De redactie van het toonaangevende Amerikaanse dagblad Wall Street Journal gaat zich te buiten aan fantasieën over regime change in Noord-Korea:

Idealiter zou regime change hereniging van Korea onder de regering van Seoul betekenen. Maar het ligt in de lijn der verwachting dat Peking die uitkomst zal verhinderen, omdat het er de voorkeur aan geeft het noorden als een bufferstaat onder zijn controle te houden. Dat zou Noord-Koreanen nog altijd een beter leven bieden en een einde maken aan de nucleaire dreiging. We zouden de boodschap af moeten geven aan hen die een staatsgreep kunnen beramen dat ze niet gestraft zouden worden zolang ze hun kernwapens en raketten opgeven.

Zoals gebruikelijk besteedt de WSJ vooral aandacht aan de veronderstelde voordelen van regime change zonder de mogelijke negatieve gevolgen ook maar in overweging te nemen. Het aanmoedigen van een coup in Noord-Korea zou een ontstellend averechts effect kunnen hebben op verscheidene manieren.

Zo zou het kunnen gebeuren dat een putsch er in zou slagen de Kim-dynastie af te zetten, maar vervolgens aanleiding kunnen zijn voor een burgeroorlog tussen concurrerende facties over de opvolging van de Kims. Dat zou op zijn beurt tot een massale vluchtelingencrisis kunnen leiden waar niemand op zit te wachten. Het winnende kamp zou in zo’n scenario nog altijd over een kernwapenarsenaal beschikken en het nieuwe bewind zou waarschijnlijk niet welwillender zijn om dat op te geven dan het huidige.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ook zou een couppoging kunnen mislukken, wat Kim nog wantrouwiger zou maken en des te vastberadener om zijn kernwapen- en raketprogramma’s voort te zetten. Verder zou dit iedere onderhandeling met de Noord-Koreaanse regering onmogelijk maken in de jaren daarna.

Tot slot negeert het ‘plan’ van de WSJ voor regime change in Noord-Korea de te verwachten reactie van China op pogingen om een forse politieke koerswijziging aan zijn grenzen af te dwingen. China heeft al door laten schemeren een aanval op Noord-Korea niet te zullen dulden en het lijkt onwaarschijnlijk dat het positiever aan zou kijken tegen een door de VS gesteunde staatsgreep. Als China er voor zou kiezen Kim te hulp te schieten in het verijdelen van een coup, dan is het nog waarschijnlijker dat deze faalt en hebben de VS een veel slechtere onderhandelingspositie dan nu.

Zelfs onder de aanname dat de VS genoeg leden van de Noord-Koreaanse krijgsmacht bereid zouden vinden om Kim door middel van een staatsgreep af te zetten (en op basis waarvan zouden we veronderstellen dat de VS daartoe in staat zouden zijn?), blijft de vraag waarom zo’n militaire junta vervolgens het kernwapenarsenaal op zouden geven dat in zo’n geval volledig tot hun beschikking staat. Als ze dat arsenaal niet op zouden willen geven, dan heeft een putsch niets opgelost terwijl men er wel mee riskeert dat de situatie escaleert.

Diplomatie

In het Britse dagblad The Guardian laat John Delury een veel realistischer geluid horen. Hij roept op tot diplomatieke inspanningen in reactie op de meest recente kernproef van Noord-Korea:

De proef verandert de situatie op het Koreaanse schiereiland niet fundamenteel, hoewel het weer een acceleratie is. Wat nog altijd ontbreekt is diplomatie. Het is aan de regering Trump om hier ofwel een kans in te zien om alsnog directe gesprekken met Pyongyang te openen, dan wel maar voort te modderen op de betreden paden van machtsvertoon, meer VN-sancties en secundaire sancties. Meer van het zelfde dat de afgelopen acht jaar al gedaan is.

Delury is Noord-Korea-deskundige aan de Yonsei-universiteit in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul en heeft verstandige dingen te zeggen. De VS en Oost-Azië verkeren in dit lastige parket omdat Washington een decennium geleden koos voor een politiek van dwangmaatregelen in plaats van berusting in een akkoord dat functioneerde. Het blijven afwijzen van diplomatie als de best beschikbare optie verstrikt alle betrokken partijen in een vicieuze cirkel van dreigementen en contra-dreigementen waarvan de einduitkomst desastreus kan zijn.

Gangbare bezwaren

Er zijn drie gangbare bezwaren tegen onderhandelingen met een ‘schurkenstaat’. De eerste en minst serieuze is dat het hun gedrag zou ‘belonen’. Dat is een onserieuze reden om niet te onderhandelen met een andere regering wanneer dat vooruitgang in het oplossen van een geschil zou kunnen opleveren. Praten met een andere regering is voor niemand een ‘beloning’; het is een noodzakelijk onderdeel van internationale betrekkingen als zodanig. Met de weigering om gebruik te maken van beschikbare diplomatieke middelen ontzegt de Amerikaanse regering zich alleen maar een mogelijke oplossing omwille van het kinderachtig niets toe willen geven aan de andere partij.

Het tweede, nogal afgezaagde, bezwaar is dat “diplomatie geprobeerd is en niets opgeleverd heeft”. Dit is echter in de meeste gevallen niet waar of tenminste zeer misleidend. In dit geval heeft diplomatie van de VS en de geallieerden een akkoord bereikt dat er in slaagde Noord-Korea’s kernwapenprogramma te beperken. De regering Bush koos er echter voor dit akkoord op te blazen in het nastreven van het waanbeeld dat Noord-Korea nog meer toegevingen zou kunnen doen. Dat heeft averechts gewerkt en niet zo’n beetje ook, het leidde  tot de eerste kernproef en Noord-Korea’s terugtrekking uit het Non-proliferatieverdrag.

Het derde veelgehoorde bezwaar is dat het regime niet vertrouwd kan worden en dus niet zeker is dat het zich houdt aan gesloten akkoorden. Die mogelijkheid bestaat natuurlijk bij ieder akkoord, maar als beide partijen baat hebben bij een akkoord, hebben beide partijen ook een sterke motivatie om het akkoord na te leven.

De-escalatie

Het onmiddellijke doel van iedere diplomatieke inspanning ten aanzien van Noord-Korea zou de-escalatie zijn en de afspraak dat alle partijen zich onthouden van verdere provocatieve en agressieve acties. Dat zou dan de basis kunnen vormen voor een reeks onderhandelingen over de normalisering van betrekkingen en het terugtrekken van Amerikaanse troepen van het schiereiland als onderdeel van een formeel vredesakkoord ter vervanging van de wapenstilstand. Dat zou geen einde maken aan het kernwapen- of raketprogramma van Noord-Korea, maar op dit moment is het zeer de vraag of, afgezien van een grootschalige oorlog, überhaupt iets dat zou kunnen bewerkstelligen. Het zou echter wel leiden tot een stabielere situatie op het schiereiland en het risico op een gewapend conflict sterk verkleinen. Dat is het realistische doel waarop Amerikaanse diplomatieke inspanningen zich zouden moeten richten.

In het verleden is er allicht een kans geweest op een Koreaans schiereiland zonder kernwapens, maar die kans is verspeeld. De Amerikaanse regering zou er nu voor moeten kiezen diplomatie een kans te geven, om zo het potje dat er sinds de regering Bush van gemaakt is weer enigszins recht te breien. Door de weigering van Rex Tillerson en Nikki Haley om op diplomatieke inspanningen in te zetten, laten ze het initiatief aan derden, zoals de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.