Politici als de Venezolaanse president Nicolas Maduro maken het hun critici gemakkelijk door hun incompetentie. Maar ook als terechte kritiek op een staats- of regeringshoofd mogelijk is, geeft dat andere staten nog niet het recht om in te grijpen. Het internationaal recht beschermt staatshoofden daartegen. Maar er zijn natuurlijk manieren deze bescherming te omzeilen.

In de praktijk is deze bescherming door het internationaal recht immers reeds uitgehold. Zo is het inmiddels gemeengoed dat bij bepaalde misdaden, zoals volkerenmoord, het voeren van aanvalsoorlogen of misdaden tegen de menselijkheid, strafprocessen van internationale gremia als wettig gezien worden. Deze ontwikkeling in de richting van een beperking van de immuniteit van staten komt de Verenigde Staten in twee opzichten goed uit en wordt zodoende sterk gestimuleerd door Washington. Ten eerste sluit ze aan bij de neiging van de wereldmacht om de wereld naar eigen goeddunken te richten. Ten tweede blijven de VS zelf van iedere strafvervolging uitgesloten. Geen van de acht oorlogen die de VS momenteel officieel voeren, is aanleiding geweest voor vervolging, ook niet het op grote schaal doden van burgers door de drone-bombardementen of het gebruik van uranium-munitie.

Anderzijds is ook geen van de genoemde zware misdaden op Maduro van toepassing, ofschoon de VS hem graag van zijn ambt zou verjagen. Hier blijkt de coöptatie van het internationaal recht door de VS ondeugdelijk. Derhalve grijpt men in dit geval naar een andere beproefd middel, namelijk wat men Kleurenrevoluties noemt en met de staatsgreep van 2014 in Oekraïne een bloedig hoogtepunt bereikte.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Kleurenrevoluties

Inmiddels is de methodiek van de Kleurenrevoluties verder verfijnd. Jefferson Morley, een onderzoeksjournalist die jarenlang redacteur van de Washington Post was, maar zich inmiddels al 15 jaar met de CIA bezighoudt, heeft verschillende punten uitgewerkt die steeds ten dele en soms allemaal terug te vinden zijn in de agenda van een van buitenaf geënsceneerde coup.

Geheime diensten

Als eerste noemt hij de samenwerking met inlichtingendiensten ter plaatse, een taak die in de regel aan de CIA toekomt. De vroegere president Hugo Chavez heeft de diensten van zijn land weliswaar gezuiverd van door de Amerikanen aangeworven informanten, maar daarmee was de kous niet af. De CIA rekruteerde namelijk steeds nieuwe mensen.

NED en Open Society-netwerk

Een tweede opgave in het kader van het ten val brengen van een regering is het in gang zetten van ‘democratiebewegingen’ en acties voor de ‘bescherming van de mensenrechten’. Vooral op dit gebied wordt het National Endowment for Democracy (NED) ingezet. Daarbij zou het gaan om een non-gouvernementele organisatie, die zich inzet voor de verspreiding van de democratie. In werkelijkheid is het een deels vanuit Amerikaanse belastingmiddelen, deels uit drugs-inkomsten van de CIA gefinancierde frontorganisatie van de CIA, die in nauwe samenwerking met George Soros’ ‘Open Society’-netwerk opereert, dat vergelijkbare doelstellingen nastreeft, namelijk het omverwerpen van regeringen die zich niet aan de VS willen onderwerpen. In Oekraïne speelden deze beide organisaties een niet geringe rol in de putsch.

USAID

Ten derde is er de oprichting van lokale groeperingen die tegen de regering werken. Zo werd in Venezuela de partij Voluntad Popular opgericht, die zich de destabilisering van de staat ten doen heeft gesteld. Dergelijke groepen worden gefinancierd door de CIA, maar dat moet natuurlijk geheim blijven, dus gebeurt het indirect. Vanaf 2010 hebben het United States Agency for International Development (USAID) en het NED jaarlijks 40 à 50 miljoen Amerikaanse dollar aan de oppositie in Venezuela gegeven, zo meldt de Spaanse denktank FRIDE.

Denktanks

Ook ten aanzien van bestaande politieke partijen uit het oppositiekamp gaat men zo te werk. Ook deze worden met geld gepaaid en voor de eigen agenda ingezet. Hulp krijgen deze groeperingen verder van Amerikaanse denktanks. Waarbij in het geval van Venezuela vooral de Atlantic Council en het Center for Strategic and International Studies de regime change stimuleren. Dreiging met geweld sluit de catalogus af.

CIA

Morley citeert de oud-CIA-analyst en Latijns-Amerika-expert Mel Goodman over de huidige situatie in Venezuela: “Anders dan in Syrië en Afghanistan is het leiderschap hier duidelijk samengebald in de president. CIA-directeur Gina Haspel weet wat er van haar verwacht wordt. Haar hele carrière was aanval en je kunt er zeker van zijn: Hier zal dat niet anders zijn. ”

Juan Guaidó

Vanzelfsprekend is het bij een van buitenaf doorgevoerde regime change van belang te weten wie men in plaats van de zittende machthebber wil installeren. De CIA heeft wereldwijd hele legioenen aspiranten in reserve. Dat zijn meestal mensen die ze al sinds hun studietijd begeleiden.

Zo ook bij het Venezolaanse voorbeeld Juan Guaidó. Hij studeerde aan de George Washington Universiteit in Washington DC. Zijn vak: Governance and Political Management Program. Zijn tutor was de neoliberale econoom Luis Enrique Berritzbeitia, voorheen directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF).

Nauwelijks bekend

Dit soort personele voorbereidingen blijven natuurlijk aanvankelijk geheim. Zo was Guaidó ook in zijn eigen land tot voor kort nauwelijks bekend. De Venezolaanse journalist Diego Seguera schrijft: “Guaidó is buiten Venezuela bekender dan erbinnen, vooral in de elitaire Ivy League en in Washingtonse kringen.” Tot voor kort nog zo goed als onbekend, werd Guaidó door een telefoontje van de Amerikaanse vice-president Mike Pence van de ene op de andere dag wereldwijd een begrip. Het gevolg is dat bijna honderd staten Guaidó al als president van Venezuela erkennen. Dat zulke pijlsnelle politieke carrières op puur geluk berusten is wel heel zeldzaam. Het heeft er dan ook alle schijn van dat dit onderdeel is van een Amerikaanse poging tot een koude staatsgreep.

Militair ingrijpen

Hoe dan ook laten de VS niets aan het toeval over. Zo zijn er inmiddels concrete plannen om in het aan Venezuela grenzende Colombia 5.000 Amerikaanse militairen te stationeren. Zo wordt de dreiging met militair ingrijpen in Venezuela kracht bijgezet. Het zou ook niet voor het eerst zijn in Latijns-Amerika. Sterker nog, er is haast geen land op dit continent te bedenken waar de VS zich niet op enig moment bemoeid hebben met binnenlandse aangelegenheden. Als het de Verenigde Staten daarbij werkelijk, zoals steeds voorgespiegeld, om de verbreiding van vrijheid en democratie zou gaan, dan zou Latijns-Amerika hier onderhand een schoolvoorbeeld van moeten zijn.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.