De Russische regering heeft haar ondertekening van het stichtingsverdrag van het Internationaal Strafhof (niet te verwarren met het Internationaal Gerechtshof en het Joegoslaviëtribunaal) in Den Haag ingetrokken.

De met de Verenigde Naties verbonden instelling werd vanaf het begin gekenmerkt door een zeer selectieve manier van optreden. Aanvankelijk waren het uitsluitend politici uit Afrikaanse landen die zich in het schootsveld van het Westen hadden begeven tegen wie onderzoek werd ingesteld, maar de laatste tijd werd ook Rusland toenemend op de korrel genomen.

Dit jaar werd met Georgië voor het eerst een niet-Afrikaanse staat voorwerp van “officieel strafrechtelijk onderzoek”, waarbij Den Haag zich opmerkelijk genoeg uitsluitend richt op mogelijke misdrijven van het Russische leger of Zuid-Ossetische militieleden en mogelijke misdrijven van het Georgische leger buiten beschouwing laat.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Daarnaast zijn er verkennende onderzoeken tegen Rusland vanwege de vermeend onrechtmatige aansluiting van de Krim bij de Russische Federatie en het conflict in het Donbasbekken. Onlangs dreigden pro-Amerikaanse kringen bij de Verenigde Naties er zelfs mee Moskou voor de interventie in de burgeroorlog in Syrië aan te klagen. Daarmee viel wat Rusland betreft het doek voor het Strafhof: Als burgers van een niet-verdragsstaat kunnen Russen van nu af aan alleen nog door de VN zelf aangeklaagd worden, wat Rusland als lid van de Veiligheidsraad echter kan verhinderen.

Afkalving lidmaatschap

Afgelopen voorjaar hadden Zuid-Afrika, Burundi en Gambia reeds hun lidmaatschap beëindigd en veel andere leden van de Afrikaanse Unie overwegen ernstig hen te volgen in dit vertrek uit een rechtssysteem dat klaarblijkelijk vooral tegen hen gericht is.

Daarmee blijven vooral de landen van Europa en Latijns-Amerika over als ondertekenaars van het aan het Strafhof ten grondslag liggende Statuut van Rome, maar niet China, noch India, noch Saoedi-Arabië. Amerikaanse overheidsinstanties is het zelfs ten principale verboden om met het Strafhof samen te werken. Bij arrestatie van Amerikaanse militairen wordt door een wet, de zogenaamde American Service Members Protection Act, zelfs uitdrukkelijk de inzet van militaire middelen voor hun bevrijding uit Den Haag voorzien.

Voor de Russische president Vladimir Poetin was het een administratieve zaak, hij ondertekende het decreet over de uittreding van de Russische Federatie uit het stichtingsverdrag van het Internationale Strafhof. Dat decreet is er kort over: “Het voorstel van het ministerie van Justitie van de Russische Federatie, om geen deelnemer van het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof te zijn, moet aangenomen worden.” Met zijn ondertekening kreeg het document rechtskracht en het ministerie van Buitenlandse Zaken kreeg de opdracht de secretaris-generaal van de VN hiervan op de hoogte te brengen. De achtergrond van de beslissing is evident. Hoofdaanklager Fatou Bensouda had de hereniging van de Krim met Rusland als “bezetting” van een Oekraïens territorium aangeduid en laat onderzoeken in hoeverre Rusland deel neemt aan het conflict in Oost-Oekraïne.

Daarmee neemt het Strafhof voor het eerst een van de grote en machtige landen van de wereld op de korrel. In de 14 jaar van haar bestaan heeft het hof slechts vier oordelen geveld, uitsluitend tegen Afrikaanse machthebbers. Van de tien lopende procedures zijn er negen tegen Afrikaanse landen gericht. Daarbij moet bedacht worden dat de hoofdaanklager een voormalig minister van Justitie van het Afrikaanse Gambia is. Dat in Den Haag tot nu toe slechts kleine landen aangepakt werden heeft goede redenen. Als er bijvoorbeeld iemand op het idee was gekomen om de Amerikaanse president Barack Obama ter verantwoording te roepen voor de al jaren durende drone-oorlog in verscheidene landen, die zonder twijfel vergeven is van de oorlogsmisdaden, dan had het Witte Huis vermoedelijk de CIA ingeschakeld.

