Eind 2014 werd bekend gemaakt dat er een gezamenlijke Pools-Litouws-Oekraïense brigade gevormd zou worden, bestaande uit onderdelen van de Litouwse, Poolse en Oekraïense legers. Deze brigade zou zo’n 4.500 man tellen en gestationeerd worden in Lublin, in het zuidoosten van Polen. Hoewel de toenmalige Poolse president Komorowski benadrukte dat het niet de bedoeling was de brigade in het Donbasbekken in te zetten, kwam de timing voor de Oekraïense propaganda goed uit. De totstandkoming van juist deze militaire samenwerking illustreert goed dat de latent aanwezige geopolitieke waanideeën van maarschalk Piłsudski en anderen nog altijd hun invloed hebben op het Poolse buitenlandbeleid. De keuze voor Lublin had een veelzeggende symbolische betekenis.

Door de zogeheten Poolse delingen, waarbij in drie fases diverse delen van Polen verdeeld werden onder Pruisen, Oostenrijk-Hongarije en Rusland, hield Polen tegen het einde van de achttiende eeuw op te bestaan als zelfstandige staat. Jozef Piłsudski (1867-1935) raakte al op jonge leeftijd betrokken bij de Poolse onafhankelijkheidsbeweging en diverse paramilitaire organisaties. In de Eerste Wereldoorlog zou hij, aan het hoofd van een Poolse eenheid van het Oostenrijks-Hongaarse leger, tegen het tsaristische Rusland vechten, dat hij als grootste bedreiging voor de Poolse onafhankelijkheid zag.

Nog is Polen niet verloren

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Na de Eerste Wereldoorlog werd door verschillende verdragen, en mede onder invloed van een Poolse opstand in het toen nog Duitse Posen, weer een Poolse staat in het leven geroepen. Pilsudski werd al snel zowel legerleider als staatshoofd van de nieuwe Poolse staat.

Duitsland had de oorlog verloren en moest zijn krijgsmacht decimeren. In Rusland had een revolutie plaats gevonden en waren veel officieren geëxecuteerd, het Rode Leger moest deels nog opgebouwd worden. Vanaf 1917 was er veel onduidelijkheid over welke gebieden nu precies aan Polen zouden toevallen, uiteindelijk kreeg Polen bij het Verdrag van Riga ook grondgebieden ten oosten van de bestandslinie, de zogenaamde Curzon-linie toegewezen. Dit waren gebieden die niet uitsluitend door Polen bewoond werden en zich in het oosten van het tegenwoordige Litouwen, het westen van het tegenwoordige Wit-Rusland en het noordwesten van het huidige Oekraïne bevonden.

Poolse nationalisten, zoals de in het parlement vertegenwoordigde Nationaal Democraten hadden liever een zuiver Poolse staat en wilden dat etnische minderheden gepoloniseerd werden. In hun ogen moesten niet alleen etnische minderheden op het grondgebied van het eigenlijke Polen, zoals Kasjoeben, geassimileerd worden, maar ook de Litouwers, Wit-Russen, Oekraïeners en Joden in de nieuwe oostelijke gebieden.

Maarschalk Józef Piłsudski was staatshoofd van Polen van 1918 tot 1922 en vanaf de staatsgreep in 1926 de facto dictator tot zijn dood in 1935.

Pools-Litouws gemenebest

Piłsudski streefde echter naar een grote multi-etnische staat. Hij wilde aanknopen bij het tijdperk waarin de Poolse staat relatief sterk was. In de zestiende en zeventiende eeuw vormden Polen en Litouwen een confederatie. De Duitse staten waren verdeeld, Saksen was relatief zwak, Pruisen bestond nog niet als zodanig, maar slechts als Brandenburg. Rusland bestond ook nog niet als zodanig en Moskovië, dat zich later tot Rusland zou ontwikkelen, stelde nog niet veel voor. In het noorden waren Denemarken en Zweden regionale grootmachten die hun macht ook in het noorden van Duitsland en het Oostzeegebied lieten gelden. Nog onbeperkt door grote tegenspelers kon het Pools-Litouwse Gemenebest zich zodoende ontwikkelen tot de belangrijkste factor in Midden- en Oost-Europa. Het gemenebest omvatte zodoende niet alleen Polen en Litouwen (een groothertogdom dat grote delen van het huidige Litouwen en Wit-Rusland omvatte), maar ook grote delen van Oekraïne. Daarnaast had het gemenebest op enig moment diverse vazalstaten, zoals Moldavië – dat zowel de huidige staat als de Roemeense provincie omvatte, Pruisen, Lijfland en Koerland. Doordat Polen een gekozen vorst kende – denk aan de uitdrukking Poolse landdag, ontstond er op een gegeven moment ook nog een personele unie met Hongarije.

