De raketaanval op Syrië door de VS, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk laat zien waarom het niets wordt met een zelfstandig Europees buitenlandbeleid.

We kennen het al uit 2003: De Verenigde Staten en hun volgzame bondgenoten verwoesten zonder VN-mandaat een land, omdat de leider ervan zich niet aan de westerse hegemonie onderwerpt en zogezegd massavernietigingswapens heeft. In Irak werd zoals bekend niets van die massavernietigingswapens gevonden en de voorgewende reden voor de oorlog derhalve als leugen onthuld. Een schending van het internationaal recht was de ‘militaire interventie’ sowieso. 

In het geval van Syrië is het nu niet veel anders. Frankrijks president Macron beweert bewijzen te hebben dat het bewind van Assad chemische wapens heeft ingezet. Tot nu toe blijft echter in nevelen gehuld wat die bewijzen dan zijn. Kan zijn dat hij bewijzen heeft. Het kunnen echter evengoed de rebellen geweest zijn die chemische wapens ingezet hebben. Of het kan zijn dat er überhaupt geen chemische wapens ingezet zijn. Alles staat nog open, het onderzoek door de OPCW staat nog aan het begin.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Dat de aanvallers niet op de uitslag van het onderzoek willen wachten, spreekt voor zich. Zo is het dan ook aannemelijk dat ook deze militaire interventie niet gerechtvaardigd was. Een schending van het internationaal recht was het sowieso. Want zelfs als boven alle twijfel verheven was dat de Syrische regering zich schuldig had gemaakt aan het gebruik van chemische wapens, was ter legitimatie van een militaire aanval een mandaat van de VN-Veiligheidsraad vereist geweest.

Waar in 2003 zowel Frankrijk als Duitsland zich tegen de Amerikaans-Britse aanval op Irak uitspraken, loopt Frankrijk nu voorop en laat Macron zich er op voorstaan dat híj Trump overgehaald zou hebben de Amerikaanse troepen niet terug te trekken uit Syrië. Een sterk verhaal, maar niettemin veelzeggend.

Zo mogelijk nog pijnlijker is de opstelling van de Duitse regering. In een poging om de aanval te rechtvaardigden, beweert Bondskanselier Merkel, dat Moskou het onderzoek zou verhinderen – wat aantoonbaar onjuist is. Minister van Defensie Ursula von der Leyen stelt met droge ogen dat het feit dat drie van de aanvallers permanente leden van de VN-Veiligheidsraad zijn wel genoeg legitimatie is en onderstreept daarmee nog eens haar volstrekte incompetentie. En minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas pleit voor de vorming van een internationaal gremium. Wat is de VN-Veiligheidsraad dan?!

Even leek er in 2003 ruimte te ontstaan voor een zelfstandige rol van Europa op het wereldtoneel. Lange duurde dat niet. En zelfs nu de Britten, met hun zogenaamde special relationship met Amerika, vertrekken uit de EU, zit het er niet in. Zo wordt ook duidelijk wat het belang ervan was om het schandaal rond de gedoodverfde volgende Franse president François Fillon dermate op te kloppen en uit te melken. Het ging om een relatief onschuldig foefje dat hij had uitgehaald als parlementariër, zoals destijds zo veel politici deden, maar in werkelijkheid stond het Franse buitenlandbeleid op het spel. Met Fillon was er een kans geweest op een zelfstandig Frans en daarmee op een zelfstandig Europees buitenlandbeleid. Met Macron, die uit het niets opkwam, kreeg Frankrijk echter een president die in interventiedrang niet onderdoet voor menige denktank in Washington. Het Duitse voorbeeld laat goed zien dat, zelfs wanneer er opnieuw ruimte zou ontstaan voor een zelfstandig Europees buitenlandbeleid, we nog altijd opgescheept zitten met een politieke klasse die nauwelijks kaas heeft gegeten van internationaal recht en sowieso vertrekt vanuit het idee dat Amerika de hoeder van het internationaal recht zou zijn. Voor zover onder deze omstandigheden een gemeenschappelijk buitenlandbeleid van de EU mogelijk is, gaat het in feite om Amerikaans beleid.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.