Amerikaanse oorlogsmisdaden in Afghanistan

Overigens heeft lopend verkennend onderzoek in Afghanistan reeds een aanzienlijke hoeveelheid bewijzen voor oorlogsmisdaden van de Verenigde Staten bijeengebracht, hoofdzakelijk met betrekking tot folteringen door militairen en door de CIA. Aanklager Bensouda tegenover persbureau AFP: “De ons voorliggende informatie laat concluderen dat militairen van de Amerikaanse strijdkrachten en personeel van de CIA bij de ondervraging van gevangenen naar middelen gegrepen hebben die naar de mening van de commissie als oorlogsmisdaden getaxeerd moeten worden. Daartoe behoren onder andere foltering, mishandeling, schending van de menselijke waardigheid en geweld.”

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken wijst dergelijk onderzoek echter als “ongepast” van de hand en beweert, zonder onderbouwing, dat de VS “zich verplicht hebben, tot het onderhouden van het oorlogsrecht”. In de eerste plaats wees het ministerie er echter op dat de VS zich nooit bereid hebben verklaard zich aan de rechtspraak van het Strafhof te onderwerpen. Dat klopt, en deze voor de VS pijnlijke onderzoeken vinden dan ook alleen plaats, omdat de misdaden zich in Afghanistan afspelen, dat lid is van het Statuut van Rome. De VS willen zoals gezegd echter op veilig spelen met een wet die Amerika het recht geeft om Amerikaans Defensie-personeel uit Nederland te extraheren.

Grote landen als de VS, China en India namen dus al geen deel en nu heeft – naast diverse Afrikaanse landen – ook Rusland zich teruggetrokken. Daarmee boet het Internationaal Strafhof verder aan betekenis in. En de uittocht is waarschijnlijk nog niet ten einde. Niet alleen Afrikaanse landen als Kenia, Namibië, Tsjaad en Oeganda spelen met de gedachte om zich eveneens terug te trekken, maar bijvoorbeeld ook de Filipijnen.

Selectieve vervolging

Nog voor hij afreisde naar de APEC-top in de Peruviaanse hoofdstad Lima, liet de Filipijnse president Rodrigo Duterte weten, dat hij overweegt zijn land terug te trekken uit het stichtingsverdrag van het Strafhof. “Rusland trok zich terug”, aldus Duterte, “misschien zal ik hetzelfde doen.” Het hof is zinloos, zo wijdde de president uit, behalve als westerse instrument voor selectieve vervolging. Mochten Rusland en China echter een “nieuwe orde” op poten zetten, dan zou hij de eerste zijn om zich daarbij aan te sluiten.

Het verwijt dat het hof een westers politiek instrument voor selectieve vervolging is, klinkt ook uit Zuid-Afrika, Burundi en Gambia die zich eerdere al terugtrokken. De terugtrekking van Gambia, aldus minister van Informatie Sheriff Bojang, is het gevolg van het feit dat het hof, ook al wordt het als internationaal aangeduid, veeleer een westers instrument voor selectieve vervolging en deemoediging van onwillige staten is. Te denken valt aan de vervolging van de toen zittende Ivoriaanse president Gbagbo, maar niet van zijn ambtsopvolger Ouattara, tegen wie vergelijkbare verdenkingen bestonden.

Inmiddels wordt ook in diverse andere Afrikaanse landen ernstig nagedacht over terugtrekking uit het Internationaal Strafhof. Professor Murumbu Kiania van het Instituut voor Internationale Studies en Diplomatie van de Universiteit van Nairobi zegt daarover: “Onder Afrikaanse politieke leiders leeft breed het gevoelen, dat ze vrijwillig lid zijn geworden van het Hof, maar nu toenemend tot doelwit van procedures gemaakt worden. De indruk bestaat dat het Hof met twee maten meet en tweedracht onder de leidende politici van het continent zaait.”

Bewust of onbewust heeft Rusland zich met zijn terugtrekking uit het Internationaal Strafhof in een vanzelfsprekende leiderspositie gebracht tegenover de andere, kleinere, landen die zich onlangs eveneens hebben teruggetrokken of dat op korte termijn zullen doen. Die leidersrol kan zich gezien de politieke betekenis van deze daad verder uitstrekken dan alleen het juridische aspect. Hoe dan ook is met de terugtrekking van Rusland de positie van het Strafhof doorslaggevend ondergraven, terwijl die ondergraving daarmee nog niet ten einde is. Dat is niet alleen een slag voor het Strafhof zelf, maar ook voor de bredere internationalisering en supranationalisering van het recht en de globalisering in het algemeen.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.