Vier van de terroristische aanslagen met de grootste gevolgen van het afgelopen jaar  werden door Oezbeken gepleegd. Ook strijden er talrijke jonge mannen uit Oezbekistan in de rijen van ‘Islamitische Staat’ (IS) en vergelijkbare groeperingen. Dat roept de vraag op waarom juist dit Centraal-Aziatische land tussen het Aralmeer en het Tiensjangebergte zo’n prominente broedplaats van terrorisme is.

In de kleine uurtjes van 1 januari 2017 schoot Abdulkadir Masjaripov 39 gasten van nachtclub Reina in Istanbul dood. Daarop volgden op respectievelijk 3 en 7 april een aanslag op de metro in Sint-Petersburg met 14 doden tot gevolg en een aanslag met een vrachtwagen in het centrum van Stockholm, die vijf mensen het leven kostte. De daders waren hier respectievelijk Akbarshon Dsjalilov en Rachmat Akilov. Verder vermoordde Saifulla Saipov op 31 oktober 2017 in New York nog eens acht mensen met een vrachtauto. Al deze daders waren Oezbeken.

In de Centraal-Aziatische voormalige Sovjetrepubliek identificeert zich tegenwoordig circa 90 procent van de 32 miljoen hoofden tellende bevolking als islamitisch – en zo’n een op de tien geldt als radicale moslim. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie ontstond een vacuüm qua wereldbeschouwing en maakte de islam een renaissance door. Hierdoor ontstonden niet alleen talrijke moskeeën en koranscholen, Oezbekistan – dat qua oppervlakte tussen Duitsland en Frankrijk in ligt – werd ook een broedplaats voor vijf islamitische terroristische organisaties, namelijk Al Qaida, Hizb ut Tharir, Akramiya, Ozbekiston Islomiy Harakati en Ittihad al Jihad al Islami.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Deze groeperingen, met de OIH voorop, pleegden talrijke aanslagen in het land, bijvoorbeeld in februari 1999 en maart, april en juli 2004 tegen westerse ambassades en andere doelen in de hoofdstad Tasjkent. In het jaar 200 rukten gevechtseenheden van de OIH zowaar tot 60 kilometer voor Tasjkent op. Doel van de acties was de destabilisatie van Oezbekistan, wiens seculiere regering destijds nauw samenwerkte met de Verenigde Staten en de NAVO, en na de aanslagen van 11 september 2001 ook luchtmachtbases beschikbaar stelde voor aanvalsoperaties tegen de Taliban in Afghanistan.

Ten gevolge van de acties ging de regering in Tasjkent steeds hardhandiger te werk. Dit leidde in 2005 tot een regelrechte opstand onder de bevolking in het Ferganavallei aan de grens met Kirgizië. Het Oezbeekse leger sloeg deze opstand compromisloos neer, waarbij enkele honderden slachtoffers vielen, wat weer bijdroeg tot verdere radicalisering onder de islamitische bevolking.

Iets anders dat bijdroeg aan de radicalisering waren de inspanningen van talrijke predikers die vanuit Saoedi-Arabië naar de Centraal-Aziatische republiek stroomden en door de machthebbers in Riaad betaald werden. Islom Karimov, van 1991 tot 2016 president van Oezbekistan, constateerde terecht dat zijn land nu bedreigd werd door het “spook van het wahabisme”.

Recenter kreeg dan ook nog Islamitische Staat voet aan de grond in Oezbekistan, in de vorm van de regionale tak IS Khorasan, waarvan de naam verwijst naar een historische provincie. Dat dit kon gebeuren kwam vooral door het inboeten aan betekenis van de OIH, die door de repressie van de zijde van de Oezbeekse regering de wijk nam naar Afghanistan en Pakistan. Daarnaast beschikt ID door zijn grotere internationale netwerk en behaalde successen in de djihad over een grotere aantrekkingskracht.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.