Gister werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had afgesproken met een vriend van mijn eerdere lerarenopleiding – inmiddels zo’n veertien jaar geleden. Die persoon was altijd best nationalistisch en behoudend. Nu zag ik mezelf nooit als nationalist en meer als humanist. Dat gaf aanleiding tot boeiende discussies over maatschappij en politiek. Plots kwam het gesprek nu op Thierry Baudet. Wat er vervolgens tussen ons werd gezegd heeft meer met me gedaan dan me slechts ‘aan het denken gezet’. Het heeft me op een existentiële wijze geraakt.

Wat we gezamenlijk hadden was dat we beiden het belang zagen van levenskrachtige tradities en een sterke cultuur, om een land bijeen te houden. Het was zoals Gerard Pieters, docent Middeleeuwen, destijds zei: “Als een natiestaat geen boeiende verhalen kan vertellen over haar geschiedenis, dan verliest de democratie iedere samenhang.”

Europese cultuurfamilie

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Destijds al had ik het idee, dat de levensbeleving in de Randstad behoorlijk verschilde van de landelijke provincieën, en dat dit ‘natiegevoel’ te zwak was om ook maar enige aantrekkingskracht te hebben op minderheden. Ik zag Nederland als deel van de Europese cultuurfamilie, die tegen de contouren van het globalisme wél duidelijk te onderscheiden is. Nu ik meer tijd in Brussel doorbreng, begin ik het typische volkskarakter van de Nederlander beter te zien, de recht-door-zee-heid die velen van ons kenmerkt. Als er een probleem is dan hoeft men met de Nederlander  – anders dan met de Belg – geen serie aftastende gesprekken te voeren om te ontdekken wat het probleem zou kunnen zijn. En wat landen als Duitsland en Zweden zichzelf aandoen, daar kan een weldenkend mens slechts op neerkijken.

Maar ik zag dus altijd al dat het ‘natiegevoel’ weinig vlees op de botten heeft, en is opgelost in een levenshouding van consumeren. Als Michiel de Ruyter ooit zou terugkeren, dan zou het hooguit een cameo-appearance zijn op de omslag van meergranenbiscuits, als een soort kapitein koek. Wél zouden door de globalisering en de geopolitieke botsing van culturen, de Europese volkeren zich bewust worden van een verwante cultuurgeschiedenis en gedeelde identiteit.

Maar die studiegenoot kon juist prachtige verhalen vertellen over figuren als De Ruyter, Willem van Oranje en Willem Barentsz. Hij was fan van die vaderlandse helden, kende de details van hun ontdekkingsreizen en geloofde oprecht in de bezielende, natievormende kracht die daar van uitging. Hij hield bij het vak ‘drama’ gloedvolle pleidooien voor de Sinterklaastraditie omdat dat tenminste een authentiek Europees feest was met wortels in de Germaanse mythologie. En geen “kloonproductie zoals de Kerstman, die is uitgevonden door Amerikaanse bedrijven”.

Zwarte Piet wijst op wezenlijk vraagstuk

Gisteren zei hij dan plots: “Sid je moet weten dat ik nu anders over dingen denk. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Zwarte Piet best groen mag worden geschminkt. Als we hierdoor minder mensen voor het hoofd stoten. Want die Zwarte Piet is toch een knecht. Ik was altijd voor het behoud van tradities omdat dit wortels geeft. Maar nu zie ik dat je niet trots kunt zijn op dingen die je niet zelf hebt gemaakt. Ik hoor tokkies zeggen: ‘het mag niet veranderen, want het is traditie’. Dat is een onzinargument. Dat is net zoiets als de islam die weigert om haar heilige teksten aan te passen.”

Ik antwoordde dat ik nooit Sinterklaas vier, maar dat het veranderen van Zwarte Piet om twee redenen geen goed plan is. Ten eerste omdat het nooit een issue was – dit is het discours van Amerikaanse universiteiten, een discours met wortels in Martin Luther King, de Jim Crow laws en de KKK. Europa heeft een totaal andere koloniale geschiedenis en tot voor kort wisten alle zwarte mensen dit: hierom was Zwarte Piet nooit een issue, totdat dit discours hier kwam. Ten tweede moet je als heersende cultuur kracht uitstralen en eisen van anderen dat zij zich aanpassen, niet andersom.

