De Verenigde Staten van Amerika zien zichzelf als de macht in deze wereld die ertoe voorbestemd is alle andere machten te leiden. Deze overtuiging komt voort uit het zelfbeeld van de Pilgrim Fathers als uitverkoren volk. De toenemende betekenis van de VS, met name in de 20e eeuw, leek dit geloof te bevestigen, temeer daar deze ontwikkeling mede gebaseerd was op de aanwezigheid van uitgelezen voorwaarden: de omvang van het land, de natuurlijke rijkdom, wetenschap op hoog niveau, een sterk leger en een sterke economie.

Door Louisiana te kopen van Napoleon, verdubbelde Jefferson in een keer het landoppervlak van de VS (kaart: William Morris).

Een ding hebben de VS echter allang verloren: de traditie van hoogstaande diplomatie. De tijd dat de Amerikaanse president Thomas Jefferson in 1803 de kolonie Louisiana van Napoleon kocht is lang voorbij. Als men naar aard en karakter van de huidige buitenlandse betrekkingen van de VS kijkt, dan zien men een eenvoudig patroon: dreigementen, sancties, oorlog – in die volgorde.

De dreigementen, die zowel aan concurrerende machten als aan ‘bondgenoten’ gericht kunnen zijn, vormen bij wijze van spreken de politieke ‘basso continuo’, een altijd duidelijk voorhanden zijnde fundamentele waarschuwing van Washington aan wie dan ook om zich te onthouden van alles wat tegengesteld zou kunnen zijn aan de belangen of doelstellingen van de VS.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


In de huidige, onlangs van kracht geworden sanctiewet richten de maatregelen zich in essentie tegen die landen die door de VS als havens van het gevaar en het kwaad gezien worden: Rusland, China, Iran, Noord-Korea. Nu zou men kunnen zeggen, als de VS tegen deze landen boycots en embargo’s in willen stellen, moeten ze dat zelf weten, over het algemeen lijden alle betrokken partijen onder dergelijke maatregelen.

Maar daarbij blijft het niet. Het Amerikaanse zelfbeeld, dat men de leidende rol in de wereld heeft, leidt ertoe dat alle andere landen gedwongen worden zich bij de sancties aan te sluiten. Een recent voorbeeld: Japan koopt olie uit Iran, waarop de VS Tokio manen dit te laten als ze Amerikaanse strafmaatregelen tegen Japan zelf willen vermijden. Dit voorbeeld laat de subsidiariteit van de middelen duidelijk zien: In dit geval was dreiging genoeg, sancties waren gezien de gedweeë reactie van Japan niet nodig.

Een tegenvoorbeeld laat India momenteel zien. Daar wil men het Russische mobiele luchtverdedigingssysteem S-400 ‘Triomf’ aanschaffen, terwijl de VS duidelijk te verstaan hebben gegeven hier tegen te zijn. Hier lijkt echter geen enkel dreigement te helpen, India is een te grote kluif en heeft een lange traditie in het innemen van een aparte positie. 0:1 tegen de wereldhegemonie van de VS. Ook de president van de Filipijnen, Rodrigo Duterte lijkt niet onder de indruk van de Amerikaanse dreiging met sancties, hij laat zich er in ieder geval niet van weerhouden om Russische onderzeeërs te kopen. 

S-400-luchtverdedigingssysteem

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken liet weten de instelling van sancties tegen ieder land dat besluit het Russische S-400-systeem aan te schaffen voor mogelijk te houden. Regeringswoordvoerder Heather Nauert verklaarde: “We zijn ertegen dat onze partners en bondgenoten overal ter wereld S-400 kopen.” En waar de VS tegen zijn, dat wordt onmogelijk gemaakt. Dit gebeurt in laatste instantie, als dreigementen en sancties niet werken, ook door geweld.

Het aantal buitenlandse missies van Amerikaanse speciale eenheden is snel toegenomen

Daarbij gaat het niet alleen om landen waar de VS officieel oorlogvoeren. Zo is bijvoorbeeld ook Pakistan geregeld doelwit van Amerikaanse bombardementen en worden er geregeld militaire operaties uitgevoerd in allerhande Afrikaanse landen. In het duister blijven vooral ook de in aantal en omvang toenemende inzetten van private huurlingenbedrijven, waaronder vooral Blackwater/Academi bekend is. Hoewel deze operaties niet in de begroting van het Pentagon verschijnen, is de Amerikaanse regering verreweg de grootste en meest trouwe klant van dergelijke bedrijven. Zo werden onder president Barack Obama Amerikaanse troepen die terug werden getrokken uit Afghanistan, geregeld vervangen door huurlingen.

Nicolai Petro, hoogleraar Vergelijkende en Internationale Politiek aan de Universiteit van Rhode Island, beziet dit fenomeen vanuit een psychologisch gezichtspunt: “Het niet in staat zijn zelfs het gedrag van miezerige landen te veranderen, moet voor de leiding van de enige supermacht ter wereld enorm frustrerend zijn. Dit leidt, niet verrassend, tot een zoektocht naar mogelijkheden om dit gevoel van mislukking te verzachten en de Amerikanen van hun eeuwigdurende mondiale dominantie te overtuigen. Sancties passen hier perfect. Ten eerste omdat ze als alternatief voor oorlog verkocht kunnen worden. Tegenstanders van sancties kunnen zo naar gelang hun politieke profiel als oorlogshitser of pacifist voorgesteld worden. Ten tweede, omdat er geen zinvolle maatstaven voor succes of mislukking vastgesteld worden, is het slagen van sancties een kwestie van perceptie. Wat er ook gebeurt, alles kan herleid worden tot de sancties – als dat de regering zo uitkomt. De ijver waarmee de politiek naar sancties grijpt, kan op deze manier nauwelijks aangeklaagd worden. Ze bieden de perfecte uitweg uit de reële, maar moeizame wereld van de diplomatieke onderhandelingen.”

Het systeem ‘dreigementen, sancties, oorlog’ is tegelijk middel en doel van het Amerikaanse buitenlandbeleid. In de afgelopen eeuw beëindigden de VS slechts een enkele oorlog niet door het vernietigen van de vijand, maar door onderhandelingen, en dat was de Vietnamoorlog in 1975. Dat gebeurde echter niet vrijwillig, maar omdat ze die oorlog verloren hadden.

Zo heeft de overtuiging postgevat dat, wat de buitenlandse contacten van Washington aangaat, deze gekenmerkt horen te worden door bevel en gehoorzaamheid. De landen die zich daartegen verzetten groeien echter in aantal en zodoende komt het einde van deze wereldorde dichterbij. Want hoe vaker de VS naar de instrumenten van economische oorlogvoering grijpt, des te gemakkelijker sluiten deze landen de rijen. Het begin maken daarbij de sterkere landen als China, Rusland en Iran, wat het voor zwakkere landen mogelijk maakt zich aan te sluiten.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.