Diverse media berichten dezer dagen over de verkiezingen die half september in Denemarken zullen plaats vinden. Er is meer aandacht voor de Deense politiek dan gebruikelijk, omdat het kabinet van rechts-liberalen en liberaal-conservatieven dat gedoogd wordt door de Deense Volkspartij wel is aangehaald als voorbeeld voor het zittende Nederlandse kabinet. De vergelijking gaat inderdaad voor een goed deel op, maar moet uiteindelijk toch mank gaan.

Zo speculeert men dat na de verkiezingen de sociaal-democraten een nieuw Deens kabinet zouden kunnen leiden, de vraag is echter met welke coalitiegenoten. Wat Nederlandse media steevast nalaten te vermelden, is dat het huidige Deense kabinet inclusief de gedoogsteun van de Deense Volkspartij nog steeds over slechts 89 van de 179 zetels beschikt. Als het er echt op aan komt is de regering zodoende afhankelijk van een afgevaardigde van de Faroereilanden.

Als we die ene afgevaardigde uit Faroer met de coalitie meerekenen, dan bestaat de oppositie dus uit 89 parlementariërs, die zijn echter verdeeld over 5 Deense partijen, 2 Groenlandse en 1 Faroëse partij. Op het eerste gezicht lijkt het er dus om te spannen tussen een rechts en een links kamp die ongeveer aan elkaar gewaagd zijn. Nader bekeken is het linkse kamp echter veel verdeelder.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Als we vervolgens een blik op de recente peilingen werpen, wordt helemaal duidelijk dat het allerminst zeker is dat de Sociaal-democraten na de verkiezingen een meerderheidskabinet kunnen formeren. In de peilingen van deze week zien we immers dat de sociaal-democraten een slechter resultaat behalen dan bij de verkiezingen in 2007. De potentiële coalitiegenoot van de sociaal-democraten, de Socialistische Volkspartij is eenzelfde lot beschoren. Een links kabinet zou dan mogelijk gemaakt kunnen worden door de sociaal-liberalen die op winst staan in de peilingen.

Het is echter maar de vraag of dat genoeg is. Op basis van de recente peilingen komen de sociaal-democraten, socialisten en sociaal-liberalen bij elkaar in het gunstigste geval aan circa 85 zetels. De afgevaardigden uit Groenland voldoen in dat geval niet om een links kabinet aan de meerderheid te helpen en dus zal men steun moeten zoeken bij de Liberale Alliantie (die op winst staat) of de Rood-Groenen (die in de laatste peilingen zowaar verdriedubbelen en dus een belangrijke factor kunnen worden). De Liberale Alliantie is ideologisch echter eerder een vrije marktliberale partij en dus een onwaarschijnlijke coalitiegenoot voor een links kabinet.  De Rood-Groenen staan bekend als eurosceptisch en met de licht eurosceptische Socialistische Partij reeds aan boord is het zeer de vraag of de sociaal-democraten ook nog de Rood-Groenen bij de regering willen betrekken.

Op basis van de huidige peilingen is het dus goed denkbaar dat ook het volgende Deense kabinet een minderheidskabinet zal zijn. Als de sociaal-democraten de grootste partij worden, is het waarschijnlijk dat er een kabinet van sociaal-democraten, socialisten en sociaal-liberalen komt, dat op sommige punten steun zal zoeken bij de Rood-Groenen en ten aanzien van bijvoorbeeld Europese en internationale zaken bij de centrum-rechtse partijen. Het moge duidelijk zijn dat zo’n constructie onvoorspelbaarder en dus waarschijnlijk onstabieler is dan het huidige minderheidskabinet. Ofschoon het er wel op lijkt dat de sociaal-democraten de grootste partij zullen worden, is ook dat nog steeds afwachten, aangezien de resultaten van de sociaal-democraten en het rechtsliberale Venstre in sommige peilingen niet zo ver uit elkaar liggen.

De verschillen tussen de Deense en de Nederlandse situatie zijn duidelijk. Natuurlijk zijn de overeenkomsten er ook. De overeenkomst zit echter niet alleen in het bestaan van een rechts minderheidskabinet, maar ook in de verdeeldheid van de linkse partijen. Net als in Nederland zullen in Denemarken de ‘hervormingsgezinden’ niet graag samenwerken met socialisten die niet willen morrelen aan de verzorgingsstaat en eurokritisch zijn. Een duidelijk verschil met de Nederlandse situatie is dat in Denemarken een combinatie van sociaal-democraten en liberalen vooralsnog niet bespreekbaar is, terwijl daar in Nederland na de laatste verkiezingen nog wel sprake van was.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in het online politiek magazine Politant.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.