100 jaar geleden was er weliswaar een vredesconferentie in Versailles over de herordening van Europa na de Eerste Wereldoorlog, maar daaraan mochten – anders dan bijvoorbeeld na de Napoleontische Oorlogen – de verliezers niet deelnemen. De uitkomst, het Verdrag van Versailles, was er naar.

Centraal in het Verdrag van Versailles stond de notie van herstelbetalingen. De Eerste Wereldoorlog had veel gekost en de Duitse verliezers moesten dat betalen. Om dit te rechtvaardigen, luidt artikel 231, waarmee deel VIII (Reparaties) begint: “De geallieerden en geassocieerde regeringen verklaren en Duitsland erkent, dat Duitsland en zijn bondgenoten als veroorzakers voor alle verliezen en schades verantwoordelijk zijn die de geallieerden en geassocieerde regeringen en hun staatsburgers ten gevolge van de hen door Duitsland en zijn bondgenoten opgedrongen oorlog geleden hebben.”

“Nagenoeg volledige consensus”

De tijd na de Eerste Wereldoorlog was voor de Duitsers hard. In vergelijking met de tijd na de Tweede Wereldoorlog was er echter een groot voordeel. Kolonies in Afrika en Oceanië en gebieden in Europa moesten afgestaan worden, met name aan Polen en Frankrijk, maar afgezien van het Rijnland bleef Duitsland goeddeels onbezet. ‘Heropvoeding’ door de overwinnaars bleef de Duitsers bespaard. De weerstand van de Duitsers tegen de eenzijdige schuldtoewijzing was dan ook groot. De historicus Hans-Ulrich Wehler spreekt van “een nagenoeg volledige consensus in het hele land”.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Franse soldaten met een machinegeweer in Duisburg onderweg naar het bewaken van een kolenmijn in het Ruhrgebied.

Duitse weerstand

De motivatie voor de Duitse weerstand was tweevoudig. Ten eerste voelde men zich beledigd, belasterd. Ten tweede wist men dat op deze schuldtoewijzing de haast eindeloos voorkomende herstelbetalingseisen van de vijand gebaseerd waren. De toenmalige regeringsleider, de sociaaldemocraat Philipp Scheidemann trad liever af dan het opgelegde Verdrag van Versailles te moeten ondertekenen.

“Het onuitsprekelijk lijdende Duitse volk”

Scheidemann werd opgevolgd door zijn partijgenoot Gustav Bauer. Die formuleerde de argumenten om wel te tekenen. Het ging erom “het onuitsprekelijk lijdende Duitse volk een hervatting van de oorlog, de verscheuring van zijn nationale eenheid door grotere bezetting van Duits grondgebied, verschrikkelijke hongersnood voor vrouwen en kinderen en onbarmhartige langere detinering van de krijgsgevangenen te besparen”.

Het gevaar van niet ondertekenen

Als Duitsland in Versailles niet ondertekend had, had inderdaad het gevaar bestaan dat Duitsland territoriaal uitgekleed en geheel bezet was, dat de hongerblokkade waarvan ook na de wapenstilstand van Compiègne nog Duitse burgers het slachtoffer werden voortgezet was en dat de vijanden de Duitse krijgsgevangenen langer vastgehouden hadden. Op 28 juni 1919 ondertekenden de ministers van Buitenlandse Zaken en Verkeer, Herman Müller en Johannes Bell, het Verdrag van Versailles. Op 10 januari 1920 trad het in werking.

Europese gebieden die Duitsland na de Eerste Wereldoorlog moest afstaan: 1. Noord-Sleeswijk, 2. Posen, 3. een deel van West-Pruisen met Danzig, 4. Memelland, 5. Opper-Silezië, 7. Elzas-Lotharingen, 8. Eupen-Malmedy

Verdragspartners

Het verdrag bestaat uit 15 delen met in totaal 440 artikelen. In de inleiding worden de vijanden en verdragspartners van Duitsland voorgesteld. Het zijn de grote mogendheden Verenigde Staten van Amerika, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Japan, verder België, Bolivia, Brazilië, China, Cuba, Ecuador, Griekenland, Guatemala, Haïti, de Hidjaz, Honduras, Liberia, Nicaragua, Panama, Peru, Polen, Portugal, Roemenië, het Koninkrijk van Serven, Kroaten en Slovenen, Siam, Tsjechoslowakije en Uruguay.

