Na een vele jaren voortslepende strijd over de naam van het land, is Macedonië nu met zijn buurland Griekenland tot een compromis gekomen. De nieuwe naam van de Balkanstaat luidt: Republiek Noord-Macedonië. Dat is voor de Griekse regering acceptabel, de tot nu toe gebruikt naam was dat niet, omdat men verwarring met het zuidelijker gelegen antieke Macedonië van Alexander de Grote en daarmee territoriale aanspraken vreesde. Maar nu hervinden de Grieken dan hun gemoedsrust, het getouwtrek is voorbij.

Al met al was het vooral een principiële, symbolische kwestie, die rationeel bezien niet zo op het spits gedreven had hoeven worden. Dat deze discussie echter toch zo’n belang werd toegekend, kwam doordat Griekenland hardnekkig weigerde om in te stemmen met toelating van Macedonië tot de NAVO en de EU onder de oude naam. En aangezien in dergelijke kwesties unanimiteit vereist is, werd hierdoor de uitbreiding van de EU op de westelijke Balkan geblokkeerd. Maar nu kan de EU-uitbreiding op de Balkan dan doorgang vinden. In de eerste plaats wordt daarbij gedacht aan Albanië en Noord-Macedonië.

So far so good, maar is uitbreiding van de EU dan nodig of wenselijk? Wie zit daar op te wachten? Heeft de EU niet nog de nodige zorgen met leden als Roemenië en Bulgarije? En is ook niet de algehele toestand van de EU, inclusief van diverse mede-oprichtende lidstaten, eerder bedroevend? En is het dan wel aan te raden om na een ziekbed zoveel extra hooi op de vork te nemen?

Als de architect van de toren van Babel, toen duidelijk werd dat de bouw zou gaan mislukken, opdracht had gegeven aan een nieuwe verdieping te beginnen, zou men hem gestenigd hebben. Steniging is in dit moderne Babel niet gebruikelijk, grootheidswaan daarentegen wel.

Finalité

We kunnen er niet omheen nog maar eens een fundamentele vraag te stellen die verbonden is aan het project ‘Europese integratie’: Meer dan 60 jaar en tig biljoenen euro’s na het begin ervan staat nog altijd niet vast hoe ver deze Unie zich ooit uit zal strekken, en net zo min hoe de uiteindelijke constitutie van dit reusachtige beest er uit zal zien. Dus: Waar ziet Brussel zijn grenzen? Aan de Eufraat of aan de Hindoekoesj? En wat kan een dergelijke grote unie anders worden dan een dictatoriaal geleid dwangregime, waarin de lidstaten alle wezenlijke soevereiniteit inboeten? Het is immers 50 jaar geleden de gemeenschap van zes al niet gelukt zich naar democratische regels te organiseren.

Het verlies aan zelfbeschikking is daarbij nog maar één onderdeel van de schade die door deze politieke megalomanie aangericht wordt. Een minstens even zwaarwegend verlies zien we op cultureel gebied, vooral waar dit politieke implicaties meebrengt. Reeds het resultaat van de uitbreiding van de EU naar het oosten met tien landen in 2004 heeft laten zien, dat met toenemende diversiteit van afkomst, geschiedenis, gebruiken en gewoonten, mentaliteiten en voorkeuren van landen en volken, al deze kenmerken daar aan uitwerking inboeten en verdwijnen, waar politieke keuzes gemaakt moeten worden. Hier geldt het principe van de kleinste gemene noemer, en dat is bij de grote verscheidenheid aan volkeren in Europa nu eenmaal niet meer dan de verbindende geografische nabijheid, als je het deelcontinent tussen de Atlantische Oceaan en de Zwarte Zee al als een enkele regio wilt zien. Alle bijzonderheden die hier bovenuitgaan, worden van hun autonomie beroofd en in regionale reservaten gedrukt. Deze containment vindt plaats door middel van duizenden richtlijnen van de Europese Commissie die gekenmerkt worden door afstand tot de mensen en desinteresse voor het bijzondere.

Vredesdividenden

De officiële EU-propaganda ziet dit cultuurverlies als onbelangrijk tegenover de zogenaamde ‘vredesdividenden’. Die term duidt op de situatie dat er binnen de Europese Unie al decennia geen oorlog meer heeft plaats gevonden. Dat gegeven bewijst echter allerminst het vredelievende karakter van de EU. Nieuw is alleen dat tegenwoordig de agressie naar buiten werkt.

Grotere politieke eenheden zijn meer geneigd tot aanvallen dan kleinere. Vandaag de dag is de Nederlandse krijgsmacht in 15 landen op drie continenten actief. Al deze militaire missies, het zij met VN-mandaat of zonder, vloeien voort uit de verplichtingen tegenover supranationale verbanden. Dat Nederland een aantal buitenlandse  militaire missies vervult dat je van een grootmacht zou verwachten, zou ondenkbaar zijn zonder overstijgende conglomeraten als EU of NAVO, die een dergelijk militair beleid vereisen en schijnen te rechtvaardigen. Bondgenootschappelijke verplichtingen dwingen Den Haag aan militaire missies deel te nemen die met verdediging niets van doen hebben. Tegenover de besparingen op oorlogen in Europa staan de gigantische kosten van voor Nederland nutteloze militaire missies overal ter wereld. Van ‘vredesdividenden’ kan hier dus geen sprake zijn.

Grootmachtaspiraties

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Wie pleit voor uitbreiding van de Europese Unie, miskent de levenskracht en successen van juist kleine staten. Zelfs China dat nu een reus is, heeft veel te danken aan de tijd dat het uit verscheidene kleine staatjes bestond. Het was het tijdperk van Confucius en Lao Tse. Maar niet alleen Chinese wijsheid wijst op de voordelen van kleinere, historisch en cultureel gegroeide politieke eenheden. De grote Griekse filosoof Aristoteles zei: “Bovendien is er een zekere maat voor de grootte van een staat.” Als we naar het Griekse systeem van stadstaten kijken, kan het zijn dat we vandaag de dag een wat ruimere maatstaf aanleggen dan Aristoteles, maar één ding is zeker: De natuurlijke, niet door machtspolitiek gedicteerde ontwikkeling van staten leidt vanzelfsprekend tot uiteenlopende uitkomsten, ook wat hun grootte betreft.

Grootmachtaspiraties die tegen elke prijs hele continenten willen onderwerpen, plegen in de geschiedenis echter geen stand te houden. Europa mag, zo klinkt dagelijks de mantra uit Brussel, niet tussen de Verenigde Staten, Rusland en China ‘vermalen’ worden. Natuurlijk niet. Maar als men zich bijvoorbeeld eens in zou zetten voor een ontspannen verhouding met Rusland, dan zou dat gevaar ineens al een stuk geringer worden.

Gedurende de hele tijd dat de nazi’s in Duitsland aan de macht waren, Italië daar bondgenootschappelijk aan verbonden was, Oostenrijk geannexeerd en Frankrijk bezet was, is Zwitserland trouwens ook niet ‘vermalen’. Het komt er namelijk niet op aan hoe groot een staat is, maar of hij een goed beleid voert.

Wat met een nieuwe uitbreiding van de EU op de Balkan vooral toeneemt, zijn kosten, bureaucratie en de macht van een klein aantal mensen dat in Brussel aan de knoppen zit. Die Brusselse mandarijnen zouden echter het lot van de dinosauriërs voor ogen moeten houden. Die waren weliswaar groot, zeer groot zelfs, maar het heeft ze uiteindelijk weinig geholpen.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.