“Xi Jinping drijft Taiwan in het nauw”, kopte de Volkskrant maandag. Maar een nuchtere analyse van de voorgeschiedenis laat zien dat het juist de Taiwanese regering is die aanstuurt op escalatie.

Sinds het einde van de burgeroorlog in 1949 is er een patstelling rond het eiland tussen de Volksrepubliek China en de Republiek China die zich in Taiwan had teruggetrokken. Lange tijd werd de Republiek China, in de omgang dikwijls Taiwan genoemd, geregeerd door de Chinees-nationalistische Kuomintang en bleef het streven naar hereniging van China formeel bestaan. Dit staat bekend als het ‘Eén China-beginsel’. Beide Chinese regeringen streefden dus naar hereniging van Taiwan met China, zij het onder hun eigen bewind. Door bepaalde spraakregelingen en algemene diplomatieke prudentie wist men zo decennialang te voorkomen dat het conflict escaleerde tot een oorlog.

Tsai Ing-wen

In 2016 verloor de Kuomintang echter de verkiezingen en werd Tsai Ing-wen president van de Republiek China. Tsai Ing-wen is het Eén China-beginsel niet toegedaan en nam dus ook de diplomatieke geplogenheden in de relatie met de Volksrepubliek niet in acht. Hierdoor was de regering in Peking op zich al op haar hoede en genoodzaakt duidelijk te maken dat zij wel aan het beginsel vasthoudt.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Donald Trump

Er zijn echter duidelijke aanwijzingen dat Taiwan niet op eigen houtje handelt. Zo belde Tsai Ing-wen in december 2016 met Donald Trump om hem te feliciteren met zijn verkiezing tot president van de Verenigde Staten van Amerika. Trump nam dit telefoontje aan en dit was de eerste keer sinds 1979 dat een Amerikaanse ‘president-elect’ direct sprak met een president van de Republiek China. De aanstaande Amerikaanse regering gaf hiermee een signaal af dat in Peking zeker verstaan zal zijn. Hoewel zowel Peking als de zittende regering in Washington stelden dat het Eén China-beleid overeind bleef, gaf Trump aan er niets mee op te hebben. Voormalig Amerikaans ambassadeur in China Jon Huntsman gooide vervolgens olie op het vuur door te stellen: “Ik ben er zeker van dat hij [Trump] een bredere strategie heeft.”

Strategie

Het ligt voor de hand dat de Chinese regering dit geïnterpreteerd heeft als een strategie van de Taiwanese regering in coördinatie met de aanstaande Amerikaanse regering om de Taiwanese kwestie te forceren. De recente uitspraken van Xi Jinping moeten dan ook in het licht van deze voorgeschiedenis bezien worden. Verplaats je eens in het perspectief van Peking. China verkeert in een handelsoorlog met de Verenigde Staten. Het overgrote deel van de Chinese handel met het buitenland verloopt via de Oost-Chinese en Zuid-Chinese Zeeën. China heeft daar al te kampen met Amerikaanse bemoeienis inzake de territoriale geschillen over kleine eilandjes. En precies midden voor de Chinese kust, tussen voor China belangrijke zeewegen ligt het grote eiland Taiwan. Nogal wiedes dat Peking geagiteerd wordt van het vooruitzicht van actieve Amerikaanse bemoeienis hiermee. De Amerikaanse krijgsmacht is al nadrukkelijk aanwezig in de Oost-Chinese en Zuid-Chinese Zeeën, heeft militaire bases in Japan en op de Filipijnen. Eventuele militaire aanwezigheid van de VS op Taiwan zou militair-strategisch een rampscenario zijn voor de Volksrepubliek. Het is vooral daarom dat China een duidelijk signaal af wil geven dat alle claims overeind blijven.

Doorzichtig spel

De Taiwanese president Tsai Ing-wen gebruikt dit nu wel om een dramatisch beroep op de zogenaamde internationale gemeenschap (i.e. de VS en co.) te doen, maar als zij niet zelf op confrontatie had aangestuurd en de indruk van strategische coördinatie met Washington had gewekt, dan was deze escalatie – die vooralsnog bij woorden blijft – er helemaal niet geweest. De primaire verantwoordelijkheid voor de spanningen tussen China en Taiwan ligt dus bij Tsai Ing-wen en niet bij Xi Jinping.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.