In de Hoorn van Afrika is een van de langst lopende conflicten door een regeringswissel in Ethiopië beëindigd. Het Eritrese staatshoofd Isayas Afewerki en de Ethiopische premier Abiy Ahmed hebben eerder deze maand een vredes- en vriendschapsverdrag ondertekend. Maar betekent dit ook een einde aan de vluchtelingenstroom uit Eritrea?

In het verdrag is overeengekomen dat de diplomatieke betrekkingen, de handel, het transport en de telecommunicatie tussen de beide landen hervat worden. Dit is vooral van voordeel voor Ethiopië, omdat het land sinds de afscheiding van Eritrea geen eigen toegang tot de zee heeft. Met het akkoord, volgens paus Franciscus een “licht van hoop voor het hele Afrikaanse continent”, breekt na decennia van conflict een nieuw hoofdstuk aan in de verhouding tussen de twee landen.

De provincie Eritrea wist in 1993 na decennia van gewapend conflict zijn onafhankelijkheid van Ethiopië door te zetten. Ook hierna woedde het gewapend conflict echter voort, wat tussen 1998 en 2000 escaleerde in een grensoorlog waarbij 80.000 mensen omkwamen. Ondanks een internationaal bemiddelde wapenstilstand deden zich ook daarna steeds weer schermutselingen voor aan de grens.

Eritrea geldt sindsdien als een van de meest repressieve en geïsoleerde staten ter wereld. Bijna 400.000 Eritreeërs, meer dan vijf procent van de bevolking van het land, zijn volgens de VN als asielzoekers naar Europa gevlucht.

Met de vrede tussen Eritrea en Ethiopië zou echter ook de migratiestroom vanuit die eerste af kunnen nemen. In Eritrea kan nu immers de levenslang verplichtende militaire dienst afgeschaft worden. Deze hield het bewind immers in stand om zich te kunnen weren in een eventuele hernieuwde oorlog met het grote buurland Ethiopië. Aangezien Ethiopië het in Algiers ondertekende vredesakkoord uit het jaar 2000 niet erkende, was de Eritrese president er voor beducht dat het buurland Eritrea op ieder moment aan zou kunnen vallen. In zijn denken rechtvaardigde deze situatie de onbeperkte militaire dienstplicht. Als deze nu afgeschaft wordt, kunnen honderdduizenden jonge mannen uit de militaire dienst en op de arbeidsmarkt komen. Omdat er echter nauwelijks een functionerende economie in het bitter arme land is, zal er echter ook niet direct werk zijn voor zoveel mensen. Dit zou kunnen betekenen dat de migratiedruk ondanks de vrede en het wegvallen van enkele van de gronden voor asiel op de korte termijn eerst nog toeneemt.

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.