Er wordt wel gezegd dat het vooruitzicht van lidmaatschap van de Europese Unie één van de  meest succesvolle instrumenten is om landen tot hervormingen aan te zetten. Als de Oekraïnecrisis iets laat zien, dan is het wel dat dit instrument ook zo zijn beperkingen heeft.

Formeel was er slechts sprake van een associatieverdrag en een vrijhandelsakkoord, dat wordt door velen – met name onder Oost-Europese politici – echter gezien als een eerste stap op de weg van de Europese integratie. Een opvatting die bevestigd lijkt te worden door het Europees Parlement, dat – toen de crisis in Oekraïne eenmaal een feit was, de vlucht naar voren nam en Oekraïne expliciet het perspectief van toetreding bood. Daarnaast bevat het verdrag ook bepalingen over convergentie met en geleidelijke integratie van Oekraïne in het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) en het Europees Defensie Agentschap (EDA) van de EU.

In Oekraïne zien we dan ook het onder beleidsmakers populaire narratief van de effectiviteit van het perspectief van toetreding tot de EU in botsing komen met het overheersende narratief ter rechtvaardiging van de doorgaande Europese integratie, te weten ‘vrede en stabiliteit’.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Een veel gehoord verhaal rond het perspectief van toetreding tot de EU is dat dit een goede hefboom is om landen zo ver te krijgen bepaalde hervormingen door te voeren, daarbij wordt in de eerste plaats gedacht aan onafhankelijkheid van bestuurlijke en gerechtelijke organen,  bestrijding van corruptie binnen de overheid en wat dies meer zij. Nu is het waar dat diverse landen die tot de EU zijn toegetreden in de aanloop naar hun toetreding de nodige hervormingen hebben doorgevoerd. Dat er nog altijd zorgen zijn op genoemde gebieden ten aanzien van reeds toegetreden landen als Roemenië en Bulgarije maakt echter ook wel duidelijk dat het instrument niet zonder meer werkt, het moet dan ook wel doortastend gehanteerd worden.

Hoewel te twisten valt over het precieze effect van het bieden van een perspectief op toetreding tot de EU op diverse landen en de waarde en duurzaamheid van de effecten, heeft het door de bank genomen inderdaad een voor de EU-beleidsmakers wenselijk effect, zeker in politiek opzicht. Ten aanzien van Oekraïne lijkt men echter de effectiviteit van dat instrument overschat en de complexiteit van de geopolitieke omstandigheden onderschat te hebben. Het resultaat is dat de EU effectief haar tanden heeft stuk gebeten op Oekraïne.

[contextly_sidebar id=”CQ23ssJgXIFEZqU5MhKnSeNCyZum01Mi”]

Men wist immers van tevoren dat Oekraïne een land is met een sterk onderscheid tussen verschillende regio’s. Delen van het land hebben zeer uiteenlopende geschiedenissen, de Krim en het Oosten van Oekraïne behoorden lange tijd tot Rusland, terwijl het westen en midden van het land deel uitmaakten van het Pools-Litouwse gemenebest en Oostenrijk-Hongarije, ook tijdens de Russische Revolutie en de twee wereldoorlogen liepen de fronten dwars door de Oekraïne, waarbij men aan verschillende kanten meevocht, eigen (satelliet)staten uitriep enzovoorts. Het ligt dan ook voor de hand dat onder de bevolking zeer uiteenlopende mentaliteiten, culturele en politieke voorkeuren bestaan. Daar komt nog bij dat hierdoor ook een belangrijk regionaal taalonderscheid bestaat; terwijl het westen van het land homogeen Oekraïens-talig is (wat kleinere taalgemeenschappen zoals Roemenen en Hongaren daargelaten), zijn er in het oosten en met name op de Krim veel Russischtaligen. Tot slot is er dan nog een regionaal onderscheid ten aanzien van de belangrijke economische sectoren. Rusland is in haar eentje ongeveer een even belangrijke handelspartner voor Oekraïne als de hele EU bij elkaar, zodat de sector waarin men werkzaam is ook samenhangt met de voorkeur die men heeft voor economische banden met de EU of Rusland. Peilingen voor de crisis wezen uit dat een aanzienlijke minderheid van de Oekraïense bevolking meer economische integratie met de EU wilde, terwijl een ongeveer even groot aandeel meer economische samenwerking met Rusland wilde en ook een aanzienlijk deel van de bevolking het niet wist. Er kan dus niet gezegd worden dat de oppositie tegen de regering van Janoekovitsj representatief is voor de bevolking.

