Tot het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 deelden twee staten de kusten van de Kaspische Zee: de USSR en haar zuiderbuur Iran. Vandaag de dag liggen er maar liefst vijf landen aan de zee en deze veranderde situatie was nog altijd niet duidelijk volkenrechtelijk geregeld. Deze zomer werden hiertoe alsnog belangrijke stappen gezet.

De staatshoofden van Azerbeidzjan, Iran, Turkmenistan, Kazachstan en Rusland hebben op 12 augustus in de Kazachse havenstad Aqtau een overeenkomst ondertekend over de status van de binnenzee die hen verbindt. Deze zee heeft een oppervlak van meer dan 386.000 vierkante kilometer, is 1.200 kilometer lang en de grootste breedte bedraagt 435 kilometer. Naast de rijke viswateren die het biedt, speelt de zee een belangrijke rol in de winning van olie en gas. Er waren dus grote belangen mee gemoeid om de exploitatierechten vriendschappelijk te regelen.

De overeenkomst stelt de staatsgrenzen van de betrokken landen nu op 15 zeemijl voor de kust vast. Daar voorbij ligt dan nog een strook van tien zeemijl als exclusieve economische zone.En daartussen ligt dan het deel van de zee dat voor alle verdragspartners vrij te benutten is. Hier opereert ook de Kaspische Vloot van Rusland, die internationaal reeds van zich deed spreken, toen van daaruit twee raketten op posities van IS in Syrië afgeschoten werden en doel troffen.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Het heeft echter meer dan twee decennia geduurd voor het plan voor een Kaspisch Verdrag werkelijkheid werd. De drie kleinere landen boden lange tijd weerstand uit vrees dat ze er relatief slecht af zouden komen. Uiteindelijk wisten de Russische en Iraanse diplomaten, mede door de grotere rol die deze grootmachten zijn gaan spelen in de regio, de andere betrokken landen te overtuigen.

De Russische president Vladimir Poetin sprak dan ook van een baanbrekende overeenkomst en benadrukte het daarin vastgelegde “exclusieve recht” van de Kaspische Zeelanden en hun verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de regio.

Zijn Kazachse ambtsgenoot Nursultan Nazarbajev noemde het verdrag een “grondwet voor de Kaspische Zee”. Deze beschrijft het lichaam als meer noch als zee, wat een andere status met zich mee zou brengen, maar als “binnenwater met het recht van gemeenschappelijk gebruik”. Daarbij voorziet het akkoord in een kader waarbinnen nog diverse detailvragen te beantwoorden blijven.

Zo bestaan er tussen Turkmenistan en Azerbeidzjan nog altijd onenigheid over enkele olie- en gasvelden. Dat zijn echter detailkwesties, beslissend is echter dat de landen onderling geregeld hebben dat de exploitatie exclusief voor aan de zee gelegen landen is.

Behrooz Abdolvand, als Iraanse econoom en politicoloog coördinator van het Kaspische Regio- en Energieonderzoekscentrum in Berlijn een deskundige op dit gebied, wijst op de politieke implicaties van het verdrag, zo zijn Rusland en Iran er hiermee tevens in geslaagd om te voorkomen dat bijvoorbeeld de Amerikaanse krijgsmacht een voet tussen de deur kan krijgen in de Kaspische Zee. Voor Iran zou dit een verdere inkapseling door de Amerikanen betekent hebben, die reeds militair aanwezig zijn in buurlanden ten westen, zuiden en oosten van dat land.

De Iraanse president Hassan Rouhani ziet dat ook zo: “Het was een strategie van de VS en ook van de NAVO om in deze wateren aanwezig te zijn en hun soldaten, fregatten, helikopters en bases aan de kusten van de Kaspische Zee in te zetten. In dit akkoord hebben de vijf staten besloten de aanwezigheid van vreemde schepen in de Kaspische Zee te verbieden.” Ook hij wijst echter op de open vragen: “In de conventie over de status van de Kaspische Zee is de opdeling van de zeebodem en wat daaronder zit nog niet geregeld.” Daarover moet nog verder onderhandeld worden.

Het is de bedoeling van de vijf landen dat deze onderhandelingen ook leiden tot meer samenwerking op ander vlak. De Russische president Poetin stelde de deelnemers aan de conferentie in Aqtau voor in de toekomst tevens samenwerkingsakkoorden te sluiten inzake het transportwezen, toerisme en de bestrijding van drugssmokkel.

Geopolitiek gezien heeft het Kaspische akkoord een belangrijke functie ook in samenhang met het Chinese project van de Nieuwe Zijderoutes. Met het oog op de uitbouw hiervan heeft China in 2014 aan de grens met Kazachstan reeds de stad Korgas gebouwd, die tot een internationaal logistiek- en handelscentrum uit moet groeien. Verder investeert China in de elektrificatie van de spoorwegen in Iran, vooral de 3.200 kilometer lange verbinding door Turkmenistan, Kirgizië, Oezbekistan en Kazachstan naar Ürümqi in China. Verder is er een Chinees-Kazachs handelsakkoord over de levering van delfstoffen naar China en zijn er Chinese investeringen in de Kazachse landbouwsector, de chemische industrie en hernieuwbare energie, om maar wat voorbeelden te noemen van de intensivering van Chinese activiteiten in Centraal-Azië.

Bepalend is dat alle landen van het Kaspische akkoord in deze ontwikkeling meegenomen zijn, omdat Rusland Chinas belangrijkste partner is bij de ontwikkeling van de Nieuwe Zijderoutes. Dit leidt tot synergie-effecten die de hele regio een boost kunnen geven.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.