In overdrachtelijke zin wordt het begrip ‘Echternacher Springprozession’ in het Duitse taalgebied wel gebruikt voor moeizame besluitvormingsprocessen, bijvoorbeeld in de politiek. Het zijn van die processen waarin je op twee stappen vooruit altijd weer een stap terug moet zetten, wat door de bank genomen een slakkentempo oplevert.

Waar de uitdrukking vandaan komt, kan iedereen op de dinsdag na Pinksteren in Echternach beleven. Dan vindt in het kleine Luxemburgse stadje namelijk een curieus voorkomende omgang plaats, die reeds sinds de Middeleeuwen ieder jaar gehouden wordt. De oorsprong van dit gebruik is gelegen in de verering van de missiebisschop Willibrord (658-739), die wel de apostel der Lage Landen genoemd wordt.

Het Justitiekruis op de Markt van Echternach, symbool van de wereldlijke macht van de vroegere abdij. Na de Franse Revolutie verwijderd, is het na de Tweede Wereldoorlog herplaatst (foto: Palauenc05).

Ieder jaar komen meer dan 12.000 deelnemers uit de Benelux-landen en Duitsland naar Echternach voor de omgang, waarbij ze zich van het ene op het andere been springend langzaam voortbewegen. De pelgrims trekken naar religieus gebruik met ritmische stappen door de straten van de oudste stad van Luxemburg.

Bij de processie, die sinds 2010 tot het immateriële UNESCO-werelderfgoed behoort, wordt daadwerkelijk gesprongen, maar toch niet zo doelloos als men op grond van het overdrachtelijke gebruik van de term zou kunnen vermoeden. Er wordt eerst naar rechts gesprongen en dan naar links, bij beide ook een stukje naar voren. De indruk van ‘twee stappen naar voren, een stap naar achteren’, die zijn weg heeft gevonden naar het cliché, komt vermoedelijk voort uit de opstoppingen die zich soms voordoen.

Een gezelschap van vrouwen met witte blouse en donkere broek of rok en mannen met wit overhemd en donkere broek gaat voorop en laat zien hoe het moet. Helemaal vooraan schrijdt feestelijk de lokale brandweer, met op de schouder een sierlijk beeld van Sint Willibrord.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De basiliek van Echternach, op de plaats van de door Willibrord gestichte abdij (foto: Jonathan van Tongeren)

De eigenlijke omgang duurt ongeveer een uur en mondt uit aan het graf van Sint Willibrord in de crypte van de basiliek. De pelgrims worden begeleid door muziekkapellen die allemaal dezelfde melodie spelen – een volkswijsje waarop door de tijd heen voortgeborduurd is. De melodie werd in 1850 door een componist uit Trier in zijn huidige vorm op schrift gesteld.

Tombe van Sint Willibrord in de crypte van de basiliek (foto: Iijjccoo)

De traditie van de springprocessie is echter veel ouder. Een vermelding van sprongen ter ere van Sint Willibrord is door historici zelfs al in oorkonden uit de 11e eeuw ontdekt. Waarbij echter niet geheel duidelijk is of dit op de processie in Echternach sloeg. Er waren in de Middeleeuwen namelijk ook springprocessies in andere delen van de Eiffel, zoals in Prüm. Prüm was vanaf de achtste eeuw een belangrijke abdij met veel grond. Pepijn de Korte, de opvolger van Karel de Grote, gaf de sandalen van Christus, die hij van paus Zacharias had ontvangen, aan deze abdij in bewaring. (Pepijn zou later de opvolger van Zacharias, paus Stefanus II, bij Verdrag van Quierzy de Kerkelijke Staat schenken.) Zeker is echter dat Echternach, waar Willibrord begraven ligt, al vroeg na zijn dood grote hoeveelheden pelgrims trok.

Waarom er überhaupt gesprongen wordt, is echter onbekend. Een van de theorieën stelt dat de springprocessie het vallen epileptici nabootst, omdat de voorspraak van Willibrord wel wordt ingeroepen bij epilepsie. Anderen zien in de dansprocessie simpelweg een uiting van vreugde. Moderne interpretaties duiden de tamelijk inspannende manier van voortbewegen wel als ‘bidden met de voeten’. Maar niet in de laatste plaats is het een gemeenschapsgebeuren, want de deelnemers zijn met witte doeken aan elkaar verbonden.

“De verheffing tot werelderfgoed was een geweldige herwaardering van deze traditionele gebeurtenis”, aldus burgemeester Yves Wengler. In de eerste plaats blijft de processie volgens hem echter een feest van het geloof. “Daaraan zal in de toekomst ook niets veranderen”, stelt Wengler. De titel van werelderfgoed is evenwel een eer, waar de hele regio profijt van heeft. Niet alleen toeristisch. Het belangrijkste is echter, zo stelt bisschop Stephan Ackermann van Trier, “de verbinding van gebed, gezang en gemeenschap”.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.