De oproep van Sid Lukkassen om te komen tot een soort ‘nieuwe kerk’ is een begrijpelijke reactie op het maatschappelijk klimaat waarin framing en demonisering het steeds meer op voorhand lijken te winnen van feitelijkheid en redelijkheid. Na de oproep te hebben gedaan op ThePostOnline: ‘We gaan weer kerken bouwen’, herhaalde hij dezelfde oproep op Novini: ‘Rapport uit het hart van de samenleving’.

Vooral het geval ‘Yernaz Ramautarsing’, het Amsterdamse FvD-kandidaat raadslid dat moest opstappen na vrij onschuldige uitlatingen in de media en in besloten app-groepen, bood voor Lukkassen een concrete aanleiding om een dergelijk initiatief te initiëren:

“Hoe kwetsbaar de eenling is zonder de sociale structuur van een Zuil of Kerk om op terug te vallen voor houvast, blijkt wel uit de val van Yernaz. Vrijheid van meningsuiting kan niet staande blijven als losse atomen, maar vergt een sociaal-economische inbedding. Oftewel enige sociale cohesie, ‘groepssolidariteit’ is noodzakelijk.”

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Na nog een citaat wil ik enkele opmerkingen plaatsen bij het plan van Lukkassen:
“Recent riep ik op tot de bouw van een ‘Nieuwe Kerk’. Dit draait om het samenbrengen van mensen rond de constatering dat de systeemtaal niet meer de werkelijkheid weerspiegelt. Deze mensen vinden elkaar met kritische analyses en delen nieuwe begeesterende verhalen, om inspiratie uit te putten, maar ook om de rotte plekken in het systeem bloot te leggen.”

Sid Lukkassen noemt dus twee pijnpunten. Ten eerste is er volgens hem sprake van een Systeem dat ‘rotte plekken’ kent en dat een taal bezigt die niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Ten tweede noemt hij het gebrek aan sociale cohesie en groepssolidariteit binnen de geleding van de samenleving die juist om een Yernaz heen had moeten (blijven) staan. Ik noem deze geleding c.q. groep voor het gemak ‘rechts’.

Enerzijds is er dus het Systeem; anderzijds is er ‘rechts’ dat niet is opgewassen tegen dit systeem. De implicaties zijn veelvuldig. Maar de belangrijkste is deze: de werking vanuit het systeem zorgt ervoor dat ‘rechts’ niet in staat is om zich staande te houden als groep met een sociale cohesie. Deze werking is inherent aan het systeem en is onvermijdelijk en niet te ontlopen. Immers: Sid spreekt vanuit de oppositie in het aangezicht van de macht en de machthebbers als uiting en dragers van het Systeem. ‘Zij’ hebben de macht en passen deze toe om de oppositie uit te schakelen en monddood te maken.

Rechts is dus niet hard genoeg om de werking vanuit het systeem te weerstaan. Het ontbeert als het ware een eigen ‘systeem’ met een inherente hardheid om krachten van buiten of te weerstaan, of te geleiden, of zelfs te pareren of te verslaan. Men heeft weliswaar de werkelijkheid mee, maar mist de tools om dit belangrijke voordeel om te zetten in een succesformule.

Het rechtse denken c.q. volksdeel mist een ruimte van zelfbepaling, waarin een taal kan worden gebezigd die analoog is aan de werkelijkheid die gezamenlijk wordt gezien, begrepen en ervaren. Een ruimte waarin de wil bestaat om deze werkelijkheid ook gezamenlijk onder woorden te brengen, te ontwikkelen en uit te dragen.

Zo langzamerhand worden de contouren van de ‘kerk’ van Lukkassen zichtbaar. Eenvoudig voorgesteld zijn deze te typeren met het drietal begrippen ‘ruimte’, ‘hardheid’ en ‘samenhang’.

Deze ruimte ziet Lukkassen niet alleen als denkruimte, maar ook als interactie (gesprek) en fysieke ruimte: het koffiehuis: “Graag wil ik deze mensen ook gaan samenbrengen op gespreks- en caféavonden, om zo te komen tot een nieuwe publicatie. Deze zal dienen om deze ‘verhalen uit de samenleving’ op een filosofisch niveau te synthetiseren.”

Ook hier is een drieslag te bespeuren. Allereerst is er dus de ‘werkelijkheid’, daaruit ontspruiten de ‘verhalen’ (ervaringen, feiten) en daarna is er de noodzaak van het formuleren van de filosofische synthese. Ik ben zo vrij om hier niet alleen de hardheid van de ‘ruimte’ in te zien, maar ook die van de taal, het denken en de theoretische uitkomst ervan: een Kritische Theorie als gestalte van deze filosofische synthese die als Kritiek de werkingen van het Systeem moet kunnen ontmaskeren, pareren en verslaan.

De samenhang in het denken is voor Sid echter niet genoeg. Hij duidt ook op een sociale samenhang, ja zelfs op een ‘sociaal-economische’. Hierin schenkt Lukkassen ons als het ware al een voorschot van zijn waarnemingen betreffende het Systeem en een deel van de oplossingen: het Systeem heeft een sociaal-economische dimensie, met bijbehorende consequenties, en het weerwoord dient ook een sociaal-economische dimensie te hebben, niet alleen theoretisch, maar ook concreet.

De samenhang is dus theoretisch, organisch (sociaal), maar ook organisatorisch. En deze samenhang is niet los te zien van de ruimte en haar hardheid. De kerk-idee van Sid Lukkassen is dus zo gek nog niet. Het is een logische vergelijking, die door iemand als Koenraad Elst al eerder is gedaan, als vroeg-afvallige van het katholieke geloof, namelijk dat onze tijd een organisatie ontbeert als dat de katholieke Kerk was tot voor enkele decennia: een organisatie die kader ontwikkelde, goed georganiseerd was, enz. enz. Die kerk bestaat echter niet meer en er is ook niets vergelijkbaars voor in de plek gekomen.

Ik denk dat ik Sid Lukkassen moet bijvallen in zijn constatering dat ‘rechts’ een kerk nodig heeft om iets te betekenen, iets neer te kunnen zetten, en zelfs om te kunnen overleven. Een beweging, een zuil, maar ook een ‘partij’ is niet voldoende. Het geval ‘Yernaz’ heeft laten zien dat ook partijen die als oppositiebeweging zijn opgezet, zoals het Forum voor Democratie, niet in staat zijn te voldoen aan de minimale eisen die een levensvatbare rechtse beweging nodig heeft, waaronder de voorwaarde van solidariteit. Een partij is hoogstens een instrument van een ‘kerk’.

Ik wil afsluiten met een behartenswaardige harteroep van Sid Lukkassen: “Geef gewoon eerlijk toe dat het era van het democratische debat als open en eerlijk overredingsproces ten einde is. Bouw die kerken want de kerkgangers zijn er toch al. Ze zitten alleen nog in het verkeerde gebouw, het gebouw van het parlement, waar hun wensen niet meer zullen worden vervuld.” Ik hoop dat er iets dergelijks van de grond gaat komen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Erik van Goor

In een vorig leven conservatief. Thans werkend huisfilosoof met reactionaire trekjes.