Er is weer een aantal astronauten op weg naar het internationale ruimtestation ISS. Maar als de landen die gebruik maken van het ruimtestation het niet eens kunnen worden over het gebruik ervan na het verlopen van de bestaande overeenkomsten, zal het waarschijnlijk terugkeren in de dampkring. Dit terwijl het station in principe nog jaren mee kan.

Het internationale ruimtestation ISS bevindt zich inmiddels iets meer dan twee decennia in een baan om de aarde. Sinds het jaar 2000 is het station permanent bemand. Tot nu toe waren er reeds 230 astronauten uit 20 landen.

Het Sojoez-ruimteschip dat de eerste permanente bemanning naar het ISS zal brengen, wordt naar het lanceerplatform getransporteerd in 2000.

Hoewel het ruimtestation nog vele jaren mee zou kunnen, zal het mogelijk al over vijf of zes jaar precies zo eindigen als eerdere ruimtestations – namelijk door een min of meer gecontroleerde terugkeer naar de aarde. Over een paar jaar verlopen namelijk de overeenkomsten tussen de landen die het ruimtestation gebruiken. Tot nog toe zijn de landen het niet eens kunnen worden over verder gebruik van het station.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden: Volg Novini!


Ander tijdperk

Het ISS is het product van een ander tijdperk – de tijd direct na de Koude Oorlog, toen het even leek of de belangrijkste grootmachten van de wereld eindelijk een duurzame vorm van vreedzame coëxistentie gevonden hadden. Die schijn is inmiddels voorbij. De Verenigde Staten lijken niet genegen het station na het 2025 nog te financieren. Ook de andere partners willen zich slechts tot 2024 committeren.

Puur technisch gezien bereiken de meeste componenten van het ISS in 2028 het einde van hun levensduur. Daarbij komt dat in de VS experts en politici erover discussiëren om het ISS te privatiseren of een opvolger van begin af aan aan private partijen over te laten.

Nieuw ruimtestation

Verder overwegen de VS de bemande ruimtevaart naar de maan nieuw leven in te blazen en is er verder sprake van eventuele bemande vluchten naar de planeet Mars. Zodoende zou het ook kunnen gebeuren dat de NASA voor ruimtevluchten kiest en tegen een permanent ruimtestation in een baan om de aarde. Een keuze lijkt wel nodig, want alleen het onderhoud van het ISS kost de NASA al drie tot vier miljard dollar per jaar.

Voor de Europese ruimtevaart dient zich hiermee de vraag aan of men een eigen ruimtestation wil bouwen ter vervanging van het ISS, dan wel met Rusland en China samenwerken. China heeft concrete plannen om in 2020 een ruimtestation te lanceren en zou dan na het neerstorten van het ISS de enige met een ruimtestation in een baan om de aarde zijn.

Na de Koude Oorlog

Het ISS is een product van een tijdperk van internationale samenwerking na het einde van de Koude Oorlog. In de jaren ’90 kwamen de VS, Europa, Rusland, Japan en Canada de bouw van een nieuw ruimtestation in een baan om de aarde overeen.

Rusland had weliswaar zijn ruimtestation Mir ook opengesteld voor astronauten van andere landen, maar de capaciteiten en levensduur van dat station waren beperkt. Bovendien had het economisch instabiele Rusland destijds moeite het station en de infrastructuur op de grond te onderhouden. De mogelijkheid in de ruimte onderzoek te doen, wilden de landen echter niet verliezen.

De eerste module van het ISS, Zarja, gefotografeerd vanuit de space shuttle Endeavour die de tweede module ‘Unity’ kwam brengen.

De VS hadden met het ruimtestation Freedom en de Europese ruimtevaartorganisatie ESA met het ruimtestation Columbus en het ruimteveer Hermes eigen projecten gehad. Deze waren echter om financiële redenen opgegeven.

Verschillende capaciteiten en ervaringen

Zodoende bracht ieder partnerland zijn capaciteiten en ervaringen in. Rusland beschikte over de meeste ervaring in het runnen van ruimtestations en met langere bemande missies. De NASA beschikte met de space shuttle over een goed presterend transportsysteem. Duitsland kon door de hereniging van oost en west in het kader van de ESA een bemiddelende positie innemen. Duitse astronauten hadden reeds ervaringen opgedaan met zowel Amerikaanse als Sovjet-missies.

De eerste module van het ISS, de Russische module Zarja werd op 20 november 1998 de ruimte in geschoten. Niet veel later volgde de Amerikaanse verbindingsmodule Unity. In de zomer van 2000 werd de eerste woonmodule aangekoppeld, daarna het eerste bouwdeel van de buitenste roosterstructuur.

Sojoez MS-01 aan het ISS gekoppeld in 2016

De eerste bemanning arriveerde op 2 november 2000 met een Sojoez-ruimteschip. Shuttle-vluchten en de Russische draagraketten brachten verdere elementen in een baan om de aarde, waaronder op 11 februari het Europese onderzoekslaboratorium Columbus. In de loop der jaren werd het station uitgebreid, voor het laatst in 2017 met een Röntgentelescoop.

De Columbus-module van de ESA in 2008

Steun Novini!

Doe een donatie aan Novini en blijf nieuwe bijdragen mogelijk maken!

Doneer nu!

 

Over de auteur

Jonathan van Tongeren

Jonathan van Tongeren studeerde Internationale Betrekkingen en Slavistiek, was van 2006-2010 secretaris-generaal van het European Christian Political Youth Network (ECPYN) en is eindredacteur van Novini. Verder is hij redacteur bij uitgeverij De Blauwe Tijger.