[contextly_sidebar id=”NyMiQ26L8Lju4DcgeLm6Zz6RAgseJntG”]Door deze oppositie zo openlijk te steunen hebben politici van EU-wege en uit diverse EU-lidstaten en de Verenigde Staten, moedwillig de regionale verdeeldheid in het land aangewakkerd. Waar dat toe geleid heeft weten we allemaal, er is een niet zo koude staatsgreep gepleegd en een burgeroorlog ontbrandt. Ondertussen financiert de Europese Unie dat in Oekraïne, dat diep in de schulden steekt, ook bij Rusland, de kachel aan blijft, zodat het centrale gezag in Kiev geld kan blijven steken in het bombarderen van haar eigen burgers in het Donbasbekken. En Rusland en de Europese Unie zijn in een vorm van economische oorlogvoering beland die in het belang van de een noch de ander is.

Totale oorlog

Maar de Europese Unie was toch een vredesproject, dat stabiliteit zou brengen? Sommigen laten echter openlijk merken dat het hen helemaal niet om vrede en stabiliteit te doen is. Zo de Amerikaanse neoconservatieve tankdenker Anne Applebaum. De echtgenote van Radoslaw Sikorski, tot 2015 minister van Buitenlandse Zaken van Polen, schreef in de zomer van 2014 in haar column in de Washington Post, dat Europeanen zich voor moeten bereiden op totale oorlog. Dus niet slechts op economische oorlog, met alle doorgedraaide groente en fruit van dien, maar ook op oorlog tout court. Als het aan Applebaum ligt, moet Europa niet alleen financieel bloeden voor de regime change in Oekraïne, maar wordt Europa ook het slagveld voor een totale oorlog tussen Rusland en Amerika.

De prijs is hoog, zoveel mag duidelijk zijn. Maar wat kopen we ervoor? Oekraïne wordt geen lidstaat van de Europese Unie, zo verzekert menig politicus ons. Oekraïne is onder het nieuwe bewind ook bepaald geen toonbeeld van politieke en bestuurlijke zuiverheid geworden. Een selecte club oligarchen heeft een ferme greep, niet alleen op belangrijke economische sectoren, maar ook op het openbaar bestuur. Ondertussen pleegt de ene na de andere oppositiepoliticus onder verdachte omstandigheden zelfmoord.

De Europese politiek ten aanzien van Oekraïne heeft met andere woorden het land zelf gedestabiliseerd, verscheurd en in een burgeroorlog gestort; heeft de verhouding van Europa  met Rusland ernstig verstoord en levert de lidstaten van de Europese Unie aanzienlijke economische schade op. En als het aan Amerikaanse neoconservatieven ligt, kost het ons ook nog een totale oorlog, waarbij we zelf in de vuurlinie liggen tussen kernmachten Amerika en Rusland. Waarom hebben politici de EU in dit wespennest gestoken? In wiens belang wordt hier gehandeld?

Bij commentatoren als Applebaum zien we duidelijk dat het haar uiteindelijk niet zo zeer om het reële belang van Europa of Oekraïne gaat, als wel om een ideologisch motief, gericht op regime change in Rusland. Dat is overigens ook voor VVD-Europarlementariër Hans van Baalen een van de doelstellingen van de hernieuwde Koude Oorlog (zie onderstaand filmpje van een forumdiscussie in een zaal van het Europees Parlement). Het grotere doel daarachter is dat ook Rusland zich weer gaat voegen naar de wenken van de laatste supermacht. Dit strookt goed met de denkwereld van veel Europese politici die niet of nauwelijks los kunnen komen van het denken in Atlantische structuren. “Zonder Amerika gaat het niet”, zongen politiek en pers in koor ten tijde van de inval in Irak. Inzake Irak kwamen de leugens over massavernietigingswapens die een directe bedreiging ook voor Europa vormden uiteindelijk uit, maar nog altijd geloven we dat Amerika een mondiale politieagent met louter goede bedoelingen is.

Amerikaanse politici weten echter ook wel dat hun positie als enig overgebleven supermacht, ondanks hun grote militaire voorsprong, niet tot in lengte van dagen zeker is. Om de Amerikaanse positie veilig te stellen, voert men een tweeledige strategie. Enerzijds richt men zich op consolidering en versterking van de economische banden met westerse of op Amerika georiënteerde landen door middel van zogeheten vrijhandelsverdragen, zoals daar zijn TTIP en TPP. Dat dergelijke vrijhandelsverdragen niet in de eerste plaats een economisch, maar veeleer een geopolitiek doel dienen, wordt ook ronduit gesteld door politici aan beide zijden van de grote plas. Zo stelde toenmalig minister van Buitenlandse Zaken en inmiddels eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, Frans Timmersmans in een toespraak: “Het is heel eenvoudig, als we in staat zijn het Transatlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP) te zien als wat het is: geen vrijhandelsovereenkomst. TTIP is een geostrategische overeenkomst. Het is een politieke overeenkomst.”

