Volt presenteert zich als de eerste pan-Europese partij. De partij heeft reeds takken in diverse EU-lidstaten en binnenkort ook in Nederland. Men beoogt deelname aan de verkiezingen voor het Europees Parlement en heeft de mond vol van vernieuwing. Maar hoe vernieuwend is Volt eigenlijk?

Uit lezing van een aantal berichten in de mainstream media en een bezoek aan de – programmatisch rijkelijk vage – website van Volt, zijn twee dingen op te maken:

  1. Het is een initiatief van kosmopolitische jongvolwassenen uit gegoede milieus;
  2. Men wil een efficiëntere Europese Unie.

Om met het tweede te beginnen: Men constateert dat de Europese integratie afgeremd wordt door verschil van inzicht tussen nationale regeringen en uiteenlopende belangen van lidstaten. Dat vinden ze bij Volt niet efficiënt. Het moet, gechargeerd gezegd, maar eens afgelopen zijn met al die meningen en discussie, als iedereen zich nou maar zou onderwerpen aan Volts technocratische visie van een oppermachtige Europese superstaat, dan zou alles veel efficiënter functioneren. Het is eigenlijk een kinderlijke versie van hetzelfde liedje dat we al decennia horen van eurofielen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Hier zit dan ook meteen de makke van de electorale perspectieven van Volt. Men blaast wel hoog van de toren dat men na de verkiezingen voor het Europees Parlement komend voorjaar een eigen fractie wil vormen, maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Om een fractie te vormen, zal men reglementair tenminste 25 leden uit 7 lidstaten nodig hebben. Voor die zetels zal Volt moeten concurreren met bestaande partijen, die een versie van dezelfde eurofiele boodschap uitdragen en reeds een zekere band hebben met een vast kernelectoraat.

Dat brengt ons bij het eerste punt: Volt bestaat overwegend uit kosmopolitische jongvolwassenen uit gegoede milieus en zal zodoende vooral andere jongvolwassenen uit dezelfde milieus aanspreken. Ook welwillende waarnemers hebben die indruk. Zorgeloze studenten met rijke ouders en starters met moeilijke brilmonturen zijn echter een erg smalle basis om überhaupt zetels te bemachtigen in het Europees Parlement. Bedenk daarbij ook dat sommige lidstaten in totaal slechts een handvol zetels hebben, zodat ook voor maar één zetel al een aanzienlijk percentage van de stemmen nodig is.

Hier zal Volt dus om moeten concurreren met bestaande eurofiele partijen. Waaronder bijvoorbeeld de partij La République en Marche van de Franse president Emmanuel Macron. De overeenkomsten tussen Macrons partij en Volt zijn opmerkelijk. Beide bedienen zich van het jonge imago, komen voort uit kosmopolitische milieus en presenteren zichzelf als zeer vernieuwend, terwijl het in beide gevallen eigenlijk om oude wijn in gepimpte zakken gaat. Volt gaat op zijn best dus wat jongvolwassenen wegtrekken bij bestaande eurofiele en links-liberale partijen als LREM, Ciudadanos, FDP, NEOS, D66, GroenLinks en dergelijke, terwijl Volt voor de bulk van de andere demografische lagen van die partijen geen aantrekkelijk alternatief zal zijn.

Dat Volt in diverse EU-lidstaten onder dezelfde naam meedoet is trouwens ook minder vernieuwend dan het lijkt. Nog niet zolang geleden was er bijvoorbeeld veel tamtam over de Piratenpartij, die in diverse Europese landen opkwam – en op haar single issue best een punt had, maar dat terzijde. Inmiddels stelt de Piratenpartij alleen op IJsland nog wat voor. De doorbraak in het Europees Parlement kwam er nooit. In 2009 werden twee Zweedse Piraten verkozen, een eigen fractie kon natuurlijk bij lange na niet gevormd worden en men sloot zich dan maar bij De Groenen/EVA-fractie aan, net als de Duitse Piraat die in 2014 verkozen werd. In Duitsland wisten de Piraten ook door te dringen tot diverse deelstaatparlementen, maar zijn inmiddels na één zittingstermijn overal weer ver onder de kiesdrempel verdwenen. De paar handige politici van de Duitse Piraten vonden onderdak bij gevestigde partijen.

Volt is kortom een niet zo vernieuwende partij, die de boer op gaat met een kinderlijke versie van het bekende eurofiele liedje en een kinderlijke waarneming van haar kansen om daadwerkelijk door te breken in de Europese politiek. Als de jongens en meisjes van Volt erg hun best doen en ome Soros en consorten met een flinke zak geld over de brug komen, kan het de gevestigde eurofiele partijen nog pijnlijk stemmen kosten, de kans dat ze in 2019 een eigen fractie kunnen vormen is echter gering tot nihil.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.