Door dit historische tijdperk liet maarschalk Piłsudski zich inspireren bij zijn denken over de toekomstige ordening van Midden- en Oost-Europa. Hij was er van overtuigd dat het voortbestaan van Polen steeds weer bedreigd zou worden door andere mogendheden, met name door Rusland. Polen zelf heeft nauwelijks natuurlijke verdedigingslinies, behalve de rivier de Wisla (Weichsel), maar die loopt midden door het Poolse grondgebied, zodat men zo ongeveer de helft van het land prijs geeft als men zich daarachter terug trekt. Wit-Rusland bestaat echter uit dichte bossen, de ondoordringbare Pripjat-moerassen in het zuiden en diverse rivieren in het noorden. Piłsudski wilde dan ook een grote staat vormen, waarvan ook grote delen van het tegenwoordige Oekraïne, Litouwen en zo mogelijk de andere Baltische staten deel zouden uitmaken. Litouwen, dat pas sinds het einde van de Eerste Wereldoorlog als onafhankelijke staat bestond, voelde echter niets voor de plannen van Pilsudski. Oekraïense nationalisten wilden ook liever een zelfstandig Oekraïne, zodat Polen verscheidene malen opstanden de kop in moest drukken in haar gebieden rond Lvov (tegenwoordig Lviv).

Midden-Europese samenwerking en ontmanteling van Rusland

In 2007 onthulden de toenmalige Georgische president Michail Saakasjvili en de toenmalige Poolse president Lech Kaczynski in de Georgische hoofdstad een standbeeld van Prometheus (foto: Vladimer Shoshvili).

Piłsudski realiseerde zich ook wel dat ook een herleefd Pools-Litouws Gemenebest zich op termijn niet met Rusland zou kunnen meten. Hij bedacht dan ook twee geopolitieke concepten. Het eerste was het idee van het zogenaamde Intermarium (quasi latijn voor ‘tussen de zeeën’), een confederatie van landen tussen de Oostzee en de Zwarte Zee. Welke landen daar precies toe moesten behoren, veranderde van tijd tot tijd naarmate het opportuun leek. Aanvankelijk dacht Pilsudski naast Polen (inclusief delen van Wit-Rusland en Oekraïne) aan de Baltische staten, Finland, Tsjechoslowakije, Hongarije, Roemenië en Joegoslavië. Een voor de hand liggend probleem was het wantrouwen tussen verschillende staten. Hongarije was na de Eerste Wereldoorlog door het Verdrag van Trianon veel grondgebied verloren en in de grensregio’s van Tsjechoslowakije en Joegoslavië en in het nu Roemeense Transsylvanië woonden veel Hongaren. De landen om Hongarije vreesden Hongaars irredentisme. Ook veel andere landen vertrouwden elkaar niet helemaal. En niet onterecht, achteraf weten we immers hoe Polen en Hongarije in de jaren dertig hun kansen waarnamen om in het zog van Duitse invallen bepaalde grondgebieden te annexeren. Als het zo uit kwam kon het Intermarium ook heel Scandinavië, Bulgarije, Griekenland en Italië omvatten. Het kwam er op neer dat Piłsudski zoveel mogelijk landen wilde samenballen als tegenwicht voor Rusland.

Daarnaast bedacht Piłsudski het zogenaamde Prometheïsme. Dat concept draaide om de ontmanteling van Rusland door het stimuleren van onafhankelijkheidsbewegingen onder allerlei etnische groepen in Rusland. Piłsudski zag een deel van dit concept verwezenlijkt doordat Finland, de Baltische staten en Polen na de Eerste Wereldoorlog onafhankelijk werden van Rusland. Daarnaast omvatte het Prometheïsme onafhankelijkheid voor allerlei volkeren in de Kaukasus en rond de Zwarte Zee en de Kaspische Zee. Saillant detail is dat het niet alleen nationale zelfstandigheid voor de Oekraïners (voor zover op Russisch grondgebied), maar ook voor de Don-Kozakken en de Krim voorzag.

