Donald Trumps beleid ten aanzien van China en Iran vormt niet alleen een bedreiging voor het heersende bewind in die landen, maar ook voor die staten zelf en houdt daarmee een groot risico in voor het statensysteem dat nog altijd de hoeksteen van de internationale betrekkingen vormt. Als Trump zijn campagneretoriek nog waar wil maken heeft zijn buitenlandbeleid een stevige dosis Realisme nodig.

Vierde generatie oorlogvoering en het statensysteem

Om te bepalen hoe de Verenigde Staten met bepaalde andere staten om zouden moeten gaan, is het zoals altijd van belang om te beginnen met de overkoepelende strategische doelstellingen. Het zou de belangrijkste doelstelling van Amerika als mondiale supermacht moeten zijn om een alliantie van alle staten te vormen tegen de dreiging die uitgaat van 4th Generation Warfare (vierde generatie oorlogvoering, 4GW) voor het statensysteem zelf. Zo’n alliantie zou evident ook China en Iran moeten omvatten, álle staten. China is bovendien een van de drie werkelijke grote mogendheden (dat het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk nog tot de grote mogendheden gerekend worden is vooral een vorm van hoffelijkheid met historische redenen). Een alliantie van alle staten is alleen mogelijk als een alliantie van de grote mogendheden daar de nucleus van vormt. Anders zou rivaliteit tussen de grote mogendheden een dergelijke alliantie van het begin af aan ondermijnen. Iran is een belangrijke regionale grootmacht wiens medewerking tegen 4GW-elementen in het Midden-Oosten van groot belang is. Iran heeft recent een belangrijke rol gespeeld in het overeind houden van de staat in Irak en met name Syrië.

Het belang van deze overkoepelende strategie zou de Amerikaanse regering eraan moeten herinneren dat uiteindelijk ook Amerikaanse belangen er niet mee gediend zijn dat er nog een staat uiteenvalt en vervangen wordt door een kraamkamer voor meer 4GW-elementen. De Amerikaanse buitenlandbeleidsbobo’s hebben deze uitkomst al weten te realiseren in Irak, in Libië en gedeeltelijk in Syrië. Als Trump qua buitenlandbeleid iets waar wil maken van zijn campagneretoriek, dan zou zijn regering niet nog landen aan deze lijst toe moeten voegen.

De betekenis van Taiwan voor China

In deze context mogen Trumps aanvankelijke acties ten aanzien van China, zoals het aannemen van een felicitatietelefoontje van het regeringshoofd van Taiwan, dan gediend hebben om zijn onderhandelingspositie ten opzichte van Peking te versterken. Maar het is van groot belang dat hij niet nog eens het Een-Chinabeleid, dat zowel door de Chinese Communistische Partij als de Kwomintang hooggehouden wordt, in twijfel trekt. Taiwan is een existentieel vraagstuk voor China, vanwege China’s geschiedenis van middelpuntvliedende bewegingen. Als één provincie onafhankelijk kan worden, dan kunnen anderen het ook, en zou China terug kunnen keren naar een periode van ‘strijdende staten’. Dat is de nachtmerrie van iedere Chinees die zijn lesje vaderlandse geschiedenis een beetje kent.

Omdat iedere beweging van Taiwan richting onafhankelijkheid deze implicatie heeft voor China, draagt Taiwan het grootste potentieel in zich om een oorlog tussen China en de VS te ontketenen. Zo’n conflict zou voor beide partijen rampzalig zijn. Vanuit de positie van de VS zou het echter een lose-lose-scenario zijn. In het onwaarschijnlijke geval dat de VS de oorlog zouden verliezen, zou de status van de VS als grote mogendheid of tenminste als supermacht ter discussie komen te staan. Als China zou verliezen, zou het resultaat nog erger kunnen zijn. Een verlies zou de legitimiteit van het bewind in Peking ter discussie stellen en daarmee de Chinese staat. China zou uiteen kunnen vallen in strijdende staten, wat een grote overwinning voor 4GW-elementen in zou houden. De VS hebben China nodig om een centrum en bron van orde in de wereld te zijn. Een verlies gevolgd door het uiteenvallen van China zou het Aziatische kernland tot een uitgestrekte bron van wanorde maken.

