De internationale betrekkingen spelen zich voor een belangrijk deel in het Engels af. We zijn daar zo aan gewend dat we haast zouden vergeten dat dit niet vanzelfsprekend is. Het vloeit voort uit de rol van de Britten en vervolgens de Amerikanen als dominante wereldmacht. Nog altijd vergroten de Britten hun rol op het wereldtoneel uit door hun zogeheten ‘bijzondere verstandhouding’ met de Verenigde Staten. Recente politieke ontwikkelingen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan maken echter duidelijk dat de Anglo-Amerikaanse dominantie niet vanzelfsprekend is.

Amerikaanse presidenten pochten in verband met het wereldleiderschap van de Verenigde Staten wel van ‘Amerikaans exceptionalisme’. Door hun ‘bijzondere verstandhouding’ met Amerika gingen Britse premiers, zij het minder pocherig, ook in een vorm van ‘Brits exceptionalisme’ geloven. Dat bestond bijvoorbeeld in het idee van Westminster als moeder aller parlementen en de gedachte dat het Verenigd Koninkrijk een politiek bestel en liberale waarden heeft die een mondiale standaard vormen, die anderen zouden moeten volgen, anderen op het continent en anderen in de voormalige koloniën.

In de Anglo-Amerikaanse orde zoals die tijdens en na de Tweede Wereldoorlog vorm kreeg (waarmee niet gezegd is dat ze toen pas voor het eerst vorm kreeg, maar dat terzijde) kwamen deze ideeën van Amerikaans en Brits exceptionalisme bij elkaar.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


De NAVO, het IMF, de Wereldbank en de ‘Five Eyes’-inlichtingengemeenschap komen allemaal voort uit het Atlantisch Handvest dat Franklin Delano Roosevelt en Winston Churchill in augustus 1941 ondertekenden. Ook het ‘vrijhandel’-systeem dat na de oorlog opgeld maakte, wordt wel het Angelsaksische model genoemd. De mondiale architectuur van na de oorlog, op het gebied van diplomatie, handel en financiële systemen, was grosso modo een Engelssprekend construct.

Het in 1941 tussen de Amerikaanse president Roosevelt en de Britse premier Churchill gesloten Atlantisch Handvest was na de oorlog bepalend voor de ordening van de internationale betrekkingen

De afgelopen weken komt de Anglo-Amerikaanse wereldorde echter steeds zwakker naar voren. De onverwacht rommelige uitkomst van de Britse verkiezingen maakt dat alles nog fragieler oogt, als een historische gevel die nog overeind staat na een aardbeving, maar op ieder moment in kan storten. Er is onzekerheid in Westminster en iets wat op chaos lijkt in Washington, vanwege het onderzoek naar vermeende Russische invloed in het Witte Huis en op Capitol Hill. Het Verenigd Koninkrijk noch de Verenigde Staten kunnen zich voorstaan op een sterke en stabiele regering. Geen van beide landen komt op het moment voor als een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld.

In de zes weken sinds Theresa May verkiezingen uitschreef, zijn de mondiale tektonische platen snel verschoven, en is het steeds minder duidelijk waar het met Amerika en Engeland naartoe gaat. Donald Trump weigerde tijdens zijn eerste buitenlandse reis om zich uit te spreken voor Artikel V van het NAVO-verdrag en vermaande de Europese bondgenoten over hun financiële bijdrage aan het bondgenootschap. Op de G7-top in Sicilië stond hij alleen. En toen hij terug was in Washington kwam zijn aankondiging dat de VS zich terug zou trekken uit het Akkoord van Parijs. Afgezien van de vraag naar het nut van dat akkoord, heeft Trump zich daarmee geïsoleerd van grote delen van de internationale gemeenschap. America First betekende in dezen America Alone. Trump zit ogenschijnlijk niet met die geïsoleerde positie, zoals ook al bleek toen hij aan het begin van zijn presidentschap brak met het TPP-handelsverdrag. In beide gevallen laat Amerika echter een gat vallen waar China in kan springen. En dat gebeurt dan ook.

Voor het Verenigd Koninkrijk is de diplomatieke impact van de Brexit ook duidelijker geworden in de afgelopen weken. EU-leiders hebben genoegzaam duidelijk gemaakt hoe ze de scheiding voor zich zien, het gaat meer op een vechtscheiding lijken dan op ‘als vrienden uit elkaar gaan’. Toen Jean-Claude Juncker Theresa May trof in haar ambtswoning, kort nadat ze vervroegde verkiezingen had uitgeschreven, was hij duidelijk verbouwereerd door haar aanpak. “Ik verlaat Downing Street tien keer zo sceptisch als ervoor”, zo zou de voorzitter van de Europese Commissie tegen de Britse premier gezegd hebben.

