Tussen het islamitische noorden van Nigeria, waar de terroristische groepering Boko Haram al negen jaar actief is, en het nog vreedzame christelijke zuiden van het land, ligt de religieus gemengde zogeheten Middle Belt, die sinds enkele jaren – met stilzwijgende goedkeuring van de regering – in toenemende mate geïslamiseerd wordt door rondtrekkende Fulani-milities.

Al eeuwen weiden leden van het islamitische herdersvolk van de Fulani hun kuddes in Centraal-Nigeria en van tijd tot tijd leidde dit tot conflicten met de overwegend christelijke sedentaire boeren in dit gebied. Vroeger waren dit vooral etnisch en economisch gekleurde conflicten, maar vandaag de dag speelt religie een grote rol.

linguïstische kaart van Nigeria

De overvallen door extremistische Fulani-groepen nemen in Nigeria al jaren toe. Anders dan de terroristische groepering Boko Haram, die alleen in het noorden van Nigeria actief is, bedreigen de rondtrekkende Fulani-milities het midden van het meest bevolkingsrijke land van Afrika. Nigeria’s Middle Belt, het centrale landsdeel, de overwegend christelijke omgeving van Jos, is het middelpunt van de Fulani-gewelddadigheden. Anders dan Boko Haram, dat door de legers van vier staten bestreden wordt, krijgen de Fulani-milities zelfs steun van het Nigeriaanse leger. Dit terwijl de Fulani-milities volgens de Global Terrorism Index (GTI) de op drie na grootste terroristische groepering ter wereld vormen, na Boko Haram, Islamitische Staat en Al Qaida.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Toen generaal-majoor b.d. Muhammadu Buhari op 31 maart 2015 tot president van Nigeria gekozen werd, kondigde hij zijn strijd tegen Boko Haram aan, die hij als ‘goddeloze mensen’ aanduidde. Maar over de gruweldaden van de Fulani hult Buhari – zelf tot deze bevolkingsgroep behorend – zich tot nu toe in stilzwijgen. Mensenrechtenactivisten en de bisschoppenconferentie riepen de president op tot ingrijpen, maar hij deed niets.

In tegenstelling tot de terreur van Boko Haram krijgt het moorden door de Fulani-strijders in Nigeria niet tot nauwelijks aandacht in de media. Daarbij zijn de extremistische groepen van de Fulani nog gevaarlijker dan Boko Haram, waarmee overigens ook contacten zouden bestaan. Samuel Ortom, gouverneur van de provincie Benue: “Wanneer Boko Haram een dorp inneemt, dan brengt ze enkele bewoners om en ronselt de anderen voor de terreurmilitie. Boko Haram scheidt bij zijn overvallen de vrouwen en kinderen van de mannen en brengt in de regel die laatsten om. De radicale Fulani-milities sparen niemand. Ze slachten en verbranden zelfs baby’s en snijden de buiken van zwangere vrouwen open.”

Ondanks hun moordzuchtige wreedheid kunnen de Fulani-extremisten zich anders dan Boko Haram vrij verplaatsen met hun vee. Voor strafrechtelijke vervolging hoeven ze niet te vrezen. In tegendeel, wanneer dorpsbewoners zich tegen hen verweren moeten ze er mee rekenen door de politie gearresteerd en van veediefstal beschuldigd te worden. De moord op duizenden christenen blijft daarentegen onbestraft.

Men vermoedt dat de traditioneel islamitische Fulani in het noorden van Nigeria, zoals zoveel volken en staten in Afrika, door de wahabitische invloed van Saoedi-Arabië geradicaliseerd zijn. Daarbij hebben de conflicten in Libië en Mali de wapensmokkel over de slecht beveiligde grens van Nigeria bevorderd. De door jihadisten geïnfiltreerde en opgehitste Fulani voeren bewust een godsdienstoorlog, bij hun overvallen roepen ze dan ook ‘Allahu akbar’. Hun slachtoffers zijn overwegend christenen en ook voor de vernieling van kerken draaien ze de hand niet om.

In de regel worden voor iedere aanval van de Fulani’s helikopters van het leger gezien die wapens en andere voorraden afwerpen. Dan volgt de aanval. De christelijke dorpsbewoners, die het verboden is wapens te dragen, hebben geen mogelijkheid zich te verdedigen. De regering beweert dat het puur om een conflict over het gebruik van de grond gaat. Maar het zijn steeds de christelijke gemeenschappen die systematisch uitgemoord of verdreven worden.

Dat het leger en de Fulani onder een hoedje spelen is duidelijk. Het lijden van de slachtoffers van de Fulani-extremisten interesseert de eigen regering niet. Het lijkt er veeleer op dat deze etnische en religieuze zuivering met actieve deelname of tenminste heimelijke stimulering door de regering plaatsvindt.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.