Omdat het op deze wijze een vervelende avond zou worden, verlegde ik de aandacht naar de islam. Ik wees erop dat dit geen goede vergelijking was. Tradities zijn door mensen gemaakt en hebben historische wortels: de Koran zou daarentegen een ongeschapen boek zijn dat buiten de wereldlijke tijd bestaat. Het Zwarte Piet-discours chanteert met een positie van achtergesteldheid en slachtofferschap, maar de islam stelt vanuit zelfvertrouwen een eigen dominante claim centraal. Namelijk dat democratieën worden gemaakt door mensen en daarmee ook feilbaar zijn zoals mensen; het onfeilbare woord van God zou dus de grondslag zijn van een superieure politieke orde.

Baudet en de Renaissancevloot

Vervolgens kwam het gesprek op Thierry Baudet. “Ik zou nooit op hem kunnen stemmen. Hij spreekt wel erudiet maar ik krijg er een rare gewaarwording bij. Ik ben wel voor een seculiere staat natuurlijk, daarin geef ik hem gelijk. Maar dan met die stomme VOC-bootjes op de achtergrond… Dat gepraat over een Renaissance, ik voel me er onpasselijk bij. En dan ben ik nog iemand die erg in geschiedenis is geïnteresseerd.”

Ik knipperde met mijn ogen toen ik dit hoorde. Van iemand die ik kende als behoorlijk nationalistisch. “Je bedoelt dat met die schepen een bepaald beeld van de Nederlandse historie wordt opgeroepen? Het beeld zou zinspelen op een oer-Nederland. Daarbij vraag je je af, wat dat Nederland dan is.”

“Daar sla je precies de spijker op zijn kop. En ik maak me zorgen over de islam en ben natuurlijk vóór een seculiere rechtsstaat. Maar om die zorgen te onderbouwen, heb ik geen behoefte aan een verhaal over de Nederlandse identiteit.”

Imagined traditions

“Maar is dat niet de meerwaarde van een Thierry Baudet? Net noemde je Wilders een ‘schreeuwer’ die ‘alleen maar in herhaling valt’. Baudet probeert mensen te verleiden en hun harten te winnen met een positief eigen verhaal. Toevallig ken ik de man die die poster met de Renaissance-schepen heeft gemaakt. En ik weet ook wat het idee erachter is. Onze geschiedenis is niet perfect – dat weten wij geschiedenisdocenten als geen ander. Maar we hebben toch nationale of op zijn minst cultuurhistorische symbolen nodig om maatschappelijke samenhang te organiseren? Om daarop een bezielend verhaal te baseren over de leidende cultuur.”

“Maar zelfs als het gebaseerd is op verbeelding? Dan kom je uit bij de imagined traditions. Want zelfs in de Gouden Eeuw was er natuurlijk ruzie tussen de orangisten en de patriotten. Er waren conflicten tussen de zee- en de landgewesten, tussen de remonstranten en de contraremonstranten, tussen de stadhouder en de raadspensionaris, enz.”

“Wij kunnen samen een bezield en bevlogen gesprek voeren over deze nuances omdat wij deze kennis hebben over de geschiedenis van dit land. Het alternatief is een generatie die hier helemaal niets van weet, maar wél een rugzakje naar school draagt met daarop de kreet: ‘Fuck Nederland, Turkije nummer één’.”

De strijd om de Leitkultur

Men kan zeggen, ‘ik hoef alleen een liberale rechtsstaat – ik wil hier niet een overheersende cultuur hebben met duidelijke symbolen als standbeelden van De Ruyter om die cultuur uit te dragen’. Maar wat is dat standpunt waard als er een versnippering van cultuurenclaves voor terugkomt: Turkse en Marokkaanse of wie weet Somalische, die de publieke ruimte opeisen? Wat nu als dit wél duidelijke identiteiten zijn, met bijbehorende etniciteiten en religies en uiteindelijk ook eigen visies op het recht? En waar ‘wij’ dan eigenlijk geen antwoord op hebben? Om precies dat scenario te voorkomen, mag de Nederlandse cultuurhistorie met wat meer eigenwaarde worden uitgedragen.