Volkenbond

Het eerste deel van het Verdrag van Versailles gaat over de Volkenbond. De Volkenbond was, net als de Verenigde Naties na de Tweede Wereldoorlog, aanvankelijk vooral een project van de Amerikaanse president. De oprichtende leden moesten de winnaars van de Eerste Wereldoorlog zijn. Dit is opnieuw een duidelijk verschil met de situatie na de Napoleontische Oorlogen, toen de verliezers gewoon deelnamen aan het congresstelsel genaamd Concert van Europa. Ongeacht de pathetische naam van de organisatie, moet de Volkenbond primair gezien worden als een bondgenootschap van de overwinnaars te verdediging van de nieuwe wereldorde. Doordat de Verenigde Staten zelf nooit lid werden, werd de Volkenbond echter een zwakke organisatie.

Uitkleding Duitse krijgsmacht

Om te voorkomen dat Duitsland zich tegen Versailles zou verzetten, werd de Duitse krijgsmacht uitgekleed. Hierover gaat deel V van het verdrag. Het leger werd beperkt tot 100.000 man, de marine tot 15.000 man, vliegtuigen, onderzeeërs, tanks en slagschepen werden de Duitse strijdkrachten verboden, evenals het voortbestaan van de militaire dienst en de grote generale staf.

Wilhelm II (in het midden vierde van links) neemt op 10 november 1918 afscheid van zijn gevolg op het Station Eijsden aan de Nederlands-Belgische grens.(foto: Bundesarchiv).

Siegerjustiz

Deel VII handelde over strafbepalingen. Dit verplichtte Duitsland niet alleen tot het accepteren, maar ook tot het ondersteunen van Siegerjustiz. Artikel 227 voorzag in een vijfkoppig gerechtshof, waarvoor iedere grote mogendheid van de overwinnaars een rechter zou leveren. Dit hof moest onder andere Wilhelm II berechten. Daartoe kwam het echter nooit, omdat het neutrale Nederland weigerde de voormalige Duitse keizer uit te leveren.

De gevolgen van het Verdrag van Versailles

Komen we ten slotte bij de gevolgen van het Verdrag van Versailles. Het verband tussen dit verdrag, dat mee de omstandigheden creëerde waarin het nationaal-socialisme post kon vatten, en de Tweede Wereldoorlog dringt zich op. Maar in de Bondsrepubliek Duitsland is het nog altijd politiek incorrect om een dergelijk verband te leggen.

Hitler met onder andere generaal Erich Ludendorff na het proces voor de Bierkellerputsch (foto: Bundesarchiv)

Drie onverdachte getuigen

Om dit te illustreren voer ik drie onverdachte getuigen aan: een Duitse Bundespräsident, een Franse maarschalk en een linkse intellectueel. De Duitse president is Theodor Heuss. Hij schreef in 1932 in zijn boekje Hitlers Weg: “Het beginpunt van de nationaal-socialistische beweging is niet München maar Versailles.” De Franse maarschalk is Ferdinand Foch, die aan het einde van de oorlog opperbevelhebber van de geallieerde legers aan het westfront was. Hij voorspelde ten tijde van de afsluiting van het verdrag: “Dat is geen vrede. Dat is een 20-jarige wapenstilstand.” En de linkse intellectueel is Kurt Tucholsky. Hij dichtte in Krieg dem Kriege (Oorlog aan de oorlog):

Brüder! Brüder! Schließt die Reihn!
Brüder! Das darf nicht wieder sein!
Geben sie uns den Vernichtungsfrieden,
ist das gleiche Los beschieden
unsern Söhnen und euern Enkeln.
Sollen die wieder blutrot besprenkeln
die Ackergräben, das grüne Gras?
Brüder! Pfeift den Burschen was!

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.