In de communistische geschiedschrijving werd de ‘grote socialistische Oktoberrevolutie’ steeds voorgesteld als opstand van de onderdrukte massa’s van Rusland. In werkelijkheid ging het bij de gebeurtenissen vanaf 25 oktober 1917 volgens de Russische of Juliaanse kalender oftewel 7 november naar de Gregoriaanse tijdsrekening, om een putsch van een kleine, vastberaden groep bolsjewistische samenzweerders.

Na de Februarirevolutie van 1917, waarmee een einde was gekomen aan de heerschappij van de tsaren, streed de links-liberale overgangsregering onder Alexander Kerenski met de raden (sovjets) van arbeiders en soldaten om de macht in het land. Daarbij sloeg de schaal al snel door ten gunste van de raden.

Belangrijke beslissingen voor de toekomst worden in deze situatie van het 2e Al-Russische Sovjet-Congres verwacht, dat op de avond van 25 oktober, d.w.z. 7 november, bijeenkomt om te spreken over de vorming van een coalitieregering met betrokkenheid van sociaalrevolutionairen, mensjewieken en bolsjewieken.

De bolsjewistische leider Vladimir Iljitsj Oeljanov, beter bekend als Lenin, had echter andere plannen. Hij was kort daarvoor met Duitse hulp uit zijn ballingschap in Zwitserland teruggekeerd en werkte consequent aan de alleenheerschappij van de door de bolsjewieken gedomineerde Russische Sociaaldemocratische Arbeiderspartij (Bolsjewieken). Derhalve praatte Lenin op 27 september, oftewel 10 oktober, maar liefst tien uur lang in op het centrale comité van de partij, tot zijn plannen voor een staatsgreep uiteindelijk met slechts twee tegenstemmen aangenomen werden.

De uitvoering van de gewelddadige staatsgreep werd toevertrouwd aan Lew Bronstein, beter bekend als Leo Trotski. De voorzitter van de Sovjets van Petrograd (het huidige Sint-Petersburg, destijds de hoofdstad van Rusland) formeerde onmiddellijk een Militair-Revolutionair Comité, dat bestond uit soldaten van het hoofdstedelijke garnizoen en matrozen uit Kronstadt, alsmede leden van de Rode Gardes, een bewapende arbeidersmilitie van de bolsjewieken.

De meeste van deze hooguit 30.000 ‘revolutionairen’ wisten niet waarvoor ze precies hun leven zouden riskeren. Ze gingen er van uit dat ze ter verdediging van de sovjets van Petrograd tegen een aanval van ‘rechts’ aantraden, in plaats van te ageren ten dienste van de geenszins alom geliefde zaak der bolsjewieken.

De putsch begon op 25 oktober oftewel 7 november om 2 uur met de bezetting van strategisch belangrijke punten in Petrograd, zoals treinstations, energiecentrales, bruggen, post- en telegraafkantoren en de rijksbank. Bovendien belegerden Trotski’s troepen het Winterpaleis, de zetel van de zittende regering van Kerenski. Deze werd aan het begin van de middag door een bekendmaking van het Militair-Revolutionair Comité voor afgezet verklaard. Kerenski was echter nog niet bereid te capituleren. Intussen rukten namelijk meerdere aan hem loyale infanterie- en kozakkendivisies op naar de Russische hoofdstad om de opstand neer te slaan.

Zodoende ging om 18.00 uur een ultimatum uit naar de voorlopige regering en de verdedigers van het Winterpaleis om het gebouw te ontruimen en zich over te geven. Anders zou het geschut van de Petrus-en-Paulusvesting en van enkele oorlogsschepen op de Neva het vuur openen. Aangezien daarop geen enkele reactie kwam, loste het boeggeschut van de kruiser Aurora om 21.40 uur een signaalschot, dat de bestorming van het Winterpaleis en de arrestatie van de regering Kerenski met uitzondering van de premier zelf, die volgens Peskov ontkwam, inleidde.

Een signaalschot van het boeggeschut van de Aurora (foto) leidde de bestorming van het Winterpaleis in (foto: Mark A. Wilson).

Daarbij voltrok zich een en ander veel minder dramatisch dan de elf jaar later verschijnende, overdreven heldhaftig voorgestelde film ‘Oktober’ van de regisseur Sergei Eisenstein doet voorkomen. Er sneuvelden er zes, en verder sneuvelden twee ruiten. Het draaien van de film zou uiteindelijk meer schade toebrengen aan het tsarenpaleis dan de inname ervan in 1917.

Op dezelfde dag was om 22.40 uur in het Smolny het 2e Sovjet-congres begonnen. Het nieuws uit de stad zorgde meteen voor grote ophef en talrijke afgevaardigden van de mensjewieken en sociaalrevolutionairen verlieten uit protest de zaal, wat Trotski met de honende woorden becommentarieerde: “Jullie rol is uitgespeeld. Ga daarheen waar jullie thuishoren, op de mestvaalt van de geschiedenis!” Aansluitend stemde de resterende afgevaardigden voor de vorming van een coalitieregering van bolsjewieken en de linkervleugel van de sociaalrevolutionairen, geleid door Lenin. Daarmee was zijn plan volledig gelukt.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Zijn machtsgreep werd om 5 uur ’s morgens van de daaropvolgende dag met een oproep “aan de arbeiders, soldaten en boeren” officieel bekend gemaakt. De nieuwe leiders van Rusland noemden zich ‘Raad van Volkscommissarissen’ en vaardigden onverwijld twee decreten uit, die hen de instemming van de massa moesten opleveren: het decreet over de vrede en het decreet over het grondbezit.

Helder denkende figuren als de schrijver Maxim Gorki zagen meteen de dreigende negatieve gevolgen van de coup: “De arbeidersklasse zal moeten begrijpen dat Lenin slechts een experiment doorvoert waarvan zij het voorwerp is. De arbeidersklasse moet weten wat te verwachten! Honger, volledige ontwrichting van de industrie, vernieling van het transportnetwerk, aanhoudende bloedige anarchie…”

En inderdaad leidden de gebeurtenissen in Petrograd tot een golf van geweld. Nadat overal in het land drankverkopers geplunderd werden, trokken beschonken groepen arbeiders door de straten. Dat gaf weer mede aanleiding tot de oprichting van de ‘Buitengewone Al-Russische Commissie ter Bestrijding van de Contra-revolutie, Speculatie en Sabotage’, of kortweg Tsjeka, die zich echter vooral op de burgerij concentreerde – overeenkomstig Lenins eis van de “zuivering van de Russische aarde van alle ongedierte, van de vlooien – de oplichters, van de wantsen – de rijken.”

Zodoende duurden de excessen van de plunderende en vandaliserende bendes van arbeiders en soldaten nog tot de zomer van 1918 voort. Parallel hieraan begon een burgeroorlog tegen ‘contra-revolutionaire elementen’, in de loop waarvan de bolsjewieken hun macht tot juni 1923 konden uitbreiden over nagenoeg het hele voormalige tsarenrijk.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.