Na de verkiezingen ziet het er bepaald niet rooskleuriger uit. Doordat May er niet in geslaagd is verkiezingen te winnen die ze niet uit had hoeven schrijven, heeft ze haar onderhandelingspositie alleen maar verslechterd. Brexit-onderhandelaar voor het Europees Parlement Guy Verhofstadt meesmuilde dan ook over een “schot in eigen doel”.

Het is echter niet alleen de Britse verhouding met de EU die in de afgelopen weken verder onder druk is komen te staan. Ook de door de Britten wel gekoesterde Trans-Atlantische band is onverwacht onder druk komen te staan. Zo besloten de Britten naar aanleiding van de bomaanslag in Manchester om bepaalde gevoelige inlichtingen in de toekomst niet meer met de Amerikaanse diensten te delen. Vervolgens lanceerde Donald Trump na de aanslag in Londen een aanval op de Londense burgemeester Sadiq Khan. Voor het tijdperk Trump zou het ondenkbaar zijn geweest dat een Amerikaanse president op dergelijke wijze en publique verbaal uitvalt tegen een Britse burgemeester na een terroristische aanslag. “Om te kotsen”, noemde de Britse ambassadeur in Washington het. May koos ervoor Trump niet publiekelijk te weerspreken in zijn aanval op Khan, waarschijnlijk met het perspectief van een Brits-Amerikaans handelsakkoord na de Brexit in het achterhoofd. Wat allicht ook verklaard waarom de Britten niet meededen aan de gezamenlijke verklaring van de Duitse, Franse en Italiaanse regeringen na de Amerikaanse terugtrekking uit ‘Parijs’.

Een en ander kan alleen maar de zwakheid van de Britse positie onderstrepen. Doordat Amerika afstand neemt van de internationale gemeenschap, terwijl de Britten afstand nemen van de EU, komt des te scherper uit dat de Britse pretentie een mondiaal leider en voorbeeld te zijn nauwelijks basis in de realiteit heeft. De ‘bijzondere verstandhouding’ is altijd een ongelijke relatie geweest, maar nu de belangstelling van Amerikaanse zijde afneemt, vervalt de Britse diplomatie in wanhoop.

Het Trans-Atlantisch bondgenootschap zal uiteindelijk een lange termijn-probleem moeten aanpakken dat er ook na Trumps regering nog zal zijn. Een van de weinige zaken die de Britten namelijk in de afgelopen decennia in konden brengen in hun ‘bijzondere verstandhouding’ met Amerika, was dat ze een bruggenhoofd vormden naar de EU. Toekomstige Amerikaanse president zullen waarschijnlijk een ‘bijzondere verstandhouding’ met Duitsland nuttiger vinden, waardoor het belang van de verstandhouding met de Britten verder afneemt.

Een vacuüm in mondiaal leiderschap wordt onmiddellijk opgevuld, zoals we ook in de afgelopen weken hebben kunnen zien. De Brexit brengt de Europese integratie waarschijnlijk weer in een stroomversnelling en de verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk geeft een nieuwe impuls aan de Frans-Duitse motor van de EU.

Na ‘Parijs’ is er zoals gezegd een groene samenwerking opgekomen tussen Peking en Brussel. China ziet het gat dat Amerika laat vallen als een kans om zijn mondiale invloed uit te breiden, de milieuvraagstukken zijn daarbij niet alleen een doel, maar vooral ook een middel. Op de Amerikaanse eeuw lijkt een Aziatische te volgen, dat is overigens een lange termijn-trend, die al voor Trump inzette.

De Duitse bondskanselier denkt wat dat betreft meer in mondiale termen dan May of Trump. Daarop doelde ze dan ook toen ze op een CSU-bijeenkomst stelde dat Europa haar lot in eigen handen moet nemen en tot op zekere hoogte niet meer op anderen moet rekenen, wat een duidelijk verwijzing naar de VS en het Verenigd Koninkrijk was. De rol van de Duitse bondskanselier in de internationale betrekkingen neemt door de opstelling van May en Trump verder toe. Deze rol voor Duitsland zou kort na de Tweede Wereldoorlog, toen de Engels-sprekende wereldorde vorm kreeg, nog onvoorstelbaar zijn geweest.

In 1946, toen Churchill voor het eerst de term ‘bijzonder verstandhouding’ gebruikte, zag hij een bijzondere rol voor de Engels-sprekende naties in het ordenen van de internationale betrekkingen. Die rol lijkt bijna uitgespeeld, wereldmachten als China, Rusland en India worden al assertiever; de multipolaire wereldorde breekt aan.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.