piraten en een steunpunt aan een van de takken van de Nieuwe Zijderoute – maar is ook deze keuze symbolisch geladen. De Hoorn van Afrika is immers het meest westelijke punt dat Admiraal Zheng He op zijn vijfde rijs, van 1417 tot 1419, bereikte. Ook dat is in China niet vergeten: Een van de grootste en modernste containerschepen van het land is naar Zheng He genoemd. Zo staan de beide Zhengs symbool voor de twee kernen van de Chinese opstelling in de internationale betrekkingen: Zheng Chenggong voor het Een-China-beleid en admiraal Zheng He voor het nieuwe bewustzijn van China als belangrijke speler op het wereldtoneel.

Lees ook:

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.