Rond de verjaardag van de revolte van 2011 laaien in Tunesië steevast de protesten weer op. De burgers herinneren daarmee zowel aan hun situatie als aan de Jasmijnrevolutie van 2010/2011.

Dit jaar begonnen de onlusten op 8 januari na de doorvoering van nieuwe bezuinigingsmaatregelen door de regering, die met de jaarwisseling een nieuwe begroting in werking had doen treden. Deze voorziet vooral in bezuinigingen in de sociale sfeer alsmede in belastingverhogingen. Vooral de verhoging van de BTW is een steen des aanstoots. Deze reduceert nog eens de toch al dalende koopkracht van de burgers, die lijden onder een werkloosheidspercentage van 15 procent en inflatie van zeven procent.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Bij de rellen kwam een demonstrant om het leven, 50 politieagenten werden verwond en zo’n 700 mensen werden in hechtenis gearresteerd. Het centrum van de onlusten was naast de hoofdstad Tunis de stad Tebourha. Maar ook de ontruimde synagoge in Djerba, die 16 jaar geleden internationale bekendheid verkreeg toen 20 Duitse toeristen hier door een terroristische aanslag om het leven kwamen, werd opnieuw in brand gestoken. Tot rellen en plunderingen kwam het ook in Sidi Bouzid, waar destijds door de zelfverbranding van een koopman de Arabische Lente begon, die uitmondde in een bloedbad en vier burgeroorlogen.

De Tunesische regering onder premier Chahed loopt vast. De verwachtingen van een betere economische ontwikkeling zijn hooggespannen. Tegelijk is de schatkist leeg en zijn de staatsuitgaven ook vanwege de bestrijding van het terrorisme schrikbarend hoog. Daarbij komt dat het sinds 2011 geen regering gelukt is corruptie, nepotisme en cliëntelisme effectief te bestrijden. Ook politieke maatregelen om de economie op gang te brengen hebben nauwelijks succes gehad. Het land lijdt nog altijd onder een recessie, die door een golf van terroristische aanslagen in toeristencentra veroorzaakt werd. Daarvoor hadden politieke moorden al voor een toenemend gevoel van onveiligheid en een politieke crisis gezorgd. Dit leidde ertoe dat met president Essebsi een 93-jarige tot president gekozen werd, de oudste ter wereld.

Al jaren is bekend dat IS in Tunesië meer aanhangers heeft dat in welk land ook. Een golf terugkeerders uit Syrië en Irak zal de economische crisis en de veiligheidssituatie verder verscherpen.

De gemeenplaats van de mainstream media dat Tunesië het enige land is waar de Arabische Lente met succes werd doorgevoerd, gaat dus aan alle kanten mank. De kloof tussen arm en rijk, een van de oorzaken van de Jasmijnrevolutie is sinds 2011 immers alleen maar groter geworden. De jongste protestcampagne stond onder het motto “We willen niet meer wachten”. Als eerste maatregel in reactie op de onlusten heeft de regering inmiddels tot een verhoging van het minimumloon in de publieke sector besloten. De demonstranten lijken hier echter geen genoegen mee te nemen.

Share.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.

Comments are closed.