Grote mogendheden

Nu China zijn historische rol als grote mogendheid weer opneemt, zouden de Amerikanen het rijk van het midden niet alleen toe moeten staan om de taak van het bewaren van de vrede, orde en handelsbetrekkingen in een groeiend deel van de wereld over te nemen, maar het ook aan moeten moedigen. China neemt die rol al op zich, de Chinese cultuur stelt dan ook hoge waarde op orde en harmonie. Als China in deze context de taak over wil nemen de vrijheid van navigatie op de Zuid-Chinese Zee te bewaken en daartoe in staat is, dan zouden de VS dat moeten verwelkomen. Amerika hoeft immers geen mondiale politieman te zijn, dixit Trump. Net als Rusland en de VS, moet ook China een zekere invloedssfeer toegestaan worden met het oog op het in stand houden van de orde en het statensysteem.

Iets dergelijks kan van Iran gezegd worden op een meer regionale schaal. Als de VS en Iran in een oorlog met elkaar verzeild zouden raken – terwijl Trump mede tot president verkozen is omdat hij zich in de campagne uitsprak tegen vermijdbare oorlogen in het Midden-Oosten – zou een Iraanse nederlaag kunnen leiden tot het uiteenvallen van Iran, waar de Perzen slechts zo’n 60 procent van de bevolking vormen. Irak en Libië hebben overvloedig duidelijk gemaakt dat het uiteenvallen van Iran in stateloze wanorde allerlei niet precies te voorziene gevolgen met zich meebrengt, uiteindelijk ook Amerikaanse belangen zou schaden, en dus ook vanuit Amerikaans perspectief minder verkieslijk zou moeten zijn dan het voortbestaan van de Iraanse staat met het huidige bewind.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Vanuit dit gezichtspunt zou de regering Trump de atoomakkoord met Iran, zoals onderhandeld door de regering Obama in concert met de andere permanente leden van de VN Veiligheidsraad plus Duitsland, moeten accepteren. Het is vanuit Amerikaans gezichtspunt allicht niet ideaal, maar als de regering Trump het akkoord verscheurd, zet dat een koers in die er ofwel toe zal leiden dat de VS in de nabije toekomst alsnog moeten accepteren dat Iran een kernmacht worden dan wel zullen besluiten ten oorlog te trekken tegen Iran, met alle gevaren van dien zoals hierboven beschreven. Van deze drie opties is de huidige deal duidelijk de minst slechte.

Realisme versus Idealisme

Het tegendeel van het gevestigde neoconservatieve/liberaal-interventionistische denken – zogenaamd Idealisme – inzake buitenlandbeleid in Washington, waarmee ook Hillary Clinton en Barack Obama behept waren, is Realisme. Veel van de kiezers die voor Donald Trump kozen in de presidentsverkiezingen deden dat mede omdat ze op grond van zijn campagne-uitingen de verwachting hadden dat zijn buitenlandbeleid gebaseerd zou zijn op Realisme of ten minste meer trekken daarvan zou hebben dan dat van Clinton. Realisme houdt ook dikwijls het aanvaarden van arrangementen die niet ideaal zijn in. Realisten accepteren die omdat de plausibele alternatieven slechter zijn.

Het vernietigen van nóg een staat zou de slechtst mogelijke uitkomst van het Amerikaanse buitenlandbeleid zijn. Waar en wanneer de vraag naar oorlog tegen een staat de kop op steekt, zouden Amerikanen zich moeten realiseren dat een ‘overwinning’ in een dergelijke oorlog die uitkomst in kan houden en, sterker nog, dat het de waarschijnlijke uitkomst is. De VS, China, Rusland, Iran en alle andere staten zien zich geconfronteerd met reële vijanden in de vorm van niet-statelijke opponenten. Laten de staten de rijen sluiten om deze vijanden het hoofd te bieden in plaats van achterhaalde conflicten met elkaar uit te vechten.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.