[contextly_sidebar id=”i6u7tDvNAGKSQXnIkGVDHQK3xYPI7xWr”]Anderzijds voert men een politiek van de spanning. Aan de randen van de Europese Unie, in Noord-Afrika, het Midden-Oosten en het deel van Europa dat buiten de oostgrens van de EU valt, worden, onder de vlag van democratie, civil society en ‘westerse waarden’ in het algemeen, opstanden tegen het gezag gesteund. Veel van de non-gouvernementele organisaties in desbetreffende landen zouden zonder de steun van Amerikaanse instellingen als het National Endowment for Democracy (NED) – direct of indirect via andere instellingen en organisaties als het International Republican Institute – niet of nauwelijks kunnen bestaan, zodat de vraag voor de hand ligt of we hier nu werkelijk met onafhankelijke vertegenwoordigers van de burgermaatschappij ter plaatse te maken hebben, of veeleer met een select groepje van op Amerika georiënteerde activisten. Diverse EU-lidstaten zoals het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Nederland kennen vergelijkbare programma’s en inmiddels heeft ook de EU het EED opgezet naar voorbeeld van het NED. Daarbij komen nog de ‘Open Society’-fondsen van de schatrijke ‘filantroop’ George Soros. De activiteiten van de zogeheten ngo’s die door deze instellingen gefinancierd worden, zijn cruciaal geweest in de voorbereiding van diverse revoluties in landen waarvan de regering op dat moment niet (exclusief) westers c.q. Amerikaans georiënteerd was, te denken valt recentelijk aan Georgië en Oekraïne, maar ook aan de zogenaamde Arabische lente. Hoe het ook zij, mede door dit beleid worden diverse landen en groepen tegen elkaar uitgespeeld, met alle chaotische en vaak gewelddadige gevolgen van dien. En zo worden de politici en commentatoren in de EU bang gehouden; hun Pavlov-reactie is dan: Zonder Amerika gaat het niet!

Ondertussen wordt op deze manier ook voorkomen dat alternatieve bondgenootschappen of zelfs maar samenwerking tot stand komt. Er wordt door westerse politici en commentatoren op gewezen hoe Rusland zichzelf zou isoleren door haar optreden in de kwestie Oekraïne. Effectief is het Amerikaanse beleid er echter op gericht om Europa exclusief aan haar te binden en dus in zekere zin te isoleren van andere landen of delen van de wereld. Te denken valt aan de BRICS-landen, Brazilië, India, China en Zuid-Afrika, die in toenemende mate met Rusland samenwerken. Zie ook de hierboven aangehaalde toespraak van Frans Timmermans.

Frans Timmermans citaatVoor een continent dat het ‘nooit meer oorlog’ zo hoog in het vaandel draagt, is het curieus hoe Europa aan het handje loopt van Amerika bij het aangaan van allerlei oorlogen, vaak eufemistisch als ‘militaire interventie’ betitelt.

Tegenover de politiek van spanning van de Verenigde Staten, die overal ter wereld een rol spelen in lokale conflicten, staat de reactieve politiek van Poetins Rusland, dat zich alleen op het eigen deel van de wereld richt. Poetins regering opereert vanuit een inzichtelijk paradigma, voorop staan het geopolitieke belang van Rusland en de belangen van de Russen. Daarbij wordt het Russische buitenlandbeleid gekenmerkt door een geduldige, vaak afwachtende houding, pas als het Russische belang op geen andere manier meer gewaarborgd kan worden, wordt doortastend militair opgetreden om een beperkt doel te bereiken. Zie bijvoorbeeld het veilig stellen van de Krim, waar grote onrust over de staatsgreep in Kiev bestond onder de overwegend Russische bevolking en de historische Russische marinebasis Sebastopol in het geding was, maar ook Syrië. Het Russische buitenlandbeleid is met andere woorden vooral defensief. Waar de Amerikanen overal ter wereld offensief optreden om hun positie als enige supermacht veilig te stellen, streven grootmachten als Rusland, maar ook China naar een multipolaire wereldorde.

Er is geen enkele reden waarom Europa niet haar voordeel zou kunnen doen met een dergelijke multipolaire orde. Hoewel men zich af kan vragen hoe geloofwaardig de Europese Unie als vredesproject inmiddels nog is, zou het als zodanig een veel grotere en meer geloofwaardige uitstraling in de wereld kunnen hebben, door te streven naar harmonieuze verhoudingen met Rusland en andere grootmachten. In plaats daarvan begaan onze politici de geëffende paden van de Atlantische structuren, zichzelf continu inprentend dat het zonder Amerika niet zou gaan. Maar het Europese en het Amerikaanse belang vallen niet samen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.