Het Hof van Justitie in Luxemburg, het hoogste rechtsorgaan van de Europese Unie, heeft zich onlangs uitgesproken in de zaak die Hongarije en Slowakije hadden aangespannen tegen de verplichte herverdeling van vluchtelingen over EU-lidstaten. Het Hof stelde de regeringen van Hongarije en Slowakije niet in het gelijk, de Hongaarse regering stelde in een reactie de uitspraak te accepteren, maar niets aan zijn politieke opstelling te zullen veranderen. De vraag is nu welke consequenties dit zal krijgen.

Juridisch gezien is Hongarije verplicht de uitspraak van het Hof op te volgen, maar de regering Orbán noemt het een politiek gemotiveerde uitspraak en beroept zich op de wil van het Hongaarse volk. Een vertrek van Hongarije uit de EU zou een simpele oplossing zijn voor de patstelling, maar dat wil de Hongaarse regering ook niet. De Europese Commissie zal zich er echter ook niet bij neer willen leggen dat Hongarije de uitspraak van het Hof naast zich neerlegt en zijn weigering mee te werken aan de herverdeling voortzet. De opties die de Commissie heeft om op te treden tegen Hongarije zijn echter beperkt, omstreden en moeilijk uitvoerbaar.

Juridisch zijn er twee opties: Ten eerste een verdragsschendingsprocedure en ten tweede een schorsingsprocedure zoals voorzien in artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Verdragsschendingsprocedure en schorsing

Met een verdragsschendingsprocedure (zoals voorzien in artikels 258-260 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie) zou de Europese Commissie meteen kunnen beginnen. Wanneer een lidstaat geen gevolg geeft aan een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU is evident voldaan aan de voorwaarden voor deze procedure. Theoretisch zou dit er op uit kunnen lopen dat Hongarije een zekere som aan de EU moet betalen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Er zijn in het verleden al vaker verdragsschendingsprocedures geweest, bijvoorbeeld tegen Griekenland. Er is echter geen precedent voor een lidstaat die niet van zins is het in de onderhavige kwestie eens te worden met de Europese Unie of met een lidstaat die weigert te betalen. Hongarije zou daarin de eerste kunnen zijn. Als het een uitspraak van het Hof naast zich neerlegt, waarom dan niet ook een schrijven van de Commissie? Als het daartoe zou komen, zou de Commissie zich genoodzaakt zien naar hardere middelen te grijpen, zo zou het naar EU-recht beslag kunnen laten leggen op buitenlands vermogen van Hongarije, ook grondstukken en gebouwen van de Hongaarse staat op EU-territorium zouden onteigend kunnen worden. Als het hiertoe zou komen zou het voor het eerst zijn in de geschiedenis van de EU. Het inhouden van subsidies lijkt wellicht eenvoudiger, maar ligt juridisch gecompliceerder, omdat deze verdragsrechtelijk geborgd zijn en niets met de uitspraak van het Hof te maken hebben.

Parallel hieraan zou de tweede optie ingeleid kunnen worden, het schorsen van Hongarije. Deze procedure heeft zijn wortels in het jaar 2000, toen de FPÖ tot de Oostenrijkse regering toetrad. Een derde van de lidstaten kan besluiten tot het in werking zetten van deze procedure. Artikel 7 van het Verdrag betreffende de EU is het sterkste formele middel dat de EU tot zijn beschikking heeft om op te treden tegen Hongarije. Alleen van de aankondiging ervan zou al een zeer sterk politiek signaal uitgaan. De definitieve vaststelling van schending van een beginsel van de EU als grond voor schorsing van lidmaatschapsrechten moet echter unaniem vastgesteld worden. Hier is in ieder geval met verzet van Polen te rekenen. De Europese Commissie onderzoekt echter reeds de mogelijkheid van een schorsingsprocedure tegen Polen, zodat al snel de gedachte opkomt Polen en Hongarije in dezelfde procedure te schorsen. Dit zou opnieuw een novum zijn en het is onder deskundigen omstreden of het correct is.

Diplomatie

Al met al lijkt het onwaarschijnlijk dat deze zware juridische middelen ingezet zullen worden tegen Hongarije, omdat ze niet bijdragen aan een oplossing van het conflict. Uiteindelijk zal langs diplomatieke weg een oplossing gevonden moeten worden waarin beide partijen zich kunnen vinden. Orbán is daarbij zeker van zichzelf, want inmiddels wordt de benadering van de immigratiecrisis die Hongarije vanaf het begin gevolgd heeft, breed gedeeld in de EU. De Hongaarse premier stelde dan ook niet voor niets dat de EU bij zou moeten dragen in de kosten van het hek dat hij liet oprichten langs de Hongaarse grens met Servië, tevens buitengrens van de EU. Orbán weet ook wel dat de Commissie hieraan niet tegemoet zal komen, maar uiteindelijk zal het toch op onderhandelingen aankomen en daarin kan een en ander tegen elkaar weggestreept worden.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.