Islamistisch terrorisme zal voorlopig niet verdwijnen. Er zullen meer aanslagen in het Westen volgen en ook vele in islamitische landen. Je moet wel een onwaarschijnlijke optimist zijn om dat niet in te zien of om te denken dat er een simpele oplossing is waarmee alle terroristische aanslagen te voorkomen zouden zijn of het terrorisme zelfs helemaal de wereld uit te helpen zou zijn. In werkelijkheid is er geen goed plan om het terrorisme terug te dringen. Kinderen die op de basisschool zaten toen president George W. Bush de ‘War on Terror’ begon, zijn nu oud genoeg om in de legers van het Westen als soldaat te dienen of om zelfmoordterrorist te worden.

Onder een bericht van een Brits dagblad over de aanval van Amerikaanse Navy Seals op een dorp in Jemen waarvan men veronderstelde dat het een uitvalsbasis van AQAP (Al Qaida op het Arabisch Schiereiland) was, schreef een reaguurder: “Er is maar één taal die begrepen wordt en dat is de taal van kracht en macht. Een mindset die volstrekt vreemd is aan westerse links-liberale waarden en gevoeligheden, maar zo is het nu eenmaal.” Kennelijk moeten we dus Jemenitische dorpelingen uitmoorden om islamistische terroristen de taal van kracht en macht aan het verstand te peuteren. Er zijn vast meer mensen die zo denken, maar de logica ontgaat me eerlijk gezegd.

Er zijn allicht oorlogen waarin die taal zinvol is. Tegenover Duitsland in de Tweede Wereldoorlog was dit een begrijpelijke en zinvolle taal. Maar dat was dan ook een ander soort oorlog, een oorlog tussen staten en legers, waarin een beslissende overwinning op het slagveld mogelijk was. Het eindigde in de bezetting van Duitsland door de geallieerde legers.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Maar de Verenigde Staten spraken dezelfde taal in Vietnam en faalden; zo ook de Sovjet-Unie in Afghanistan. In beide gevallen leed een staat die militair duidelijk superieur was een beschamende nederlaag. Vandaag de dag hoeft niemand er aan te twijfelen dat Amerika en het Westen als geheel nog grotere militaire macht kan ontplooien dan in Vietnam, toch is het onwaarschijnlijk dat dergelijke machtsontplooiing een overwinning in de War on Terror zou veiligstellen.

ISIS wordt nu ook op de grond verslagen en zal op termijn al het territorium dat het bezet heeft verliezen. De pretenties van statelijkheid zullen ISIS daarmee ontnomen worden. Dat is goed nieuws voor de mensen die zuchten onder het juk van deze organisatie in delen van Irak en Syrië. In zoverre is het een goede zaak.

In breder verband is deze overwinning echter van geringere betekenis. Het zal ons niet de vrede en de vrijheid van terreur brengen waar we naar verlangen. De beperkingen van de taal van kracht en macht zijn evident. Er bestaat zelfs vrees dat een dergelijke overwinning een vorm van nederlaag zal zijn, die het probleem van niet-statelijk terrorisme alleen maar zal vergroten.

Terroristische groeperingen hebben enige mate van steun van de burgerbevolking nodig en moeten in staat zijn nieuwe rekruten aan te trekken ter vervanging van gesneuvelde of gevangen genomen leden. Zonder die beide kunnen ze uitgeroeid worden: Voorbeelden zijn de Italiaanse Brigate Rosse en de Rote Armee Fraktion in West-Duitsland. De IRA- en ETA-terroristen faalden deels omdat ze ontoereikende steun onder de bevolking hadden en op termijn accepteerden dat hun politieke doelstellingen niet bereikt konden worden door terrorisme en geweld.

Van belang was echter, dat het uiteindelijk mogelijk was om te onderhandelen met de IRA, omdat er een gemeenschappelijk referentiekader bestond. De IRA had een specifieke politieke doelstelling: een verenigd Ierland. Militair falen overtuigde hen ervan dat men dit met andere middelen na moest streven – via de stembus in dit geval. Sinn Fein, de politieke arm van de Republikeinen verwierp uiteindelijk – zij het met enige schroom – het gebruik van terroristische middelen.

Een dergelijk gemeenschappelijk referentiekader valt er met het islamistisch terrorisme niet te vinden, derhalve is er ook geen basis voor onderhandeling. Het islamisme is niet te bevredigen door concessies te doen. Wel integendeel, iedere concessie zou gezien worden als bewijs van westerse zwakte en dus een teken van islamistische overwinning. Aan de andere kant zijn militaire tegenslagen voor de islamisten ook niet meer dan tegenslagen, ze zullen de aanpak van de islamisten niet fundamenteel veranderen. Islamisme, aldus de Algerijnse schrijver Boualem Sansal, “wordt herboren uit de as van nederlagen om in nieuwe vorm opnieuw de kop op te steken”. Het is als een veelkoppig monster, je slaat één hoofd af en er komt een ander voor in de plaats.

De oorlog die nu woedt, is een culturele oorlog. Hij heeft natuurlijk een militaire dimensie, maar die is van ondergeschikt belang. Men kan kennelijk jarenlang militaire overwinningen boeken en toch de oorlog verliezen. Het militaire engagement van het Westen in de islamitische wereld, een engagement dat de taal van kracht en macht spreekt, heeft de weerzin en haat voor het Westen en de westerse (politieke) cultuur stevig doen post vatten en dient zo als voedingsbodem voor de rekrutering van de islamisten.

Zo verkeren westerse overwinningen in het Midden-Oosten in nederlagen. Het Westen bombardeert moslims in de islamitische wereld en ontevreden jonge moslims in het Westen zijn weer een stapje verder op hun reis van radicalisatie naar jihadisme naar misdaad naar massamoord. Het is zinloos om naar economische redenen te zoeken voor de westerse moslims die deze reis afleggen. De aanslagpleger van Manchester, Salman Abedi, was hoogopgeleid. Amedi Coulibaly, die een aanslag pleegde op een koosjere supermarkt in Parijs, was in dienst bij Coca Cola en had het goed genoeg om geregeld op skivakantie te gaan. Volgens onderzoek in opdracht van de Wereldbank had het merendeel van de westerse rekruten van ISIS een universitaire opleiding.

Het is dus een culturele oorlog, die in het Westen gewonnen moet worden en niet in het Midden-Oosten. Ondertussen halen westerse regeringen de banden aan met Saoedi-Arabië, terwijl juist de Saoedi’s de wahabitische moskeeën financieren waar de jihad als gewapende strijd gepredikt wordt.

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.