Giedroycdoctrine en Captive Nations 

Sommigen die geïnspireerd werden door de concepten van Piłsudski, realiseerden zich ook de inherente tegenstrijdigheden ervan. Zo incorporeerde een groep in Frankrijk wonende Poolse intellectuelen rond het Parijse blad Kultura de beide concepten van Piłsudski in de jaren ’70 in de zogenaamde Giedroyc-doctrine. In deze hervatting van de concepten van het Intermarium en het Prometheïsme streken Jerzy Giedroyc, telg uit een Pools-Litouws adellijk geslacht, Juliusz Mieroszewski en anderen enkele plooien glad. Zo moest Polen in het vervolg afzien van claims op gebieden ten oosten van de Curzon-lijn. Inmiddels waren de meeste Polen toch al uit nu Oekraïense steden als Lviv verdreven. Veel Polen die verdreven waren uit de verloren oostelijke gebieden waren intussen in de nieuwe westelijke gebieden gevestigd, waaruit rond het einde van de Tweede Wereldoorlog de Duitse bevolking massaal verdreven was.

De prometheïstische gedachte vond zijn weg naar Amerika door Lev Dobriansky. Dobriansky, van Oekraïense afkomst, was een econoom en later diplomaat in Amerikaanse dienst. Hij introduceerde eind jaren vijftig, tijdens de Koude Oorlog het idee van de Captive Nations, een anti-communistisch propagandaconcept. Het was oorspronkelijk bedoeld om de aandacht te vestigen op alle naties die door de Sovjet-Unie onderdrukt werden. In het kader hiervan werd ieder jaar een Captive Nations Week gehouden. Hoewel de Koude Oorlog al lang en breed voorbij zou zijn, hernieuwden ook de laatste twee Amerikaanse presidenten George W. Bush en Barack Obama het gebruik van de Captive Nations Week. Waarbij het instrument nog altijd vooral tegen Rusland gebruikt wordt.

In het kader daarvan zijn er in de meest onwaarschijnlijke Russische gebieden, bijvoorbeeld in het hoge noorden van Rusland en Siberië, waar veel Fin-Oegrische en Oeral-Altaïsche volkeren wonen, zogenaamde non-gouvernementele organisaties actief om, gefinancierd door Amerikaanse overheidsinstellingen en ‘weldoeners’ als George Soros, lokale onafhankelijkheidsbewegingen op te kloppen. In dergelijke gebieden houdt het hooguit wat hangjongeren van de straat, maar in de Noord-Kaukasus is het vanzelfsprekend een ander verhaal. Daar zijn er gewapende afscheidingsbewegingen die versterkt worden door internationale jihadisten.

Het prometheïsche idee, de ontmanteling van Rusland, kan op zijn minst onbewust, op veel steun rekenen onder delen van de Poolse en Oekraïense intelligentsia en wordt soms openlijk gepropageerd door leden van de Poolse, Wit-Russische en Oekraïense gemeenschappen in Noord-Amerika. Het is een idee dat steeds weer aanstekelijk werkt onder Poolse en Oekraïense overheidsfunctionarissen, en onder invloedrijke Amerikaanse neoconservatieven.

Daarmee samenhangend blijft ook steeds het idee van een Intermarium in een of andere gedaante de kop opsteken, hoe onwaarschijnlijk ook. Het is niet alleen een van de favoriete talking points onder Oekraïens-nationalistische bloggers uit kringen van de ‘euromaidan’, maar speelt ook op de achtergrond mee in reële initiatieven van politici. Begin dit jaar werd het bijvoorbeeld door de Amerikaanse denktank Stratfor naar voren gebracht naar aanleiding van een bezoek van Luitenant-generaal Ben Hodges, bevelhebber van de Amerikaanse troepen in Europa, aan Kiev.

Het probleem blijft echter dat de landen waar het om gaat verschillend tegen de zaak aan kijken. Zo bieden Polen en Roemenië zich gewillig aan voor stationering van Amerikaanse troepen op hun grondgebied, knijpen hun inlichtingendiensten een oogje toe wanneer de CIA illegaal vermeende terroristen verhoort op hun grondgebied en staan ze vooraan wanneer de Amerikanen een raketschild in Europa willen realiseren dat zogenaamd niet tegen Rusland maar tegen de potentiële (!) dreiging van een potentieel nucleair Iran gericht was. Landen als Hongarije en Slowakije zitten anderzijds helemaal niet op Amerikaanse militaire aanwezigheid in hun land te wachten. Maar wie weet, misschien vindt er in Boedapest ook nog eens een kleurenrevolutie plaats, geheel spontaan uiteraard.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.