Steeds meer Afrikanen verwijten het Internationaal Strafhof selectieve vervolging. Nog niet één van de Séléka-leiders, die verantwoordelijk zijn voor de burgeroorlog in de Centraal-Afrikaanse Republiek, heeft zich in Den Haag hoeven verantwoorden. Twee christelijke militieleiders werden wel opgepakt.

Sinds islamistische rebellen uit het noordoosten van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) in 2013 de macht grepen in de hoofdstad Bangui, heerst in de voormalige Franse kolonie burgeroorlog. Na enkele maanden bloedige heerschappij werden de rebellen door een Franse interventiemacht van de macht verstoten, maar niet ontwapend. In grote delen van het overwegend christelijke land woeden ze nog altijd voort onder de bevolking.

Anti-Balaka-eenheden

Derhalve vormden zich onder de christelijke en animistische bevolking zelfverdedigingstroepen, zogeheten Anti-Balaka-eenheden, die dikwijls bestonden uit elementen van de voormalige strijdkrachten van het land. Toen de Fransen na een jaar vertrokken en de veiligheid in het land aan een internationale beschermingsmacht van de Afrikaanse Unie overlieten, verslechterde de veiligheidssituatie weer. De meeste vredeshandhavers stammen uit islamitische landen als Marokko, Mauritanië of Niger. Hoewel de paus in 2015 in de Centraal-Afrikaanse Republiek was en daarbij zelfs een moskee in Bangui bezocht als symbool van de wil tot vrede onder de christelijke bevolking, lieten de Séléka-milities, inmiddels opgesplitst in diverse facties, niet af met hun geweld tegen de christelijke bevolking.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Islamitische vredeshandhavers

Hoofddoel van hun aanvallen werden nu vooral katholieke priesters. Van de honderdduizenden binnenlandse vluchtelingen is de overgrote meerderheid door kerken opgevangen. In november kwam het in de christelijke stad Alindao, waar eigenlijk een wapenstilstand gold, tot een slachting onder zo’n honderd christelijke vluchtelingen in het kerkelijk centrum van de stad. Onder de slachtoffers waren ook twee katholieke priesters. De islamitische vredeshandhavers uit Mauritanië, die eigenlijk voor de bescherming van de vluchtelingen verantwoordelijk waren, keken de andere kant op.

Selectieve vervolging

Het Internationale Strafhof in Den Haag, dat sinds 2014 ook geacht wordt oorlogsmisdaden in Centraal-Afrika te vervolgen, kon kort daarop twee successen melden. Men had echter niet de veroorzakers van de slachtingen of de mannen achter de schermen opgepakt, maar twee christelijke militieleiders, Alfred Yekatom en Patrice-Edouard Ngaïssona, die gepoogd hadden de christelijke bevolking te beschermen en ervan verdacht worden daarbij zelf ook oorlogsmisdaden te hebben begaan. “De arrestatie van de twee Anti-Balaka-leiders”, aldus pater Donald Zagore tegenover het Vaticaanse persbureau Fides, “is uitdrukking van selectieve vervolging. Men moet zich bedenken dat de Anti-Balaka-troepen als reactie op geweld en misdaden tegen de menselijkheid door de Séléka-rebellen ontstaan zijn”.

Séléka-rebellen

De Séléka-rebellen, die vanuit hun bolwerk in Birao aan de grens met Soedan nog altijd grote delen van het land en zelfs een wijk van Bangui beheersen, zijn niet ontwapend. Ook zijn er geen inspanningen om hun aanvoerders, Noureddine Adam voorop, op te pakken. Adam is de zoon van de hoofd-imam van Bangui, zijn clan is leidend in de diamantenhandel. Hij heeft in de afgelopen maanden gedreigd de democratisch gekozen president Faustin Archange Touadéra, een christen, van de macht te verdringen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.