En ten tweede, je kunt zeggen: ‘Ik wil alleen die seculiere rechtstaat, waar mensen gelijk voor de wet zijn, maar daar hoef ik niets omheen te hebben.’ Dan heb je inderdaad dat kader van die liberale rechtstaat, maar dat is een kale kapstok. Je hebt je kantoorbestaan, je werkt en betaalt belasting, maar verder heb je niets om jouw samenhang met die rechtsorde mee in te kleden. Stel nu dat jij een ‘kansenjongere’ bent, met weinig mobiliteit in het leven. Dan ben je vooral aangewezen op religie: die geeft houvast en identiteit. Waarom zou zo iemand dat laatste stukje trots en eigenwaarde loslaten voor de ‘kale kapstok’ van zo’n seculiere rechtstaat?

Hierdoor moest hij terugdenken aan een Syrische leerling die hij jaren geleden in de klas had. De leerling bleef met alle ernst volhouden dat Wilders van de ChristenUnie was, ondanks de tastbare tegenbewijzen. De verklaring hiervoor, zo zei mijn gesprekspartner, is als volgt. Hoe zouden zij als moslims omgaan met christenen in hun land? In die landen behoor je eerst en boven alles tot een religie – pas dan spelen zaken als nationaliteit of burgerschap een rol. Zelf zouden die moslims absoluut de meerderheid willen blijven boven de christenen. En dus projecteert die leerling ditzelfde denken op Wilders: die zou hoe dan ook zijn christelijke land christelijk willen houden, en is daarom kritisch op moslims. Moet je nagaan als zij ooit een meerderheid zouden worden…

Hoofdconclusie

Zo kwamen we terug op de kern van de discussie: zulke mensen kunnen alleen maar een verhouding aangaan op basis van kracht. Enkel vanuit het idee: ‘Ik ben de sterkere – mijn cultuur is hier leidend. Ik ben hier trots op en jij hebt je aan te passen. Jij moet eerst maar eens bewijzen of je het wel waardig bent om hier te zijn, dus heb jij je te voegen naar mijn cultuur.’

Als dit soort eisen dus niet worden uitgesproken, dan ben je in hun ogen zwak en ridicuul en niet serieus te nemen. Daarom kun je dus niet aankomen met een seculiere rechtsstaat zonder dit in te passen in een leidende cultuur met een bijbehorende identiteit. Inmiddels is dit besef van identiteit zo sterk verwaterd in Nederland – of zo u wilt geliberaliseerd – dat het vanuit de verbeelding moet worden verwekt.

Tot slot

Nu moet u weten dat deze persoon op de universiteit studeerde tussen echt radicale linksgekkies: mensen voor wie Baader Meinhof nog te rechts was. Door met hen om te gaan groeide zijn weerstand tegen die denkbeelden en werd hij voor zijn gevoel conservatiever. Maar juist door die omgeving van studie en discussie achter zich te laten en een kantoorbaan aan te nemen, werden al zijn gevoelens bij natie en traditie uitgewist: het enige wat voor hem nu nog telt zijn de seculiere rechtsstaat en de vrijheid om hedonistisch te leven. Zo blijkt weer duidelijk dat niet de ‘linksgekkies’ de ware vijand zijn, maar het gebrek aan maatschappelijk houvast. Hoog tijd voor een Nieuwe Zuil!

En kom langs op de 22ste!

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Sid Lukkassen

Dr. Sid Lukkassen (1987) studeerde geschiedenis en filosofie en promoveerde op het onderwerp 'De democratie en haar media'. Hij was raadslid (VVD) in de gemeente Duiven en schrijver van het boek Avondland en Identiteit.