75 jaar geleden riep de Amerikaanse minister van Financiën Henry Morgenthau ertoe op om Duitsland na de overwinning door de geallieerden in een primitieve, agrarische staat te veranderen. Het Morgenthauplan kwam weliswaar nooit tot uitvoering, maar het beïnvloedde wel het bezettingsbeleid van de VS. 

Tijdens de Conferentie van Teheran eind 1943 kwamen de ‘grote drie’ Franklin D. Roosevelt, Winston Churchill en Jozef Stalin tot een principeakkoord over de deling van Duitsland. Bovendien eiste Stalin dat Duitsland gedeïndustrialiseerd zou worden. Hierop begon in Amerikaanse regeringskringen de discussie over de concrete toekomst van Duitsland na de oorlog. Hierbij ontstonden twee facties: Aan de ene kant stonden de voorstanders van een ‘harde vrede’, met name het ministerie van Financiën. Aan de andere kant stonden de voorstanders van een ‘realistische vrede’, met name de ministeries van Oorlog en Buitenlandse Zaken.

Tegenstanders Morgenthauplan hadden aanvankelijk de overhand

In de zomer van 1944 hadden de laatsten duidelijk de overhand. Zij raadden in hun rapporten unisono een snelle economische wederopbouw van Duitsland aan. Niet in de laatste plaats om de bezettingskosten zo laag mogelijk te houden. In deze zin viel dan ook de Combined Directive for the Military Government in Germany prior tot Defeat or Surrender (CCS 551), de bezettingsrichtlijn voor de verenigde chefs van staven van de VS en Groot-Brittannië, van 28 april 1944 uit. Hieruit kwam dan weer het door de geallieerde opperbevelhebber Dwight D. Eisenhower goedgekeurde Handbook for Military Government in Germany van juni 1944 voort.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Bernstein speelde handboek militair bewind aan Morgenthau door

Dit handboek bepaalde eveneens dat het overwonnen Duitsland zijn industrie zou behouden. Naar we nu weten, speelde een officier in Eisenhowers staf, kolonel Bernard Bernstein, het handboek door aan de toenmalige minister van Financiën, Henry Morgenthau. De politicus met Duits-Joodse wortels behoorde tot de binnenste kring van vertrouwelingen van president Roosevelt. Morgenthau haatte de “Teutoonse beesten” meer dan wat ook. Hij reageerde dan ook furieus toen hij op 5 augustus 1944 op een vlucht naar Engeland het handboek las. Na aankomst probeerde hij meteen Eisenhower, de Britse premier Churchill en zijn minister van Buitenlandse Zaken Anthony Eden ervan te overtuigen, om de Duitse zware industrie volledig te ontmantelen. Anders zou het volgens Morgenthau niet lang duren voor de ‘Hunnen’ weer oorlog zouden stichten. 

Morgenthau had Roosevelts oor

Bovendien vormde Morgenthau op zijn ministerie, dat hij sinds 1934 leidden, een commissie voor Duitslandbeleid. Ook informeerde hij Roosevelt over zijn bedenkingen bij de beoogde bezettingsstrategie. Daarop stelde de president in de kabinetszitting van 25 augustus 1944, dat hij Morgenthaus standpunt deelde. Dit bracht de Amerikaanse minister van Oorlog, Henry L. Stimson ertoe te zeggen, dat hij er niet mee akkoord kon gaan “dat het een van onze oorlogsdoelstellingen zou moeten zijn om de Duitsers op het niveau van bestaansminimum te houden.”

‘Morgenthauplan impliceert dood of deportatie 40% Duitsers’

Stimsons duidelijke stellingname bracht Roosevelt er echter geenszins vanaf een commissie in het leven te roepen die de richtlijnen voor een hardere koers moest bepalen. Ook in de commissie hadden de tegenstanders van Morgenthaus plannen echter de meerderheid. Zo rekende minister van Buitenlandse Zaken Cordell Hull voor dat de beoogde deïndustrialisering van Duitsland alleen plaats zou kunnen vinden door de dood of deportatie van 40 procent van alle Duitsers.

Morgenthauplan

Harry Dexter White legt het Morgenthauplan opnieuw voor

Harry Dexter White, de rechterhand van Morgenthau, legde de commissie op 2 september 1944 echter een memorandum voor getiteld Suggested Post-Surrender Program for Germany, dat de geschiedenis in zou gaan als Morgenthauplan. Het document bestaat niet meer. Maar zijn inhoud Morgenthaus boek Germany is Our Problem geeft de inhoud ervan weer.

 

Duitsland zou gedecentraliseerd, gedemilitariseerd en gedeïndustrialiseerd moeten worden en zijn bevolking in de toekomst als akkerbouwers en veehouders moeten bestaan. Verder werd de afscheiding van Oost-Pruisen, Silezië en het Saarland bepleit. Daarbij moest een groot deel van het westen van Duitsland geïnternationaliseerd worden. Tot slot bepleitte men de opdeling van Duitsland in een noordelijk en een zuidelijk land. Dat Morgenthau dit alles volstrekt serieus meende, blijkt uit de volgende uitspraak van 4 september 1944: “Ik zou iedere mijn en iedere fabriek vernietigen.”

Morgenthauplan

Tweede Conferentie van Quebec

Dit plan viel daadwerkelijk in vruchtbare aarde. Op hun tweede conferentie in Quebec kwamen Roosevelt en Churchill op 15 september 1944 “de verandering van Duitsland in een land [..], dat in de eerste plaats een agrarisch en landelijk karakter heeft” overeen. De Britse premier, die later de indruk probeerde te wekken dat hij met de hele affaire niets te maken had, liet zich daarbij denkbaar leiden door de wens het Verenigd Koninkrijk een van de belangrijkste economische concurrenten van het lijf te houden.

Britse kabinet fluit Churchill terug

De Britse en Amerikaanse ministers van Buitenlandse Zaken Eden en Hull meldden echter onverwijld hun protest tegen het besluit. Het Britse kabinet verwierp het eveneens. Mogelijk waren Churchill en Roosevelt er in geslaagd het plan alsnog door te drukken. Ware het niet dat het Morgenthauplan uitlekte naar de Amerikaanse pers. Deze berichtte er vanaf 21 september 1944 over. Daarop stak een storm van verontrusting op in de VS. Dit dwong de president, die in november herkozen wilde worden, ertoe kort na de eerste onthullingen van columnist Drew Pearson afstand te nemen van het plan.

Uiteindelijke bezettingsrichtlijn

Dit betekende echter niet dat men het plan van de Amerikaanse minister van Financiën om Duitsland economisch te vernietigen nu volledig liet varen. Uiteindelijk heette het in de vanaf april 1945 geldende bezettingsrichtlijn JCS 1067/6, die de CCS 551 afloste, dat de Amerikaanse militaire bewindvoerders “geen stappen mogen ondernemen, die (a) tot de economische wederoprichting van Duitsland zouden kunnen leiden of (b) geëigend zijn om de Duitse economie in stand te houden of te versterken”. Van deze koers week men pas onder Roosevelts opvolger Harry S. Truman af. Deze zag toen namelijk de Sovjet-Unie als nieuwe hoofdvijand van de VS.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.