In Rusland staat KGB-agent Poetin aan het roer, dat moet dus wel een verschrikkelijk land zijn, waar tussen het troosteloos grauwe beton van de communistische architectuur steeds een grimmige sfeer heerst omdat de Russische mannen immers allemaal onbehouwen macho’s zijn. Dat is althans het clichébeeld van Rusland. Veel mensen realiseren zich wel dat dit een cliché is en toch houden ze er dikwijls onbewust aan vast.

Ook Ruslanddeskundige Marie-Thérèse ter Haar, die met haar Empirique Academie in Arnhem allerlei interessante lezingen over en reizen naar Rusland en Oost-Europa organiseert, betrapte zichzelf herhaaldelijk op dergelijke, vaak onbewuste, vooroordelen. Ter Haar verblijft al jaren enkele maanden per jaar in Rusland, toch vatte ze het bijvoorbeeld in eerste instantie verkeerd op toen een Russische man in een volle metro haar een zitplaats aanbood. Ik ben toch niet bejaard, dacht ze bij zichzelf. Het bleek echter simpelweg een voorbeeld te zijn van het feit dat er ook veel elegante gentlemen zijn onder de Russische mannen, en een gentleman staat niet alleen voor een bejaarde, maar ook voor een dame graag zijn plaats af.

De anekdote is typerend voor de manier waarop Ter Haar met haar westerse en progressieve vooringenomenheid keer op keer positief verrast werd door de Russen. Tegelijk typeert het ook de stijl van haar meest recente boek, waaruit de anekdote afkomstig is. Door de persoonlijke en geëngageerde toon en aanpak van de materie, de recente geschiedenis van Rusland en de westerse verslaggeving daarover, heeft Ter Haar een zeer toegankelijk en vlot lezend verhaal neergezet.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ze schreef haar boek naar aanleiding van het conflict op de Krim en in Oekraïne en vergelijkt de westerse en Russische berichtgeving daarover. Ze spaart daarbij het Westen noch Rusland, aan beide kanten maakt men zich schuldig aan het selecteren of juist weglaten van cruciale feiten of het verdraaien daarvan. Doordat Ter Haar enkele maanden per jaar in Rusland verblijft, kan ze een goede vergelijking maken tussen de berichtgeving hier en daar en ze schrikt van de verschillen en de manier waarop er over de ander gesproken wordt zowel in westerse als in Russische media.

zijn-zij-nou-gek-of-zijn-wij-het-Zoals gezegd laat Ter Haar in haar boek merken dat ze zich meer en meer bewust is geworden van onbewuste vooroordelen over Rusland die zelfs zij als slavist nog steeds had. Zoiets is natuurlijk een voortgaand proces; naarmate men Rusland en de Russen beter leert kennen, is men ook in staat ze beter te begrijpen. En daar is het Ter Haar dan ook om te doen, zowel met haar boek als met haar andere initiatieven in het kader van de Empirique Academie: wederzijds begrip kweken en vergroten tussen Rusland en het Westen.

Tegelijk behoudt Ter Haar ook een bepaalde westerse vooringenomenheid, bijvoorbeeld als het gaat om de Russische wetgeving tegen het propageren van een homoseksuele levensstijl onder minderjarigen. In het algemeen heeft de auteur een tactiek die soms wat curieus voorkomt, namelijk om westerse vooroordelen niet frontaal te ontkrachten, maar ze te bevestigen om vervolgens aan de hand van de praktijk te illustreren dat het in werkelijkheid wel meevalt, bijvoorbeeld met de persvrijheid in Rusland. Effectief is de Russische pers misschien wel pluriformer dan de Nederlandse.

Soevereine democratie
Met het begrip ‘soevereine democratie’ is ook iets vreemds aan de hand. In westerse media wordt dat begrip steevast uitgelegd alsof het om ‘geleide democratie’ zou gaan, deze zeer ongunstige interpretatie van het begrip heeft de voorkeur van marginale Russische liberalen en anderen die de huidige Russische regering niet bepaald gunstig gezind zijn. Geleide democratie is echter semantisch gezien precies het tegendeel van soevereine democratie. Een teken van het cynisme van het Kremlin, zal een verstokte russofoob zeggen.

Wie echter iets langer nadenkt, zal begrijpen dat de term soevereine democratie, afkomstig van Poetins oud-beleidsmedewerker Vladislav Soerkov, vooral begrepen moet worden in de context van de internationale betrekkingen en tegen de achtergrond van de zogenaamde kleurenrevoluties. Waar de Verenigde Staten – en hun vazalstaten in Europa en elders – in de internationale betrekkingen namelijk staan voor de onmisbaarheid van Amerika als enige mondiale supermacht – die zogenaamd per definitie met iedereen het beste voor heeft, staat Rusland net als andere opkomende Aziatische, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse staten voor multipolariteit in de internationale betrekkingen. Tegen deze achtergrond wordt duidelijker wat het nu wil zeggen als men een democratie heeft die zich soeverein kan ontwikkelen. Soevereine democratie wil dus zeggen: een democratie die zich zonder inmenging van vreemde mogendheden kan ontwikkelen. Men wil in Rusland geen westers democratiemodel importeren, maar een eigen Russisch democratiemodel ontwikkelen.

Er bestaat overigens ook in het Westen niet één democratisch model. Zo erkennen sommige westerse landen formeel het principe van de volkssoevereiniteit, terwijl andere, met name enkele Europese monarchieën dat niet doen; sommige landen kennen een parlement met twee huizen en andere met slechts één en sommige hebben een parlementair en andere een presidentieel systeem, te denken valt aan Amerika, waar president Obama in voorkomende gevallen tijdens het reces per decreet het Congres omzeilt. Al die verschillende staatsbestellen hebben zich in diverse westerse landen over een tijdspanne van eeuwen ontwikkelt, zijn in enige mate sui generis, het lijkt dan ook niet meer dan billijk om Rusland ook de tijd te gunnen om, na de turbulente jaren negentig waarin Rusland op westers advies allerlei politieke experimenten onderging, geleidelijk haar eigen bestel te ontwikkelen.

Het ontwikkelen van een Russisch staatsbestel, van een Russische soevereine democratie, is een zaak van Rusland en de Russen, van de Russische staat en de Russische samenleving, ook wel civil society genoemd. We moeten echter niet in de val trappen onder die civil society in de eerste plaats allerlei zogenaamde ‘non-gouvernementele organisaties’ te verstaan, die uitsluitend of grotendeels gefinancierd worden door Westerse overheden of door zogenaamde ‘weldoeners’ als George Soros, die er ook zo hun zakenbelangen op na houden.

Als we tenslotte nog in ogenschouw nemen hoe de Nederlandse democratie is ingesnoerd door allerlei internationale structuren, een kluwen verplichtingen die ons land stevig verankert in de Amerikaanse invloedssfeer, en die door geopolitieke verdragen als TTIP onder het mom van ‘vrijhandel’ nog altijd verder uitgebouwd wordt, dan mogen we ons in gemoede nog eens afvragen: Wie heeft er eigenlijk een geleide democratie?

N.a.v: Marie-Thérèse ter Haar, Zijn zij nou gek of zijn wij het? Ruslands actuele geschiedenis en de westerse verslaggeving hiervan (Empirique, Arnhem, 2014), paperback, rijkelijk geïllustreerd, 144 pagina’s.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.