Als guillotines van vlees en bloed voltrokken Adel Kermiche en Abdel-Malik Petitjean op dinsdag 26 juli in de kerk van Saint-Étienne-du-Rouvray de ultieme daad van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Met een mes sneden ze de keel door van de 86 jaar oude priester Jacques Hamel, hulppastoor van deze kerk.

Het decor van deze daad was Frankrijk; het land dat haar fundamenten placht te situeren op tal van onthoofde lichamen en bijbehorende hoofden: de slachtoffers van de Franse Revolutie. Nog verhit van de feestvreugde van 14 juli – quatorze juillet, de dag waarop dit land het feest der onthoofdingen viert, elk jaar weer, klonk na de daad in Étienne-du-Rouvray het stampvoeten van Franse politici als Valls en Hollande. Het opgedroogde bloed dat hun nieuwe Frankrijk inluidde – nog vermengd met confetti, champagne en sporen van soldatenlaarzen – kon niet verhinderen dat er toch op z’n minst toch nog enige afschuw was van deze daad.

Met gevoel voor drama en opgezwollen pathetiek zette de Franse regering zowaar haar laïciteitsbeginsel aan de kant door een herdenkingsbijeenkomst te bezoeken in de Notre-Dame, de hoofdkerk van het land. Deze grootmoedigheid van Hollande en de zijnen had de onthoofde kerk nederig moeten maken en doen zwijgen – in het land waar werkelijke tegenstanders als ontzielde lichamen worden herdacht dienen ultieme tegenstanders immers te zwijgen – maar het mocht niet zo zijn: de Kerk sprak als vanuit de kerkers van de Bastille en de verwoeste kerken en kloosters van weleer. En de gespeelde woede van socialisten en liberalen na de onthoofding van vader Jacques Hamel maakte plaats voor oprechte woede. Wat Kermiche en Petitjean niet lukte – de waarheid persen uit de monden van Franse politici – lukte wel de aartsbisschop van Parijs, Monseigneur Vingt-Trois.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Daags na de moord op Jacques Hamel sprak hij in de Notre Dame woorden die tal van Franse politici ziedend van woede maakte. Kardinaal Vingt-Trois sprak namelijk over “de crisis die de Franse samenleving in haar greep houdt, spoorde zijn gehoor aan de meest waardevolle zaken van de huidige cultuur te heroverwegen.”  Hij doelde daarmee op tal van maatregelen die de laatste jaren Frankrijk troffen betreffende de bio-ethiek, abortus, euthanasie en – met name actueel – de invoering van het homohuwelijk.

Vingt-Trois sprak over de spirituele leegte: de ‘stilte’, die volgens hem door de jihadisten met dreiging wordt vermengd met als gevolg een verlamming van het land. Vingt-Trois: “De stilte van de ouders ten opzichte van hun kinderen en het falen van de overdracht van waarden. De stilte van de elites tegen de daling van de moraal en het legaliseren van aberraties. Stilte op het werk, thuis stilte, stilte in de stad.”

Kardinaal Vingt-Trois sprak in feite over de stilte van een onthoofde natie. Het land dat is gegrondvest op een lege troon – die term is niet van mij, maar van beroemde Franse staatsrechtsgeleerden zoals François Guizot en Claude Lefort – en de cultus van de onthoofde koning tot in den treure botviert, is een leeg land geworden met een angstaanjagende en verlammende stilte.

Wat is Frankrijk? En land dat niet naar haar koning wilde luisteren en hem daarom onthoofde. Een land dat niet naar haar God wilde luisteren en daarom eerst de natie van haar Kerk onthoofdde, en daarmee haar priesters onthoofdt.

Door de pijlen niet alleen of zelfs in de eerste plaats te richten op de islam als tegenstander, maar op Frankrijk zelf, ontmaskerde Mgr. Vingt-Trois het huidige Frankrijk als dolende, irrationele en bloeddorstige natie.

Het gehoor wilde daar niet van weten. Doof voor de werkelijkheid van de Franse politiek had ze immers reeds haar hoofd afgewend van de aanslag van Al Qaida op Charlie Hebdo en de reactie van de Franse regering om het bondgenootschap met Al Qaida in Jemen en Syrië voort te zetten. Na de aanslag in Nice had men eveneens het hoofd afgewend van de reactie van Frankrijk om na de aanslag door een Tunesiër honderd onschuldige Syrische burgers uit te roeien als redeloze wraakactie om ‘Nice’ te vergelden. De democratie wil immers bloed zien.

De leegte die kardinaal Vingt-Trois liet zien, maakte diverse hoorders woedend. Esther Benbassa, senator voor de Groenen was “ontzet” over zijn woorden. Corinne Narassiguin, woordvoerster van de regerende socialistische partij, was eveneens “ontzet“ over de manier waarop de kardinaal in een preek “het homohuwelijk in een preek over de hoop” in verband bracht met terreur.

De rechtse voormalige UMP-minister Roselyne Bachelot presteerde het zelfs de woorden van de kardinaal tot “ongekend geweld“ te bestempelen en kondigde aan “de strijd tegen alle vormen van discriminatie voort te zetten”. Met andere woorden: de strijd tegen de Kerk door Kermiche en Petitjean werd door haar aangegrepen om die strijd voort te zetten, zij het met andere motieven. De weerzin betrof overduidelijk niet de daad doch het motief van beide jongens.

De woordvoerder van de Franse bisschoppen, Vincent Neymon, vatte de situatie dan ook goed samen: “Kardinaal Vingt Trois had de moed om te zeggen waarin hij gelooft. En deze polemiek is dan ook het perfecte bewijs voor datgene wat de kardinaal wilde zeggen.”

De Franse politiek liet haar masker vallen. De vleselijke onthoofding door Kermiche en Petitjean werd door haar herhaald in een onbloedige rituele herhaling. De Kerk moet immers zwijgen, zoals ze zweeg na de bloeddorstige revolutie, en zoals ze zweeg in de onthoofde Jacques Hamel. Pas als de Kerk en haar priesters zijn onthoofd, is er blijkbaar sprake van een feest der democratie. Pas dan is de Bastille gevallen. En pas dan kunnen de soldaten van de republiek het bloed van onschuldige Syrische burgers met opgeheven hoofden van hun laarzen stampen. De priester is onthoofd. Lange leve de Republiek!

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Erik van Goor

In een vorig leven conservatief. Thans werkend huisfilosoof met reactionaire trekjes.